Meerwaarde­belasting
Alles wat u wil weten...

Meerwaarde­belasting
Alles wat u wil weten...

 

Laatste update - 21/04/2026.

De wet die een belasting op de meerwaarde implementeert, is nu gestemd

Op 2 april 2026 werd in de Kamer de wet goedgekeurd die een belasting invoert op meerwaarden op financiële activa. Deze wet geldt retroactief vanaf 1 januari 2026. Dat betekent dat meerwaarden die sinds die datum werden gerealiseerd, in principe belastbaar zijn.

Dit betekent echter niet automatisch dat u in alle gevallen een belasting moet betalen. De wet voorziet namelijk in verschillende vrijstellingen, waardoor het perfect mogelijk is dat u geen belasting verschuldigd bent.

Naast de klassieke verrichtingen zoals de verkoop van effecten die op een effectenrekening worden aangehouden, kan deze nieuwe belasting immers ook van toepassing zijn in een aantal andere specifieke situaties (bijvoorbeeld de verkoop van een participatie in een familiale onderneming, een uittreding uit onverdeeldheid, enz.).

Nu deze wet is aangenomen, willen wij u informeren over de situaties waarin u mogelijk met deze belasting te maken kunt krijgen en toelichten hoe de bank u daarbij begeleidt. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste regels en antwoorden op uw vragen.

De nieuwe meerwaardebelasting: de belangrijkste punten in één oogopslag

Wat valt onder de taks?

De meerwaardebelasting is zeer ruim van toepassing op o.a. financiële instrumenten, valuta, cryptoactiva en beleggingsgoud. Producten met een fiscaal voordeel (zoals bepaalde verzekeringen – z. hieronder) zijn uitgesloten.

Hoe wordt de meerwaarde berekend?

  • Algemene regel: verkoopprijs min aankoopprijs
  • FIFO-principe: bij meerdere aankopen telt altijd de oudste aankoop eerst
  • Aankopen vóór 1/1/2026: referentiekoers = slotkoers op 31/12/2025
    (of de hogere werkelijke aankoopwaarde – mogelijk tot inkomstenjaar 2030)
  • Andere munten: aanschaffings- en verkoopwaarde worden omgerekend naar euro tegen de geldende wisselkoers
  • Roerende inkomsten (bv. gelopen rente) worden uit de meerwaarde gehaald om dubbele belasting te vermijden
  • Kosten en taksen zijn niet aftrekbaar

Minderwaarden

Minderwaarden zijn aftrekbaar binnen hetzelfde inkomstenjaar.

Vrijstelling

  • Jaarlijkse vrijstelling van €10.000 per belastingplichtige (2026, geïndexeerd)
  • Beperkte overdracht naar volgende jaren mogelijk

Tarief

  • 10% (algemeen regime)

Hoe betaalt u de taks?

U kiest tussen twee opties:

Optie 1 – Inhouding door de bank (standaard)
De bank houdt de taks onmiddellijk in, zonder rekening te houden met:

  • minderwaarden
  • de vrijstelling van €10.000
  • een hogere historische aankoopwaarde

U kan dit nadien corrigeren via uw belastingaangifte.

Optie 2 – Via uw belastingaangifte (opt-out)
U betaalt zelf via de aangifte. Belfius bezorgt u alle gegevens waarover zij beschikt en meldt bepaalde info aan de fiscus.

In geval van onverdeeldheid moeten alle rekeninghouders deze keuze expliciet maken.

Uw keuze geldt voor het volledige jaar en kan jaarlijks worden aangepast.

Speciale gevallen waarin de taks ook verschuldigd kan zijn

  • Instappen in onverdeeldheid of uittreden uit onverdeelheid
    Wanneer u samen met iemand anders beleggingen in onverdeeldheid brengt of eruit stapt, kan dat soms beschouwd worden als een gedeeltelijke verkoop. In die gevallen kan er toch een meerwaardebelasting ontstaan, zelfs al verkoopt u eigenlijk niets. Voor meer details daarover kunt u onze FAQ hieronder raadplegen of contact opnemen met uw banker.
  • De verkoop van participaties die u aanhoudt in niet-beursgenoteerde vennootschappen (en die dus niet op uw effectenrekening staan):
    De meerwaarden die op dergelijke participaties worden gerealiseerd, vallen eveneens onder de tax op de meerwaarde. Afhankelijk van het percentage van de aangehouden participatie (lager of hoger dan 20%), verschillen zowel het tarief als de voorwaarden voor een mogelijke vrijstelling. Consulteer onze FAQ voor meer details.

Alle antwoorden op uw vragen, overzichtelijk toegelicht

  • Vanaf wanneer geldt de belasting?


    • De wet werd op 2 april 2026 aangenomen en is retroactief van toepassing vanaf 1 januari 2026.
  • Voor wie is de belasting van toepassing?


    • Natuurlijke personen met fiscale verblijfplaats in België.
    • Bepaalde rechtspersonen (zoals vzw’s en stichtingen) onderworpen aan de Belgische rechtspersonenbelasting. Hier vindt u daar meer info over.
    • Belgische vennootschappen en fysieke personen die niet onderworpen zijn aan de inkomstenbelasting in België, betalen deze belasting niet.
  • Op welke verrichtingen is de belasting van toepassing?


    De belasting geldt wanneer er een meerwaarde ontstaat bij de overdracht van financiële activa tegen betaling in het kader van het normale beheer van het privévermogen.

    Bijvoorbeeld:

    • Verkoop van aandelen
    • Terugkoop van aandelen die in een bevek worden aangehouden

    De belasting is van toepassing op welke manier u ook belegt: autonoom (execution only), met advies of in discretionair beheer.

  • Welke activa zijn niet onderworpen aan deze belasting?


    • Betaalrekeningen
    • Spaarrekeningen
    • Termijnrekeningen
    • Pensioenspaarfondsen
    • Groepsverzekeringen
    • Levensverzekeringen in het kader van pensioensparen
    • Individuele levensverzekeringen die recht geven op een belastingvermindering in het kader van langetermijnsparen
    • Levensverzekeringen die enkel een uitkering voorzien in geval van overlijden (bijvoorbeeld de schuldsaldoverzekering)
    • Waardevolle voorwerpen, behalve beleggingsgoud (bijvoorbeeld juwelen, zilverwerk, kunstwerken...)
  • Welke activa vallen onder deze belasting?


    Financiële instrumenten

    • Aandelen (genoteerd of niet)
    • Obligaties
      Wat obligaties betreft, kan eenzelfde inkomst maar één keer belast worden. De coupons die door de obligaties worden uitgekeerd, zijn al onderworpen aan de roerende voorheffing en vallen dus niet onder de berekeningsbasis van de nieuwe belasting. Enkel de realisatie van een meerwaarde, bijvoorbeeld bij de aankoop of verkoop op de secundaire markt, vormt een basis voor de nieuwe belasting. Net als kasbons zijn de BFC-uitgiftes (Belfius Financing Company) obligaties en volgen ze dezelfde logica.
    • Staatsbons
    • Certificaten
    • Fondsen
      De meerwaarde die gegenereerd wordt door het obligatiegedeelte van een fonds en die al belast wordt, is niet onderworpen aan de nieuwe belasting.
    • ETF (Exchange-Traded Funds: indexfondsen)
    • Bepaalde derivaten

    Verzekeringscontracten

    • Levensverzekeringen (tak 21, 23, 44...), ook buitenlandse (bijvoorbeeld de Luxemburgse tak 6)
    • Kapitalisatieproducten, ook buitenlandse

    Munten

    • Traditionele munten
    • Digitale munten

    Andere

    • Cryptoactiva
    • Goud als belegging
  • Wat met schenkingen en erfenissen?


    Deze belasting is niet van toepassing op schenkingen en erfenissen.

  • Hoeveel bedraagt het belastingtarief?


    • Er is een vast tarief van 10%.
    • Er zijn een aantal vrijstellingen voorzien.
  • Zijn er vrijstellingen?


    Er bestaat een jaarlijkse vrijstelling per persoon (natuurlijke of rechtspersoon), vastgesteld op 10.000 euro in 2026.

    • Gebruikt u de eerste schijf van 1.000 euro van deze vrijstelling niet volledig, dan mag u het niet-gebruikte saldo (maximaal 1.000 euro) overdragen naar het volgende jaar. Het volgende jaar zal eerst het overgedragen vrijstellingsbedrag worden gebruikt en daarna de vrijstelling van dat jaar, enzovoort.
    • De overdracht is maximaal vijf jaar geldig, wat de totale vrijstelling op maximaal 15.000 euro brengt als er gedurende vijf opeenvolgende jaren geen meerwaarde gerealiseerd wordt (10.000 euro basis + 1.000 euro overgedragen elk jaar).

    Aandachtspunt: De jaarlijkse basisvrijstelling bedraagt 10.000 EUR voor het inkomstenjaar 2026. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en zal dus hoger liggen voor latere inkomstenjaren. De eventuele overdracht van het niet‑benutte saldo, beperkt tot 1.000 EUR, is daarentegen niet onderworpen aan indexering.

    Omwille van de eenvoud zijn de onderstaande voorbeelden opgesteld op basis van een constante jaarlijkse vrijstelling van 10.000 EUR, ook voor de jaren na 2026, terwijl de in de praktijk toepasselijke vrijstelling hoger zal liggen.

    Illustrerende voorbeelden

    Voorbeeld 1

    Jaar



    Netto meerwaarde


    Basisvrijstelling


    Overgedragen vrijstelling


    Belastbare meerwaarde

    Opmerkingen




    2026


    Netto meerwaarde



    0

    Basisvrijstelling



    10.000

    Overgedragen vrijstelling



    0

    Belastbare meerwaarde



    0

    Opmerkingen



    Geen meerwaarde, dus geen vrijstelling gebruikt.
    De eerste €1.000 van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2027.



    2027



    Netto meerwaarde



    1.500


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    1.000


    Belastbare meerwaarde



    0


    Opmerkingen



    Gebruik van de vrijstelling:
    eerst de overgedragen vrijstelling van 2026 (€1.000) en daarna €500 van de basisvrijstelling.
    Het saldo van €500 van de eerste schijf van €1.000 van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2028.



    2028



    Netto meerwaarde



    16.000


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    500


    Belastbare meerwaarde



    5.500


    Opmerkingen



    Volledig gebruik: overgedragen vrijstelling (€500) + basisvrijstelling (€10.000).
    Geen overdracht mogelijk voor het volgende jaar.


    Voorbeeld 2

    Jaar



    Netto meerwaarde


    Basisvrijstelling


    Overgedragen vrijstelling


    Belastbare meerwaarde

    Opmerkingen




    2026


    Netto meerwaarde



    0

    Basisvrijstelling



    10.000

    Overgedragen vrijstelling



    0

    Belastbare meerwaarde



    0

    Opmerkingen



    Geen meerwaarde, dus geen vrijstelling gebruikt.
    De eerste €1.000 van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2027.



    2027



    Netto meerwaarde



    0


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    1.000


    Belastbare meerwaarde



    0


    Opmerkingen



    Geen meerwaarde, dus geen vrijstelling gebruikt.
    Overdracht naar 2028: de eerste €1.000 van de basisvrijstelling + de overgedragen vrijstelling van €1.000 van 2026.



    2028



    Netto meerwaarde



    17.500


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    2.000


    Belastbare meerwaarde



    5.500


    Opmerkingen



    Volledig gebruik: overgedragen vrijstelling (€2.000) + basisvrijstelling (€10.000).
    Geen overdracht mogelijk voor het volgende jaar.

    Voorbeeld 3

    Jaar



    Netto meerwaarde


    Basisvrijstelling


    Overgedragen vrijstelling


    Belastbare meerwaarde

    Opmerkingen




    2026


    Netto meerwaarde



    0

    Basisvrijstelling



    10.000

    Overgedragen vrijstelling



    0

    Belastbare meerwaarde



    0

    Opmerkingen



    Geen meerwaarde, dus geen vrijstelling gebruikt.
    De eerste €1.000 van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2027.



    2027



    Netto meerwaarde



    5.000


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    1.000


    Belastbare meerwaarde



    0


    Opmerkingen



    Gebruik: eerst de overgedragen vrijstelling van 2026 (€1.000) en daarna €4.000 van de basisvrijstelling.
    De eerste €1.000 van de basisvrijstelling zijn opgebruikt, dus geen overdracht mogelijk naar 2028.



    2028



    Netto meerwaarde



    12.500


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    0


    Belastbare meerwaarde



    2.500


    Opmerkingen



    Volledig gebruik: de basisvrijstelling (€10.000) + geen vrijstelling overgedragen naar 2027.
    Geen overdracht van de eerste €1.000 van de basisvrijstelling van 2028 naar het volgende jaar.

  • Hoe wordt de aankoopprijs bepaald?


    Het gaat om de prijs waaraan het financiële actief gekocht is. Wanneer er meerdere identieke activa zijn, wordt de FIFO-methode (First In, First Out) toegepast: het eerst gekochte actief wordt beschouwd als het eerst verkochte.

    Voorbeeld:

    U kocht 300 aandelen van bedrijf A

    • Jaar N: 100 aandelen aan €100
    • Jaar N+1: 100 aandelen aan €120
    • Jaar N+2: 100 aandelen aan €150

    U verkoopt 150 aandelen. Volgens de FIFO-methode is de aankoopprijs: (100 x €100) + (50 x €120) = €16.000.

    Voor bestaande posities is de aankoopprijs de waarde op 31/12/2025. Als uw een hogere aankoopprijs dan deze waarde kan bewijzen, kan u deze gebruiken.

  • Hoe wordt de meerwaarde berekend?


    • De meerwaarde komt overeen met het positieve verschil tussen de verkoop- en aankoopprijs van de financiële activa.
    • De minderwaarden die in hetzelfde belastingjaar gerealiseerd zijn, mogen worden afgetrokken.
    • Kosten en taksen gelinkt aan verrichtingen (beheerskosten, beurstaks...) zijn niet aftrekbaar.

    Voorbeeld:

    • Verkoop van 150 aandelen A:
      Aankoopprijs: €16.000
      Verkoopprijs: €30.000
      Meerwaarde: €14.000
    • Verkoop van 50 aandelen B:
      Aankoopprijs: €9.000
      Verkoopprijs: €5.000
      Minderwaarde: €4.000

    Belastbare basis = €14.000 - €4.000 = €10.000
    Dankzij de vrijstelling van 10.000 euro is er geen belasting verschuldigd.
    De eerste schijf van 1.000 euro is volledig opgebruikt, dus er niets over te dragen naar volgend jaar.

  • Wat met beleggingen in effecten die zijn uitgedrukt in een vreemde valuta?


    De meerwaarde wordt telkens in euro berekend. Zowel de aankoopprijs als de verkoopprijs worden omgerekend tegen de wisselkoers die geldt op hun respectieve datum. Het verschil tussen beide vormt de belastbare basis (of eventueel de minderwaarde).

    Voorbeeld: U schrijft zich op 1/01/X in op een obligatie in Amerikaanse dollar met een nominale waarde van 100 USD. Op het moment van inschrijving bedraagt de wisselkoers USD/EUR 0,85 EUR. U behoudt de obligatie tot op de vervaldag en ontvangt op 1/01/X+1 een terugbetaling van 100 USD. Op dat moment is de wisselkoers USD/EUR gestegen tot 0,90 EUR.

    Hoewel het bedrag in dollar bij aankoop en bij terugbetaling identiek blijft, resulteert de berekening in euro in een verschil:

    • Aankoopprijs: 100 USD × 0,85 = 85 EUR
    • Verkoopprijs: 100 USD × 0,90 = 90 EUR
    • De belastbare basis voor de meerwaardebelasting bedraagt bijgevolg 5 EUR (90 EUR − 85 EUR).

    Indien in dezelfde situatie de wisselkoers op het moment van terugbetaling niet 0,90 EUR maar 0,80 EUR bedraagt, realiseert de cliënt een aftrekbare minderwaarde van 5 EUR [(100 USD × 0,85) − (100 USD × 0,80)\].

  • Hoe gebeurt de betaling van deze belasting?


    Algemene regel

    U hebt twee opties.

    • Optie 1 – Belfius houdt onmiddellijk het belastingbedrag in (= opt-in en de standaardkeuze).

      Belfius houdt de belasting op de gerealiseerde belastbare meerwaarden in en houdt hierbij geen rekening met de volgende elementen:

      (1) De aftrekbare minderwaarden
      (2) De jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro
      (3) Een gemiddelde aankoopwaarde wanneer deze hoger is dan de waarde op 31/12/2025 (voor de bestaande posities op 1/1/2026).

      Belfius deelt u alle gegevens mee waarover ze beschikt, zodat u – als u dat wil – het belastingbedrag kan aanpassen via uw jaarlijkse aangifte. Als u geen keuze meedeelt, zal de opt-in standaard worden toegepast.

    • Optie 2 – U betaalt de belasting via uw belastingaangifte (= opt-out).

      In dat geval deelt Belfius u alle gegevens mee waarover ze beschikt, zodat u uw aangifte kan invullen. Tegelijkertijd is Belfius verplicht om bepaalde informatie aan de fiscale administratie te communiceren, waaronder het bedrag van de meerwaarden en de identiteit van de rekeninghouders of van de houders van het spaar‑ en/of beleggingsverzekeringscontract. Deze optie is alleen van toepassing als u daar uitdrukkelijk om gevraagd hebt.
      Zijn er meerdere rekeninghouders voor één rekening, dan moeten ze allemaal uitdrukkelijk deze keuze maken. Bij gebrek daaraan wordt de opt-in op de hele rekening toegepast.
      In het omgekeerde geval, wanneer alle rekeninghouders de keuze voor een opt-out hebben gemaakt, volstaat het dat één rekeninghouder deze keuze herroept om opnieuw de opt-in op de hele rekening toe te passen.

    De keuze die u maakt, geldt voor het hele jaar. U kan uw keuze elk jaar wijzigen, met ingang van het volgende jaar. Als u niets doet, wordt de inhoudings- en betaalwijze van het vorige jaar automatisch verlengd.

    Wil u een opt-out? Geef dit dan ten laatste op 12 juni 2026 door. U kan uw keuze gemakkelijk online doorgeven: via uw computer of smartphone.

    Via uw computer

    • Surf naar belfius.be/directnet en vraag Belfius Direct Net aan.
    • Zodra uw aanvraag in orde is, kan u aanmelden op onze website en uw bankzaken online regelen.
    • Klik links op Beleggingen > Diensten en Tools > Meerwaardebelasting: opt-out.
    • Duid de effectendossiers en spaar- en beleggingsverzekeringscontracten aan waarvoor u een opt-out wil en onderteken uw keuze.

    Via uw smartphone

    • Ga naar de App Store of Google Play en download Belfius Mobile.
    • Meld u aan.
    • Klik onderaan uw scherm op "Beleggen".
    • Klik op de drie puntjes rechts bovenaan naast de titel "Mijn beleggingen".
    • Klik op "Meerwaardebelasting: keuze opt-out""Meerwaardebelasting: keuze opt-out".
    • Duid de effectendossiers en spaar- en beleggingsverzekeringscontracten aan waarvoor u een opt-out wil en onderteken uw keuze.

    Goed om te weten:

    • U maakt uw keuze per effectendossier en per spaar- en/of beleggingsverzekeringscontract.
    • Staat uw effectendossier op naam van meerdere personen? Dan moet iedereen akkoord gaan met een opt-out en moeten alle rekeninghouders op dezelfde manier tekenen: digitaal of in uw Belfius-kantoor.

    Bijzonderheden voor 2026

    Het jaar 2026 is een bijzonder jaar voor de meerwaardebelasting.

    Waarom? Omdat

    • de wet werd aangenomen op 2 april 2026, maar met retroactieve werking vanaf 1 januari 2026; en
    • Belfius Bank de meerwaardebelasting aan de bron voor ‘optin’-klanten pas moet inhouden vanaf 1 juni 2026, en Belfius Verzekeringen pas vanaf 1 september 2026.

    Bijgevolg worden voor dit eerste jaar de hierboven beschreven modaliteiten inzake inhouding en betaling aangepast, om rekening te houden met deze specifieke context.

    Opt-in

    Indien u klant bent en verkiest ‘opt-in’ te blijven, hoeft u geen actie te ondernemen.

    • Vanaf 1 juni 2026 zal Belfius Bank automatisch de meerwaardebelasting inhouden.
    • Voor Belfius Verzekeringen gebeurt dit vanaf 1 september 2026.

    Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026 ontvangen klanten van Belfius Bank een brief waarin zij worden uitgenodigd om de voor deze periode verschuldigde belasting te betalen.

    Voor Belfius Verzekeringen worden klanten voor de periode tot en met 31 augustus 2026 uitgenodigd om hiervoor contact op te nemen met hun verzekeringsagent.

    Indien u de belasting betaalt, zal Belfius het bedrag doorstorten aan de Schatkist. Deze betaling wordt beschouwd als een bevrijdende betaling, gelijkgesteld met een voorheffing.

    Opt-out

    Indien u als klant wenst te kiezen voor het ‘opt-out’-regime, moet u deze keuze uitdrukkelijk bevestigen. Dit kan via Belfius Direct Net, Belfius Mobile of in het kantoor.

    In dat geval wordt geen onderscheid gemaakt tussen de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026 (Belfius Bank) of 31 augustus 2026 (Belfius Verzekeringen) enerzijds, en de daaropvolgende periode anderzijds.

    U moet uw meerwaarden dan zelf aangeven in uw belastingaangifte voor het volledige inkomstenjaar.

  • Hoe werkt dit voor beleggingsportefeuilles met een opsplitsing in vruchtgebruik en blote eigendom?


    De wet voorziet dat de meerwaardebelasting verschuldigd is door de blote eigenaar. Het is ook de blote eigenaar die instaat voor de keuze van de betalingswijze van de belasting en die, indien hij geen inhouding aan de bron wenst, het opt-out moet uitoefenen.

  • Wat met financiële instrumenten die door meerdere personen in volle eigendom worden aangehouden?


    Wanneer meerdere personen medeeigenaar zijn van dezelfde financiële instrumenten, moeten de minderwaarden, vrijstellingen en andere fiscale verplichtingen tussen hen worden verdeeld in verhouding tot hun rechten in de medeeigendom.

    In de praktijk moet elke situatie dus individueel worden beoordeeld.

    Belfius berekent de meerwaardebelasting steeds op het totaalbedrag van de meerwaarden die zijn gerealiseerd binnen het onverdeelde of gemeenschappelijke portefeuille.
    De verdeling van de meer en minderwaarden tussen de medetitularissen moet vervolgens door henzelf gebeuren in hun belastingaangifte.

    Voorbeeld: Wanneer een effectenrekening wordt aangehouden door een gehuwd koppel onder het stelsel van de gemeenschap van goederen (met een verdeling van 50/50), berekent en inhoudt Belfius (in geval van optin) de meerwaardebelasting op het niveau van de gemeenschappelijke portefeuille.

    Elke echtgenoot kan echter afzonderlijk genieten van de jaarlijkse vrijstelling van 10.000 EUR in hun gezamenlijke aangifte in de personenbelasting. Deze vrijstelling wordt dan toegepast op elk van hen voor de helft van de gerealiseerde meerwaarden op de betrokken effectenrekening.

  • Hoe wordt de meerwaardebelasting toegepast wanneer u effecten naar of van Belfius overdraagt?


    Overdracht van effecten naar Belfius (transfer ‘IN’).

    • Hoe wordt uw aankoopprijs bepaald?
      Bij een overdracht naar Belfius moet de aankoopprijshistoriek van uw effecten (volgens de FIFOmethode) rechtstreeks door uw vorige bank worden overgemaakt. Deze gegevens zijn noodzakelijk om bij een latere verkoop een eventuele belastbare meerwaarde correct te kunnen berekenen.
    • Wat als de aankoopprijshistoriek niet wordt doorgestuurd?
      Indien uw vorige bank deze gegevens niet overmaakt, wordt de aankoopprijs geregistreerd op 0 euro. Bij verkoop zal de belasting van 10 % dan worden toegepast op het volledige verkoopbedrag, en niet enkel op de gerealiseerde meerwaarde.
      Belfius neemt contact op met uw vorige bank en stuurt meerdere herinneringen om de historiek te verkrijgen. Indien hierop geen reactie volgt, wordt u geïnformeerd over de gevolgen en de mogelijke alternatieven.
    • Kunt u zelf bewijsstukken van de aankoopprijs aanleveren?
      Nee. Voor de berekening van de meerwaardebelasting worden uitsluitend gegevens aanvaard die rechtstreeks tussen banken worden uitgewisseld. Door u aangeleverde documenten vervangen de officiële interbancaire historiek niet. Deze documenten kunnen u wel toelaten om via uw belastingaangifte zelf een berekening te maken of een regularisatie door te voeren.
    • Wilt u vlak na de overdracht verkopen?
      Het wordt sterk aangeraden te wachten tot de bevestiging van de verwerking van de aankoopprijshistoriek in onze systemen alvorens tot verkoop over te gaan. Zo vermijdt u dat het volledige verkoopbedrag als belastbare meerwaarde wordt beschouwd.

    Overdracht van effecten naar een andere bank (transfer ‘OUT’).

    Belfius bezorgt de aankoopprijshistoriek aan de nieuwe bank, op voorwaarde dat deze deelneemt aan de sectorale informatieuitwisseling (Febelfinakkoord). Indien de nieuwe bank hieraan niet deelneemt, kan de overdracht gebeuren op uitdrukkelijk verzoek van de klant.

    Hoe waarborgt Belfius de vertrouwelijkheid van uw gegevens bij deze informatieuitwisselingen (‘IN’ en ‘OUT’)?

    De bank leeft de GDPR-regelgeving strikt na en maakt gebruik van beveiligde formaten en communicatiekanalen die zijn vastgelegd binnen de sectorale Febelfininitiatieven voor de uitwisseling van aankoopprijshistorieken.

  • Wat zijn de specifieke gevallen waarin de taks verschuldigd kan zijn zonder verkoop?


    De meerwaardetaks is niet enkel verschuldigd bij de verkoop van financiële instrumenten. Ook in een aantal specifieke situaties die worden beschouwd als een "overdracht onder bezwarende titel" kan de taks verschuldigd zijn. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste gevallen.

    Inonverdeeldheidtreding

    Bij een inbreng in onverdeeldheid kan meerwaardebelasting verschuldigd zijn wanneer de inbreng door de partijen asymmetrisch is. Dit betekent dat de ingebrachte goederen niet identiek zijn.

    Voorbeeld

    • Persoon 1 brengt 100 aandelen X in
      • Waarde: €1.000
      • Aankoopprijs: €500
    • Persoon 2 brengt 100 aandelen Y in
      • Waarde: €1.000
      • Aankoopprijs: €750

    Meerwaardeberekening bij inbreng

    • Persoon 1
      • Draagt 50% van de aandelen X over in ruil voor 50% van de aandelen Y
      • Belastbare meerwaarde:
        €500 (1.000 / 2) − €250 (500 / 2) = €250
      • Verschuldigde taks: €25 (10%)
      • Nieuwe FIFOpositie:
        50 aandelen Y aan €10
    • Persoon 2
      • Draagt 50% van de aandelen Y over in ruil voor 50% van de aandelen X
      • Belastbare meerwaarde:
        €500 (1.000 / 2) − €375 (750 / 2) = €125
      • Verschuldigde taks: €12,50
      • Nieuwe FIFOpositie:
        50 aandelen X aan €10

    Uitonverdeeldheidtreding

    (niet in het kader van een erfenis, echtscheiding of beëindiging van wettelijke samenwoning binnen drie jaar)

    Ook bij het uittreden uit een onverdeeldheid kan de meerwaardebelasting van toepassing zijn wanneer de partijen ongelijke kavels ontvangen.

    Voorbeeld

    Een onverdeeldheid tussen twee personen:

    • Persoon 1 neemt alle 100 aandelen X
      • Waarde: €1.000
      • Aankoopprijs: €500
    • Persoon 2 neemt alle 100 aandelen Y
      • Waarde: €1.000
      • Aankoopprijs: €750

    Meerwaardeberekening bij uitonverdeeldheid

    • Persoon 1
      • Draagt 50% van de aandelen Y over in ruil voor 50% van de aandelen X
      • De overige 50% van de aandelen X waren reeds in bezit
      • Belastbare meerwaarde:
        €500 (1.000 / 2) − €250 (500 / 2) = €250
      • FIFOpositie aandelen X:
        • 50% aan €10
        • 50% aan €5
    • Persoon 2
      • Draagt 50% van de aandelen X over in ruil voor 50% van de aandelen Y
      • De overige 50% van de aandelen Y waren reeds in bezit
      • Belastbare meerwaarde:
        €500 (1.000 / 2) − €375 (750 / 2) = €125
      • FIFOpositie aandelen Y:
        • 50% aan €10
        • 50% aan €7,5
  • Hoe is de belasting van toepassing op participaties die niet worden aangehouden op een effectendossier?


    Verkoop van een participatie van minder dan 20% (buiten een effectendossier)

    Bij de verkoop van een participatie in een vennootschap die niet wordt aangehouden op een effectendossier en waarbij de deelneming minder dan 20% bedraagt, is het algemene regime van de meerwaardebelasting van toepassing.

    Ook hier moet rekening worden gehouden met:

    • de aangifteplicht van de meerwaarde, en
    • de correcte bepaling van de aanschaffingswaarde,
      of – voor participaties verworven vóór 1 januari 2026 – de waarde op 31 december 2025.
  • Welke andere specifieke regimes bestaan er binnen de meerwaardebelasting?


    Aanmerkelijk belang (≥ 20%)

    Voor aandeelhouders met een aanmerkelijk belang van minstens 20% geldt een specifiek regime.

    Belangrijkste kenmerken

    • Vrijstelling tot €1.000.000 meerwaarden, gespreid over vijf jaar
    • Boven dit bedrag gelden progressieve tarieven
    • Het regime volgt grotendeels het algemene regime, met enkele uitzonderingen

    Voorbeeld

    Realiseert u in opeenvolgende jaren meerwaarden, dan wordt de vrijstelling toegepast tot het totale plafond van €1.000.000 over vijf jaar is bereikt. Daarna is geen vrijstelling meer mogelijk tot er opnieuw "ruimte" ontstaat.

    Betaling van de belasting

    De bank komt niet tussen, ook niet bij optin. U moet de meerwaarde zelf aangeven en betalen via uw belastingaangifte.

    Interne meerwaarden

    Dit regime is van toepassing wanneer aandelen of winstbewijzen worden verkocht aan een vennootschap waarover de verkoper controle uitoefent (alleen of samen met echtgenoot en naaste familie).

    Belangrijkste kenmerken

    • Geen vrijstelling
    • Vast tarief van 33%
    • Enkel de waardestijging vanaf 31/12/2025 is belastbaar voor aandelen verworven vóór 1/1/2026

    De fiscus kan deze meerwaarden herkwalificeren als abnormale meerwaarden. In dat geval zijn ook de historische meerwaarden belastbaar (eveneens aan 33%).

    Betaling van de belasting

    Ook hier is er geen tussenkomst van de bank. De belasting moet steeds zelf worden aangegeven en betaald.

  • Hoe wordt de meerwaardebelasting toegepast bij een corporate action?


    Wat verstaan we onder een "corporate action"?

    Een corporate action is een verrichting die wordt beslist door de emittent van een effect (en niet door de belegger). De verrichting kan verplicht zijn (zonder keuze voor de belegger) of optioneel (met een keuze). Veelvoorkomende voorbeelden zijn spin offs, (reverse) stock splits, openbare overnamebiedingen, keuzedividenden en kapitaalverhogingen.

    Als u een aandelenportefeuille aanhoudt, kan het gebeuren dat één van uw posities in de loop van het jaar door een corporate action wordt beïnvloed. Bij fondsen of obligaties komt dit minder vaak voor.

    Kan een corporate action een belastbaar feit vormen?

    Ja. Afhankelijk van het type corporate action kunnen zich vier verschillende situaties voordoen.

    • De corporate action wordt gelijkgesteld met een verkoop: in dat geval is de meerwaardebelasting van toepassing en wordt de belastbare meerwaarde of de aftrekbare minderwaarde bepaald op het moment van de verrichting.

      Voorbeeld. Een openbaar overnamebod wordt behandeld als een verkoop tegen de biedprijs.

      Aandachtspunt: indien een deel van de verrichting onderworpen is aan roerende voorheffing, wordt op datzelfde deel geen meerwaardebelasting toegepast (geen dubbele belasting).
    • De corporate action wordt gelijkgesteld met een aankoop: er is op dat moment geen belasting verschuldigd, maar de verrichting leidt tot een nieuwe positie met een bijhorend aankoopbedrag. De meerwaardebelasting komt pas aan bod bij een latere verkoop van deze nieuwe effecten.

      Voorbeeld. Keuzedividend: wanneer u kiest voor effecten in plaats van cash, wordt dit beschouwd als een aankoop.
    • De corporate action wordt noch als een aankoop, noch als een verkoop beschouwd en leidt tot een "roll over" van de historische aankoopgegevens: er is dan geen belasting verschuldigd op het moment van de verrichting, maar wel een herkalibrering van de aankoopgeschiedenis. De nieuwe aandelen nemen de aankoopdatum en de aankoopwaarde van de ingeruilde aandelen over, zodat de continuïteit van de berekening volgens de FIFO methode verzekerd blijft. Een eventuele meer of minderwaarde wordt pas vastgesteld bij een latere verkoop, op basis van deze herrekende historische gegevens.

      Voorbeeld. Reverse split 5→1: u had 10 aandelen gekocht aan 22 €. Na de reverse split bezit u 2 aandelen van 110 € (22 € × 5). Er is geen belasting op het moment van de reverse split. Verkoopt u later aan 122 € per aandeel, dan realiseert u een meerwaarde van 12 € per aandeel.
    • De corporate action vormt een niet belastbaar feit voor de meerwaardebelasting: de verrichting wordt noch als een verkoop, noch als een aankoop beschouwd en leidt evenmin tot een roll over van historische gegevens.

      Voorbeeld. Wanneer een effect als "zonder waarde" wordt verklaard, is er geen sprake van een verkoop in de zin van de meerwaardebelasting. Er kan dus geen aftrekbare minderwaarde worden vastgesteld.

    Zijn bij een belastbare corporate action de algemene regels van de meerwaardebelasting van toepassing?

    Ja. Wanneer een corporate action aanleiding geeft tot een belastbare meerwaarde, zijn de algemene regels van de meerwaardebelasting van toepassing:
    het tarief van 10 %, de berekening volgens de FIFO methode, de vrijstelling van de eerste 10.000 euro en de betalingsmechanismen opt in en opt out.

Isabelle Verhulst, Directeur Integrated Wealth Solutions, licht deze belasting graag voor u toe.

 

Een duidelijk overzicht per product

Vergeet niet dat inkomsten maar één keer belast worden. Als een inkomst al belast wordt (bijvoorbeeld roerende voorheffing op de coupons van een kasbon), is er geen meerwaardebelasting van toepassing.

Geld storten (zichtrekeningen, spaarrekeningen en termijnrekeningen)

Zicht-, termijn- en spaarrekeningen zijn nooit onderworpen aan de meerwaardebelasting.

 
 

Individuele obligaties en schuldinstrumenten

In geval van meerwaarde bij de doorverkoop van deze producten is de meerwaardebelasting van toepassing. De belasting is niet van toepassing op de lopende interesten. Deze worden al belast als roerende inkomsten aan 30%.

Concreet voorbeeld: U kocht een obligatie met een nominale waarde van 100 euro, uitgegeven op 1/1/X met een interest van 3%, onder pari aan 90 euro en u verkoopt deze op 1/7/X door voor 95 euro.

→ Economische meerwaarde van 5 euro

  • De lopende interesten van 1,5 euro worden belast als roerende inkomsten
  • De belastbare basis voor de meerwaardebelasting bedraagt 3,5€ (5€-1,5€)
  • De terugbetaling van een obligatie op vervaldatum wanneer deze onder pari is gekocht (dit wil zeggen: gekocht tegen een prijs die lager is dan 100% van de nominale waarde) kan leiden tot de toepassing van de meerwaardebelasting op het verschil tussen de uitgiftprijs en de aankoopprijs.

Concreet voorbeeld: U heeft een obligatie gekocht die werd uitgegeven op 1/01/X tegen een uitgifteprijs van 97 EUR, onder pari aan 95 EUR.
U behoudt de obligatie tot op de vervaldag en ontvangt een terugbetaling van 100 EUR.

→ Economische meerwaarde van 5 EUR

  • Interestcomponent van 3 EUR (100 EUR − 97 EUR), belastbaar als roerend inkomen
  • De belastbare basis voor de meerwaardebelasting bedraagt 2 EUR (5 EUR − 3 EUR)

Merk ook op dat bij obligaties die zijn uitgegeven in een vreemde valuta, de evolutie van de wisselkoers kan leiden tot een belastbare meerwaarde of een aftrekbare minderwaarde, zelfs wanneer de obligatie wordt terugbetaald tegen haar nominale waarde.

Individuele aandelen

In geval van een meerwaarde bij de doorverkoop van aandelen is de meerwaardebelasting van toepassing.

 
 

Beleggingsfondsen (met rechtspersoonlijkheid, bijvoorbeeld bevek)

Als 10% of meer van de onderliggende activa belegd is in obligaties, is de roerende voorheffing van 30% (Reynders-taks) verschuldigd op het interestgedeelte van de meerwaarde. Voor het gedeelte van de meerwaarde dat niet onderworpen is aan de roerende voorheffing, is de meerwaardebelasting van 10% van toepassing.

Als minder dan 10% van de onderliggende activa belegd is in obligaties, is de meerwaarde enkel onderworpen aan de meerwaardebelasting.

Concreet voorbeeld: U heeft op 1 januari 2020 aandelen van een beleggingsfonds (SICAV) gekocht voor 100EUR en u verkoopt deze op 30 juni 2026 voor 250 EUR.

→ Economische meerwaarde van 150 EUR

Situatie 1: het fonds berekent een TIS (Taxable Income per Share)

Op 31/12/2025 bedraagt de nettoinventariswaarde (NIW) van de deelbewijzen 150 EUR. Op dat moment beloopt de TIS, die het obligatierendement van het fonds weergeeft, 10 EUR.

  • Belastbare basis van de nieuwe meerwaardebelasting:
    100 EUR (= 250 EUR − 150 EUR)
  • Belastbare basis voor de Reynderstaks:
    TIS = 10 EUR
    Verschuldigde Reynderstaks: 10 EUR × 30 % = 3 EUR

Voor de berekening van de nieuwe meerwaardebelasting wordt van de belastbare basis (100 EUR) de belastbare basis die reeds aan de Reynderstaks werd onderworpen (10 EUR) afgetrokken. Dit resulteert in 90 EUR (100 EUR − 10 EUR), waarop het tarief van 10 % wordt toegepast.

  • Verschuldigde meerwaardebelasting: 9 EUR

Totaal door de cliënt te betalen belasting:
3 EUR (Reynderstaks) + 9 EUR (nieuwe meerwaardebelasting) = 12 EUR

Situatie 2: het fonds berekent geen TIS

Hetzelfde voorbeeld, maar het fonds beschikt niet over een TIS en past een asset test van 25 % toe

  • Op het deel van de meerwaarde dat aan de Reynderstaks is onderworpen, met een belastbare basis van 37,50 EUR (= 150 EUR × 25 %), betaalt de cliënt 30 %, zijnde 11,25 EUR.
  • Op de meerwaarde die onder de nieuwe meerwaardebelasting valt, zijnde 62,50 EUR (= 100 EUR − 37,50 EUR), betaalt hij 10 %, of 6,25 EUR (zonder rekening te houden met eventuele vrijstellingen).

Totaal verschuldigde belasting: 17,50 EUR

Levensverzekeringen

De meerwaardebelasting is van toepassing wanneer een meerwaarde wordt gerealiseerd in een niet-fiscale spaar- of beleggingsverzekering van het type:

  • Tak 21 Spaarverzekeringen
  • Tak 23 Beleggingsverzekeringen
  • Tak 44 Beleggingsverzekeringen (combinatie Tak 21 en Tak 23)

Tak 21-levensverzekeringen zijn vrijgesteld van roerende voorheffing als u het product acht jaar bijhoudt. Verkoopt u het product vóór de periode van acht jaar voorbij is, bent u roerende voorheffing verschuldigd en dus geen meerwaardebelasting. Verkoopt u het na de periode van acht jaar, dan geldt de meerwaardebelasting.

Tak 23-levensverzekeringen zijn, in de regel, volledig onderworpen aan deze belasting.

Op welk ogenblik is de meerwaardebelasting verschuldigd?

Bij een afkoop of bij vereffening bij leven van de verzekerde op het einde van de overeenkomst.

Hoe wordt de meerwaardebelasting berekend in het geval van verzekeringen?

  • Voor overeenkomsten die worden gesloten vanaf 1 januari 2026 is de belastbare meerwaarde het positieve verschil tussen het uitgekeerde kapitaal en het totaalbedrag van de gestorte premies.
  • Voor overeenkomsten afgesloten vóór 1 januari 2026 geldt de reserve op 31 december 2025 als referentiewaarde of de geïnvesteerde premies indien deze hoger zijn dan de reserve op deze datum. De belastbare meerwaarde overeen met het positieve verschil tussen het uitgekeerde kapitaal en deze reserve.
 
 

Incentiveplannen

Aandelen, opties of warrants die een werknemer verkrijgt als beloning in het kader van een aandelenplan of een personeelsdeelnameplan, vormen financiële activa die in het toepassingsgebied van de nieuwe belasting vallen. Bij verkoop van Belfius‑warrants en langlopende opties vóór de vervaldatum is de gerealiseerde meerwaarde onderworpen aan de meerwaardebelasting.

De aankoopwaarde wordt vastgesteld op het moment waarop de warrants of opties verhandelbaar worden (dwz bij Belfius, de dag van het aanbod voor Belfiuswarrants en de dag waarop de blokkeringsperiode van één jaar verstrijkt voor langlopende opties), tenzij de (forfaitaire) referentiewaarde die wordt gebruikt voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing hoger ligt. In dat geval geldt die hogere waarde.

Concreet voorbeeld: Een werknemer ontvangt 250 Belfiuswarrants, uitgegeven op 04/06/2026 tegen 10 EUR per warrant. Hij aanvaardt de warrants op de dag van het aanbod, namelijk 05/06/2026. Op dat moment bedraagt hun waarde 10,45 EUR per warrant.

  • Indien de werknemer de warrants verkoopt op 05/06/2026 tegen 10,45 EUR per warrant, bedraagt de meerwaarde 0 EUR

(10,45 − 10,45) × 250\]. Er is in dat geval geen belasting verschuldigd.

  • Indien de werknemer de warrants verkoopt op 11/06/2026 tegen 11 EUR per warrant, bedraagt de meerwaarde 137,50 EUR

(11 − 10,45) × 250\]. De verschuldigde belasting (10 %) bedraagt dan 13,75 EUR. Deze belasting kan eventueel volledig worden vrijgesteld dankzij de jaarlijkse vrijstelling van 10.000 EUR (inkomstenjaar 2026).

Wat betekent de meerwaardebelasting voor uw beleggingen?

Robbe Van Hauwermeiren van Investment Strategy legt het uit.

Houdt u graag ook rekening met de laatste macro-economische inzichten van onze experten?

Luister dan naar Robbe Van Hauwermeiren van
Investment Strategy.