Macro Scenario
In de Verenigde Staten blijven zowel de economische groei als de arbeidsmarkt veerkrachtig. De inflatie blijft boven de doelstelling (4,2%), wat een datagedreven (‘data dependent’) aanpak van de Federal Reserve (Fed) rechtvaardigt. De eerste tussenkomst van Warsh bevestigde een eerder restrictieve (‘hawkish’) houding ten aanzien van inflatie, gecombineerd met een evolutie in de communicatie van de Fed en de voortzetting van een institutionele evaluatie van de centrale bank. De rente werd daarbij ongewijzigd gelaten.
In de eurozone blijft de economische groei gematigd, terwijl de industriële activiteit onder druk staat. De daling van de olieprijzen na het recente akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran kan verlichting bieden op het vlak van inflatie (die is teruggevallen tot 2,8%) en tegelijkertijd de koopkracht van consumenten ondersteunen. De detailhandelsverkopen in april vielen met -0,4% lager uit dan verwacht.
In China bleven de industriële productie, de detailhandelsverkopen en de investeringen in vaste activa allemaal achter bij de verwachtingen. De producentenprijsindex (PPI) voor de industrie steeg op jaarbasis tot +2,8%. Daarnaast daalden de detailhandelsverkopen, een primeur sinds de heropening van de economie na de Covid-periode.
Marktcontext
Sinds eind mei werden de financiële markten sterk beïnvloed door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. De escalatie van het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran leidde aanvankelijk tot een sterke stijging van de olieprijzen, oplopende inflatieverwachtingen en toenemende bezorgdheid over de wereldwijde economische groei. Nadien reageerden de markten echter positief op de aankondiging van een voorlopig vredesakkoord tussen de Verenigde Staten en Iran, met als doel het conflict te beëindigen en de Straat van Hormuz opnieuw open te stellen. Deze afname van de spanningen zorgde voor een aanzienlijke daling van de olieprijzen en een hernieuwde risicobereidheid bij beleggers. De prijs van Brent-olie daalde daardoor tegen eind juni opnieuw tot ongeveer 70 dollar per vat, wat overeenkomt met het niveau van vóór het uitbreken van het conflict.
Tegelijkertijd verschoof de aandacht van beleggers geleidelijk terug naar de economische fundamenten. Centrale banken bleven een voorzichtige en datagedreven (‘data dependent’) aanpak hanteren in een omgeving van aanhoudende inflatiedruk. Daarnaast droeg ook de beursintroductie (IPO) van SpaceX bij aan een positiever marktsentiment.
Allocatie
De wereldwijde aandelenmarkten kenden een sterk herstel dankzij de afnemende geopolitieke risico’s. Vooral de Amerikaanse markten bleven ondersteund door een robuuste dynamiek, gedreven door beursintroducties, een solide winstgroei bij bedrijven – vooral binnen de technologie- en artificiële-intelligentiesector – en de ondertekening van het memorandum van overeenstemming. Binnen de technologiesector blijven de prestaties echter sterk uiteenlopen, waardoor een meer selectieve aanpak noodzakelijk is.
Op de obligatiemarkten blijven de rendementen op staatsobligaties relatief hoog, aangezien beleggers hun verwachtingen rond het tempo van de monetaire verstrakking herzien in een omgeving met aanhoudende inflatierisico’s. De recente aankondigingen zorgden echter voor een beperkte daling van de rentevoeten, wat de strategieën gericht op een verlenging van de duration, die de voorbije weken werden opgebouwd, heeft ondersteund.
Bij de grondstoffen bleef olie de belangrijkste drijfveer van de markten. Nadat de Brent-olieprijs tijdens de periode van verhoogde spanningen piekniveaus bereikte, daalde deze aanzienlijk na de aankondiging van het memorandum van overeenstemming tussen de Verenigde Staten en Iran en de verwachte gedeeltelijke heropening van de Straat van Hormuz. Goud kende op zijn beurt een moeilijke maand juni, maar bleef boven de symbolische grens van 4.000 dollar per ounce. Het edelmetaal stond onder druk door hogere rentevoeten en een aanzienlijk versterkte Amerikaanse dollar. Tot slot blijft de volatiliteit over het algemeen beperkt, al blijft ze bijzonder gevoelig voor nieuwe aankondigingen en actuele ontwikkelingen.
Portefeuillestrategie
Sinds eind mei werden de financiële markten sterk beïnvloed door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. De escalatie van het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran leidde aanvankelijk tot een sterke stijging van de olieprijzen, oplopende inflatieverwachtingen en toenemende bezorgdheid over de wereldwijde economische groei. Nadien reageerden de markten echter positief op de aankondiging van een voorlopig vredesakkoord tussen de Verenigde Staten en Iran, met als doel het conflict te beëindigen en de Straat van Hormuz opnieuw open te stellen. Deze afname van de spanningen zorgde voor een aanzienlijke daling van de olieprijzen en een hernieuwde risicobereidheid bij beleggers. De prijs van Brent-olie daalde daardoor tegen eind juni opnieuw tot ongeveer 70 dollar per vat, wat overeenkomt met het niveau van vóór het uitbreken van het conflict.
Tegelijkertijd verschoof de aandacht van beleggers geleidelijk terug naar de economische fundamenten. Centrale banken bleven een voorzichtige en datagedreven (‘data dependent’) aanpak hanteren in een omgeving van aanhoudende inflatiedruk. Daarnaast droeg ook de beursintroductie (IPO) van SpaceX bij aan een positiever marktsentiment.