Europese Commissie fileert Belgische economie

26 februari 2020

Deel deze pagina:  

Februari is traditioneel de maand waarin we overstelpt worden door analyses van de Belgische economie. Naast het rapport van de OESO en — dichter bij huis— de Nationale Bank, zagen we vorige week ook het IMF-verslag de revue passeren. Vandaag is het de beurt aan de Europese Commissie met haar landenrapport over België. De conclusies van deze rapporten zijn sterk gelijklopend; ze leggen dezelfde pijnpunten bloot en de aanbevelingen wijzen meestal in dezelfde richting. Een duidelijke boodschap dus aan het adres van onze politici.

Een eerste topprioriteit in het landenrapport is meer mensen aan het werk krijgen. Door de pensionering van de omvangrijke babyboomgeneratie, door het grote aantal vacatures en de historisch lage werkloosheidsgraad, wordt de arbeidsmarkt alsmaar krapper en krapper. Het aantal werkzoekenden per vacature nam de afgelopen jaren in snel tempo af, van vijf werkzoekenden in 2014 tot amper twee per vacature in 2018. In Vlaanderen is de toestand nog ernstiger, met maar één werkzoekende per openstaande betrekking.

België telt relatief gezien veel 20- tot 64-jarigen die niet actief zijn op de arbeidsmarkt, waaronder bijvoorbeeld jongeren die studeren, ouders die de fulltime zorg voor hun kinderen opnemen, en oudere mensen die de arbeidsmarkt (te) vroeg verlaten. Met uitzondering van de studenten, die investeren in hun toekomst, dienen we iedereen te motiveren om toch deel te nemen aan de arbeidsmarkt, onder andere met financiële prikkels. Zo wijst de Europese Commissie op het ontmoedigende effect van onze hoge personenbelasting. Hoewel de taks shift een stap in de goede richting was, is de kloof tussen de arbeidskost voor de werkgever en het nettoloon van de werknemer nog steeds de grootste in de EU.

De overheid moet ook verder durven schrappen in de stelsels die pensionering vóór de wettelijke pensioenleeftijd toelaten. Vooral in haar eigen administraties is dit problematisch: 54% van de ambtenaren zijn op hun zestigste óf eerder met pensioen. Daarnaast is België nog steeds de enige Europese lidstaat met onbeperkte werkloosheidsuitkeringen in de tijd. In Brussel en Wallonië is tot 56% van de werklozen langdurig werkloos, in Vlaanderen is dit 34%.

Tenslotte moeten we jongeren ook aanmoedigen om te kiezen voor de juiste opleidingen om knelpuntberoepen weg te werken. Meer aandacht voor wetenschappelijke, technologische en wiskundige opleidingen (STEM) is hierbij belangrijk.

Een tweede prioriteit is onze begroting. Wat het oplopende Belgische overheidstekort betreft, wijst de Europese Commissie in de eerste plaats naar onze overheidsuitgaven, die zelfs zonder de rentelasten mee te tellen (primaire uitgaven) tot de hoogste van Europa behoren. Alleen de overheden in Frankrijk, Finland en Denemarken geven meer geld uit. We zien op de grafiek dat de besparingen van de vorige regering de sterke uitgavenstijging van de jaren voordien nauwelijks gecompenseerd hebben. Vanaf 2018 gaat de trend opnieuw opwaarts. Omwille van de vergrijzingskosten zal het moeilijk zijn deze evolutie te keren. Over de periode 2020-2024 nemen de pensioenuitkeringen met zo’n 23% toe en de gezondheidszorguitgaven met 24%. Er kan bespaard worden door de efficiëntie van de overheidsdiensten te verhogen. Daarnaast kan een herziening van de uitgaven en het stellen van prioriteiten volgens de Europese Commissie ruimte creëren voor de noodzakelijke investeringen.

Aan de ontvangstenzijde kan de overheid een aantal belastingverminderingen onder de loep nemen, denk hierbij aan de negatieve milieueffecten van bedrijfswagens of tankkaarten, de negatieve herverdelende effecten van dienstencheques of de aftrek van interesten op leningen voor tweede verblijven. Men kan ook het huwelijksquotiënt herbekijken, wat de arbeidsdeelname van vrouwen kan stimuleren. De belastingen op arbeid en transactiebelastingen op onroerend goed moeten naar beneden, maar er is nog ruimte voor een verschuiving naar milieubelastingen en ook een belasting op de werkelijke huurinkomsten van huiseigenaars wordt aanbevolen.

Tenslotte wijst de Commissie ook op de slechte coördinatie op begrotingsvlak tussen de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten. Dat gebrek aan coördinatie tussen de verschillende overheden in dit land geldt trouwens niet alleen voor begrotingsafspraken. De EC stelt dat de hoge graad van fragmentatie van bevoegdheden en het tekort aan samenwerking problematisch is voor efficiënt beleid, denk bijvoorbeeld aan het uitblijven van een akkoord tussen de regio’s met betrekking tot de uitrol van 5G.

Deze informatie (en de eventuele bijgaande documenten) is louter bedoeld ter algemene informatie en vormt in geen geval een aanbod betreffende financiële, bank-, verzekerings- of andere producten en diensten, noch een beleggingsadvies.

Deel deze pagina: