Wanneer u binnenkort uw belastingaangifte invult, is het interessant om te weten welke nieuwigheden er zijn voor uw beleggingen. We overlopen ze graag met u en geven u meteen ook enkele tips. Zo laat u zeker geen fiscaal voordeel liggen.

Vrijstelling van roerende voorheffing op dividenden van aandelen


De roerende voorheffing (rv) die in 2018 werd ingehouden op uw ontvangen dividenden van individuele aandelen, kan u laten vrijstellen voor een maximaal brutobedrag van 640 euro per belastingplichtige.


Dit doet u door het bedrag van de te recupereren rv zelf in te vullen in de nieuwe rubriek A,1,b van Vak VII in de codes 1437/2437. Bij een ingehouden rv van 30% (standaardtarief) is op die manier het maximaal aan te geven bedrag per belastingplichtige 192 euro (640 x 30%).


Dit bedrag wordt verrekend met de personenbelasting. Zelfs indien u geen belasting moet betalen, wordt dit bedrag terugbetaald (zie verder).


Bij een lager bedrag aan ontvangen dividenden zal het te verrekenen bedrag ook lager zijn. Dat geldt eveneens voor een lager percentage aan rv.


Het bewijs van ontvangen dividenden moet ter beschikking van de fiscus blijven. U kan het eventueel ook al bij de aangifte voegen. Om u te helpen bij uw aangifte, bezorgt Belfius u sowieso een overzicht met uw ontvangen dividenden per effectendossier. Deze dividenden kan u combineren met ontvangen dividenden op rekeningen bij andere financiële instellingen.


Tip

Bent u ondernemer, dan geldt de vrijstelling ook voor de dividenden die u ontving van uw eigen vennootschap. Daar zijn lagere rv tarieven mogelijk (vb. VVPR bis). Om uw fiscaal voordeel te optimaliseren kan u de ontvangen dividenden met de hoogste rv aangeven.

Interessant om te weten


  • Hebt u een effectendossier in vruchtgebruik of naakte eigendom, dan is het normaal de vruchtgebruiker die recht heeft op dividenden en dus ook de vrijstelling kan genieten.
  • Wie bij koppels de dividenden van aandelen mag aangeven, wordt bepaald door de regels van het vermogensrecht. Zo heeft bij een koppel gehuwd onder het wettelijk stelsel (zonder huwelijkscontract) elke partner recht op 50% van de dividenden, ongeacht wie van hen eigenaar is van de aandelen. En dus heeft elke partner ook recht op de maximale vrijstelling van 640 euro als er in totaal 1.280 euro aan dividenden zijn geïnd. Bij een wettelijk samenwonend of feitelijk samenwonend koppel, komen de dividenden en vrijstelling toe aan de eigenaar van de aandelen.
  • Hebben ook uw minderjarige kinderen dividenden van aandelen ontvangen waarvoor u een vrijstelling van rv wil? Dan moet u de betaalde rv hierop bij uzelf aangeven (slechts 1 vrijstelling van 640 euro voor ouder alsook de minderjarige kinderen). Meerderjarige kinderen dienen dit op hun eigen aangifte in te vullen. Zij hebben er bij een beperkt of geen inkomen sowieso alle belang bij om andere roerende inkomsten uit beleggingen (of boven het plafond voor vrijstelling van dividenden van aandelen) waarop rv werd ingehouden aan te geven in de personenbelasting. Zo kan ook deze rv (gedeeltelijk) gerecupereerd worden.
  • Zelfs indien u geen personenbelasting moet betalen, bijvoorbeeld als u enkel een vervangingsinkomen hebt, geeft u deze vrijstelling van rv best aan in de personenbelasting. Dit is ook een belangrijk aandachtspunt als u een voorstel van vereenvoudigde aangifte ontvangt. Deze vrijstelling moet u zelf bijkomend invullen op het voorstel als u de rv van dividenden wil recupereren. Het aangeven van andere roerende inkomsten waarop reeds rv werd ingehouden (zie hierboven), kan hier ook fiscaal interessant
  • De vrijstelling van dividenden van erkende coöperatieve vennootschappen (190 euro) valt nu ook onder deze vrijstelling van 640 euro.
  • Voor inkomstenjaar 2019 is deze vrijstelling op dividenden opgetrokken naar 800 euro per belastingplichtige.

Verschillende effectendossiers


Was u in de loop van 2018 titularis van meer dan 1 effectenrekening? Vink dan de nieuwe codes 1072/2072 aan, ongeacht de waarde van uw effectenrekeningen. Deze nieuwe code werd ingevoegd in de aangifte naar aanleiding van de invoering van de effectentaks.


Deze bent u uiteraard enkel verschuldigd als de totale waarde van al uw effectendossiers bij verschillende financiële instellingen hoger is dan 500.000 euro.


Ontvangt u een voorstel van vereenvoudigde aangifte, dan zal u dit eventueel ook moeten aanvinken.


Gewoon of verhoogd pensioensparen


Uw gestorte bedragen voor pensioensparen vult u, net zoals vorig jaar, in onder de codes 1361/2361. En dit ongeacht voor welk systeem u koos:

  • het standaardsysteem van maximaal 960 euro, met een belastingvermindering van 30%
  • het keuzesysteem van maximaal 1.230 euro, met een belastingvermindering van 25%
  • De fiscus zal automatisch een voordeel toekennen van 30% als het ingevulde bedrag 960 euro of minder bedraagt. En een voordeel van 25% als u meer dan 960 euro invult.

Tip

Kiest u elk jaar voor het verhoogde pensioensparen, dan is het belangrijk dat u het maximum stort om het fiscaal voordeel te maximaliseren. Hebt u immers minder dan 1.152 euro gestort in het keuzesysteem, dan krijgt u hierop minder belastingvoordeel dan wanneer u 960 euro had gestort in het standaardsysteem.

Ter info: voor inkomstenjaar 2019 bedragen de maximale bedragen voor de 2 vormen van pensioensparen respectievelijk 980 euro en 1.260 euro. Vanaf een totaal gestort bedrag van 1.176 euro in 2019 bij het keuzesysteem gaat uw belastingvermindering hoger liggen dan in het standaardsysteem.


Aangifte premie Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen


Bent u zelfstandige zonder vennootschap? Dan zal u op uw aangifte personenbelasting mogelijk voor de eerste keer de premies van uw Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen (POZ) in codes 1342/2342 moeten invullen. Met deze levensverzekering kan u op een fiscaal vriendelijke manier een pensioenkapitaal onder de 2e pijler opbouwen. De bijdragen geven recht op een belastingvermindering van 30% voor zover u de ‘80%-grens’ niet overschrijdt. In het kort betekent deze grens dat het wettelijke en het aanvullende pensioen (onder de 2e pijler) samen niet hoger mogen liggen dan 80% van uw laatste beroepsinkomen.