Federale regering staat voor 25 jaar besparingen

14 oktober 2019


Morgen moet België haar ontwerpbegroting voor het komende jaar indienen bij de Europese Commissie. Dat belooft geen rooskleurig plaatje te worden. Begin september gaf het Monitoringcomité, dat de begroting opvolgt, al aan dat het federale budget in 2020 afstevent op een tekort van 8,7 miljard euro. Maar wellicht is dit een onderschatting, aangezien het Federaal Planbureau de economische groeiverwachtingen voor dit en volgend jaar intussen naar beneden heeft bijgesteld. In plaats van een groei van 1.3% in 2019 en 2020 wordt nu voor beide jaren slechts een groei van 1.1% vooropgesteld. Minder groei betekent minder overheidsontvangsten en meer kosten, waardoor het tekort nog met 760 miljoen zou kunnen oplopen.

Sinds eind vorig jaar hebben we een federale regering in lopende zaken en dat betekent budgettaire stilstand. Besparingen of belastingverhogingen zijn nu immers uitgesloten. Intussen loopt het tekort automatisch op door de sterk toenemende vergrijzingskosten. De komende vijf jaar nemen deze kosten gemiddeld met zo’n twee miljard per jaar toe, en dit zonder rekening te houden met de inflatie. De grootste hap uit het budget vormen uiteraard de pensioenkosten; met jaarlijks gemiddeld 50 000 bijkomende gepensioneerden zien we deze kosten de komende legislatuur exploderen. Geen wonder dat het Monitoringcomité uitkwam op een federaal overheidstekort van bijna 12 miljard euro tegen het einde van de volgende regeerperiode.


Ook daarna zijn de problemen nog niet van de baan. De steile klim van de vergrijzingskosten zal nog zeker 25 jaar aanhouden, waardoor de komende vijf federale regeringen voor immense besparingen staan om de rekeningen te doen kloppen.


De oplossingen liggen niet voor de hand. Uiteraard moeten we meer mensen aan het werk krijgen én houden om de lasten van een snel verouderende bevolking op te vangen, maar hiermee werd al rekening gehouden in de kostenramingen van de Vergrijzingscommissie.


Een bijkomende complicatie is dat de vergrijzingsinspanningen ongelijk verdeeld zijn over de verschillende overheden in België. Van de bijkomende vergrijzingskosten tot 2045, komt slechts 13% ten laste van de regionale en lokale overheden. De Vlaamse, Waalse en Brusselse regering voelen met andere woorden niets van de vergrijzingsstrop die zich steeds nauwer om de federale hals sluit. Ze zullen geen overschotten boeken om de Belgische begroting te redden.

Budgettaire kosten van de vergrijzing (%BBP)


Bron: rapport Studiecommissie voor de Vergrijzing 2019


Gelukkig koopt de gemiddelde Belg een eigen huis als pensioenverzekering, of legt hij/zij zélf een spaarpotje aan voor de oude dag. Want ondanks meer dan 20 jaar van waarschuwingen aan het adres van de overheid is er geen pensioenspaarpot opgebouwd. De pensioenhervorming van de regering Michel zal de kosten wel wat drukken, maar dit werd reeds in bovenstaand kostenplaatje verwerkt. Het was allemaal ruim onvoldoende, waardoor iedere regering van de komende kwarteeuw zal moeten zoeken naar miljarden om de pensioenbeloften waar te maken.

Deel deze pagina:

Deze informatie (en de eventuele bijgaande documenten) is louter bedoeld ter algemene informatie en vormt in geen geval een aanbod betreffende financiële, bank-, verzekerings- of andere producten en diensten, noch een beleggingsadvies.