Eurozone: de neerwaartse inflatiedruk overheerst.

1 september 2020

Frank Maet
Senior Macro Economist @Belfius


Véronique Goossens
Chief Economist @Belfius

Deel deze pagina:    

  • De Inflatie in de eurozone koelt opnieuw af in augustus.
  • Covid-19 zorgt voor flinke prijsschommelingen.
  • De kans op overdreven inflatie blijft beperkt in deze fase van de recessie.

Covid-19 blijft voor flinke schommelingen van de prijzen zorgen in de eurozone. In augustus daalde de kerninflatie naar 0,6% na een opstoot tot 1,1% eerder in de zomer.

De algemene inflatie, die ook rekening houdt met energie- en voedingsprijzen, duikt in augustus zelfs onder nul door het effect van de lagere energieprijzen. Zo zijn in ons land aardgas en huisbrandolie op één jaar tijd ongeveer 15% goedkoper geworden, wat de algemene inflatie voor de consumenten heel laag houdt.

De Europese Centrale Bank probeert die algemene inflatie richting 2% te sturen, omdat centrale bankdirecteurs ervan overtuigd zijn dat dit overeenstemt met een gezonde economische groei. Maar de instelling kijkt ook naar de kerninflatie, die in juli dus plots opflakkerde. Die evolutie en het ongeziene ondersteuningsbeleid door overheden en centrale bankiers hebben het inflatiedebat nieuw leven ingeblazen. Sommigen vrezen dat de enorme hoeveelheid geld die in de economie wordt gepompt op termijn een ontsporing van de prijzen zal in gang zetten. Hét schrikbeeld is de stagflatie van de jaren ’70, waarbij Europa te maken kreeg met een inflatie van meer dan 10% én een torenhoge werkloosheid.

De markten denken alleszins dat het risico op deflatie (dalende prijzen) vele malen groter is. Een spiraal van steeds lagere prijzen is slecht voor de economische groei, weerspiegelt een verzwakkende vraag en is nefast voor de bedrijfswinsten. De verwachting dat de prijzen verder zullen dalen, zet de consumenten ook nog eens aan om hun aankopen verder uit stellen. Kijk maar naar Japan, waar deflatie al twee decennia hand in hand gaat met een verzwakkende economische groei.

Covid-19 zorgt op dit ogenblik voor zowel inflatoire als deflatoire effecten. Zo werden de koopjes in vele landen uitgesteld. En omdat de prijzen steeds met vorig jaar worden vergeleken was er dus een prijsopstoot in juli. Anderzijds zorgt de verstoring van de aanvoerketens tijdens de lockdowns voor ‘bottlenecks’ in de productie. Daardoor worden sommige producten schaarser en dus duurder. Bovendien maken veel bedrijven meer kosten door de extra veiligheidsmaatregelen en het aanhouden van grotere voorraden. Als de ondernemingen die meerkosten doorrekenen, kan er inflatiedruk ontstaan.

In de huidige fase van de recessie zijn de deflatoire effecten echter nog veel sterker. Bedrijven klagen immers over een sterk verminderde vraag, wat druk zet op de prijzen voor hun producten. De activiteit in de industrie herstelt maar blijft ruim onder de niveaus van begin dit jaar, waardoor heel wat productiecapaciteit onbenut blijft. Ook de loondruk vermindert door een toename van de faillissementen en oplopende werkloosheid. De vrees voor een terugkeer van het inflatiespook lijkt dus voorbarig zolang de consument niet massaal aan het inkopen gaat.



Ontdek de Belfius Convictions


Ons dossier over Covid-19

Deel deze pagina: