19 juni 2026

Frank Maet
Senior Macro Economist @Belfius

Na meer dan drie maanden conflict hebben de V.S. en Iran een akkoord bereikt over het einde van de oorlog in het Midden-Oosten. Volgens de planning zetten beide partijen vrijdag hun handtekening onder het akkoord in Genève. Goed nieuws dat vooral op de aandelenmarkten positief is onthaald. Dat betekent echter niet dat de impact van de oorlog op de economie als sneeuw voor de zon verdwijnt. In Europa, maar ook in de V.S., blijven de economische gevolgen voor inflatie, groei en het monetair beleid tastbaar. Een overzicht van de belangrijkste factoren die de economische vooruitzichten bepalen.

1. Prijsstijgingen en inflatiedreiging.

Zolang de oorlog voortduurt en de Straat van Hormuz gesloten is, blijft de Europese aanvoer van olie, gas en lange reeks aan andere grondstoffen, zwaar verstoord. Sinds de start van de oorlog is de consumenteninflatie in de eurozone al opgelopen (van 1.9 procent in februari) naar 3,2 procent in mei, vooral door de prijsstijgingen op het vlak van energie. Zelfs als de Straat van Hormuz weer bevaarbaar wordt, zal het tijd vergen vooraleer de trafiek zich normaliseert. Heel wat energie-infrastructuur heeft door de oorlog schade opgelopen en de internationale olievoorraden moeten worden aangevuld.

Bovendien bestaat het risico dat later dit jaar, duurdere voedselprijzen de inflatie hoog houden. De landbouw wordt sinds het uitbreken van het Iran-conflict geconfronteerd met hogere energiekosten en peperdure prijzen voor kunstmest. Verderop in de productieketen krijgen de logistieke bedrijven te maken met hogere transportkosten. Bovendien waarschuwen meteorologen dat het weerfenomeen El Niño dit jaar krachtiger dan gewoonlijk zal zijn, met potentieel op extreem weer en tegenvallende oogsten.

2. Investeringen en consumptie in het gedrang

De onzekerheid over het verloop van het conflict werkt als een rem op de economie. Bedrijven stellen investeringen uit of schrappen ze zelfs, terwijl consumenten hun koopkracht zien dalen en terughoudend zijn met grote uitgaven. Dit vertaalt zich in een verslechterend ondernemingsklimaat, vooral in de dienstensector, en een dalend consumentenvertrouwen.

De activiteit in de verwerkende nijverheid houdt stand, maar dat is jammer genoeg niet ingegeven door een positieve kijk op de economische toestand. De industriële vraag die we momenteel zien, heeft vooral te maken met het aanleggen van voldoende voorraad in afwachting van verdere prijsstijgingen.

3. Risico op tekorten en vertragingen

In de industrie maakt men zich immers steeds meer zorgen over de druk die de oorlog in het Midden-Oosten zet op de toeleveringsketens. Die is duidelijk zichtbaar in verschillende datapunten, zoals de beoordelingen van inkoopmanagers over levertijden en tekorten en de stijgende containertarieven.. BASF-topman Markus Kamieth (*) waarschuwde recent dat stijgende inflatie en de verstoringen in de toeleveringsketen als gevolg van het Iran-V.S. conflict de vooruitzichten voor zowel de auto-industrie als de bredere economie hebben verslechterd. Tekorten aan materialen worden waarschijnlijker , zo is er nu reeds een schaarste aan zwavel en helium – essentieel voor chemische en industriële processen -. Tekorten aan basisgrondstoffen verhogen het risico op de verstoring van assemblagelijnen in een autosector die afhankelijk is van talrijke componenten uit de rest van de wereld.

4. Wat betekent dit voor de ECB en de Fed?

De centrale banken staan voor de lastige taak om een afweging te maken tussen de beteugeling van de inflatie en de vertraging van de economische activiteit.

De afgelopen weken maakte de ECB duidelijk dat de strijd tegen de hoge inflatie de voorrang krijgt. De hoofdeconoom van de centrale bank in Frankfurt, Philip Lane verklaarde dat de energieschok van de oorlog in het Midden-Oosten een blijvende impact zal hebben op de inflatie in de eurozone, zelfs als er op korte termijn een oplossing komt voor het conflict (**). De ECB heeft beleidslessen getrokken uit de eerdere energieschok (van 2022) toen de centrale bank te lang wachtte om de beleidsrente op te trekken. Vastbesloten om dezelfde fout niet te herhalen, zal de ECB op de monetaire vergadering van juni -volgens Belfius Research - van start gaan met de verhoging van de depositorente, in eerste instantie met 0,25 procent. Later dit jaar houden we rekening met nog twee extra renteverhogingen die de beleidsrente naar een niveau van 2,75 procent zullen tillen.

In Amerika is er minder overeenstemming over de noodzaak van een renteverhoging, ondanks het feit dat de consumenteninflatie er sterker is gestegen dan in Europa. Begin dit jaar werd nog gerekend op een aantal renteverlagingen door de Federal Reserve (de Amerikaanse centrale bank). Dat gunstige vooruitzicht lijkt nu weggeveegd door de inflatie die in mei verstevigde naar 4,2 procent, het hoogste niveau in drie jaar tijd. Naast de forse stijging van de prijzen voor brandstoffen, zijn er signalen dat ook de indrukwekkende investeringsgolf in AI-technologie de inflatie begint aan te wakkeren. De bedrijfsbevragingen wijzen op een aanhoudend tekort op het vlak van elektronische componenten en halfgeleiders die gebruikt worden in data centers. Voeg daarbij een Amerikaanse arbeidsmarkt die de afgelopen maanden sterker presteerde dan verwacht, en de financiële markten gaan zich afvragen of ook in de V.S. de rente niet stilaan moet worden verhoogd.

Bronnen
* Bloomberg
** ECB
Algemene bron: Belfius Strategic Research

Dit document, opgesteld en verspreid door Belfius Bank, weerspiegelt de visie van Belfius Bank op de financiële markten. Het bevat geen gepersonaliseerd beleggingsadvies of -aanbevelingen, noch onafhankelijk onderzoek op beleggingsgebied. De vermelde cijfers geven de situatie op een bepaald moment weer en kunnen veranderen.

Aarzel niet om contact op te nemen met uw financieel adviseur voor persoonlijk beleggingsadvies, die samen met u de mogelijke gevolgen zal onderzoeken die deze visie kan hebben voor uw individuele beleggingsportefeuille.

Resultaten uit het verleden, gesimuleerde resultaten uit het verleden of prognoses van toekomstige resultaten van een financieel instrument, een financiële index of een beleggingsdienst vormen geen betrouwbare indicatoren voor toekomstige resultaten.

Brutoresultaten kunnen beïnvloed worden door provisies, vergoedingen en andere lasten.

Prestaties uitgedrukt in een andere munt dan die van het land van verblijf van de belegger zijn onderhevig aan wisselkoersschommelingen, met een negatieve of positieve impact op de resultaten. Indien dit document verwijst naar een specifieke fiscale behandeling, dan is deze informatie afhankelijk van de individuele situatie van elke belegger en kan deze onderhevig zijn aan wijzigingen.

Deel dit pagina: