Meerwaarde­belasting
Alles wat u wil weten...

Meerwaarde­belasting
Alles wat u wil weten...

 

Laatste update - 23/12/2025.

De meerwaardebelasting: wat betekent dit voor u?

  • Vanaf wanneer geldt de belasting?


    • De wet zou begin 2026 moeten gestemd worden en retroactief worden toegepast vanaf 1 januari 2026.
  • Voor wie is de belasting van toepassing?


    • Natuurlijke personen met fiscale verblijfplaats in België en bepaalde rechtspersonen (zoals vzw’s en stichtingen) onderworpen aan de Belgische rechtspersonenbelasting.
    • Belgische vennootschappen en fysieke personen die niet onderworpen zijn aan de inkomstenbelasting in België, betalen deze belasting niet.
  • Op welke verrichtingen is de belasting van toepassing?


    De belasting geldt wanneer er een meerwaarde ontstaat bij de overdracht van financiële activa tegen betaling in het kader van het normale beheer van het privévermogen.

    Bijvoorbeeld:

    • Verkoop van aandelen
    • Terugkoop van aandelen die in een bevek worden aangehouden

    De belasting is van toepassing op welke manier u ook belegt: autonoom (execution only), met advies of in discretionair beheer.

  • Welke activa zijn niet onderworpen aan deze belasting?


    • Betaalrekeningen
    • Spaarrekeningen
    • Termijnrekeningen - behalve bij omzetting vanaf een rekening in vreemde munten naar euro
    • Pensioenspaarfondsen
    • Groepsverzekeringen
    • Levensverzekeringen in het kader van pensioensparen
    • Individuele levensverzekeringen die recht geven op een belastingvermindering in het kader van langetermijnsparen
    • Levensverzekeringen die enkel een uitkering voorzien in geval van overlijden (bijvoorbeeld de schuldsaldoverzekering)
    • Waardevolle voorwerpen, behalve beleggingsgoud (bijvoorbeeld juwelen, zilverwerk, kunstwerken…)
  • Welke activa vallen onder deze belasting?


    Financiële instrumenten

    • Aandelen (genoteerd of niet)
    • Obligaties
      Wat obligaties betreft, kan eenzelfde inkomst maar één keer belast worden. De coupons die door de obligaties worden uitgekeerd, zijn al onderworpen aan de roerende voorheffing en vallen dus niet onder de berekeningsbasis van de nieuwe belasting. Enkel de realisatie van een meerwaarde, bijvoorbeeld bij de aankoop of verkoop op de secundaire markt, vormt een basis voor de nieuwe belasting. Net als kasbons zijn de BFC-uitgiftes (Belfius Financing Company) obligaties en volgen ze dezelfde logica.
    • Staatsbons
    • Certificaten
    • Fondsen
      De meerwaarde die gegenereerd wordt door het obligatiegedeelte van een fonds en die al belast wordt, is niet onderworpen aan de nieuwe belasting.
    • ETF (Exchange-Traded Funds: indexfondsen)

    Verzekeringscontracten

    • Levensverzekeringen (tak 21, 23, 44…), ook buitenlandse (bijvoorbeeld de Luxemburgse tak 6)
    • Kapitalisatieproducten, ook buitenlandse

    Munten

    • Traditionele munten
    • Digitale munten

    Andere

    • Cryptoactiva
    • Goud als belegging
  • Wat met schenkingen en erfenissen?


    Deze belasting is niet van toepassing op schenkingen en erfenissen.

  • Hoeveel bedraagt het belastingtarief?


    • Er is een vast tarief van 10%.
    • Er zijn een aantal vrijstellingen voorzien.
  • Zijn er vrijstellingen?


    • Er is een vrijstelling van 10.000 euro per persoon per jaar (fysieke of rechtspersoon).
    • Gebruikt u de eerste schijf van 1.000 euro van deze vrijstelling niet volledig, dan mag u het niet-gebruikte saldo (maximaal 1.000 euro) overdragen naar het volgende jaar. Het volgende jaar zal eerst het overgedragen vrijstellingsbedrag worden gebruikt en daarna de vrijstelling van dat jaar, enzovoort.
    • De overdracht is maximaal vijf jaar geldig, wat de totale vrijstelling op maximaal 15.000 euro brengt als er gedurende vijf opeenvolgende jaren geen meerwaarde gerealiseerd wordt (10.000 euro basis + 1.000 euro overgedragen elk jaar).

    Illustrerende voorbeelden

    Voorbeeld 1

    Jaar



    Netto meerwaarde


    Basisvrijstelling


    Overgedragen vrijstelling


    Belastbare meerwaarde

    Opmerkingen




    2026


    Netto meerwaarde



    0

    Basisvrijstelling



    10.000

    Overgedragen vrijstelling



    0

    Belastbare meerwaarde



    0

    Opmerkingen



    Geen meerwaarde, dus geen vrijstelling gebruikt.
    De eerste €1.000 van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2027.



    2027



    Netto meerwaarde



    1.500


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    1.000


    Belastbare meerwaarde



    0


    Opmerkingen



    Gebruik van de vrijstelling:
    eerst de overgedragen vrijstelling van 2026 (€1.000) en daarna €500 van de basisvrijstelling.
    Het saldo van €500 van de eerste schijf van €1.000 van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2028.



    2028



    Netto meerwaarde



    16.000


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    500


    Belastbare meerwaarde



    5.500


    Opmerkingen



    Volledig gebruik: overgedragen vrijstelling (€500) + basisvrijstelling (€10.000).
    Geen overdracht mogelijk voor het volgende jaar.


    Voorbeeld 2

    Jaar



    Netto meerwaarde


    Basisvrijstelling


    Overgedragen vrijstelling


    Belastbare meerwaarde

    Opmerkingen




    2026


    Netto meerwaarde



    0

    Basisvrijstelling



    10.000

    Overgedragen vrijstelling



    0

    Belastbare meerwaarde



    0

    Opmerkingen



    Geen meerwaarde, dus geen vrijstelling gebruikt.
    De eerste €1.000 van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2027.



    2027



    Netto meerwaarde



    0


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    1.000


    Belastbare meerwaarde



    0


    Opmerkingen



    Geen meerwaarde, dus geen vrijstelling gebruikt.
    Overdracht naar 2028: de eerste €1.000 van de basisvrijstelling + de overgedragen vrijstelling van €1.000 van 2026.



    2028



    Netto meerwaarde



    17.500


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    2.000


    Belastbare meerwaarde



    5.500


    Opmerkingen



    Volledig gebruik: overgedragen vrijstelling (€2.000) + basisvrijstelling (€10.000).
    Geen overdracht mogelijk voor het volgende jaar.

    Voorbeeld 3

    Jaar



    Netto meerwaarde


    Basisvrijstelling


    Overgedragen vrijstelling


    Belastbare meerwaarde

    Opmerkingen




    2026


    Netto meerwaarde



    0

    Basisvrijstelling



    10.000

    Overgedragen vrijstelling



    0

    Belastbare meerwaarde



    0

    Opmerkingen



    Geen meerwaarde, dus geen vrijstelling gebruikt.
    De eerste €1.000 van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2027.



    2027



    Netto meerwaarde



    5.000


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    1.000


    Belastbare meerwaarde



    0


    Opmerkingen



    Gebruik: eerst de overgedragen vrijstelling van 2026 (€1.000) en daarna €4.000 van de basisvrijstelling.
    De eerste €1.000 van de basisvrijstelling zijn opgebruikt, dus geen overdracht mogelijk naar 2028.



    2028



    Netto meerwaarde



    12.500


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    0


    Belastbare meerwaarde



    2.500


    Opmerkingen



    Volledig gebruik: de basisvrijstelling (€10.000) + geen vrijstelling overgedragen naar 2027.
    Geen overdracht van de eerste €1.000 van de basisvrijstelling van 2028 naar het volgende jaar.

  • Hoe wordt de aankoopprijs bepaald?


    Het gaat om de prijs waaraan het financiële actief gekocht is. Wanneer er meerdere identieke activa zijn, wordt de FIFO-methode (First In, First Out) toegepast: het eerst gekochte actief wordt beschouwd als het eerst verkochte.

    Voorbeeld:

    U kocht 300 aandelen van bedrijf A

    • Jaar N: 100 aandelen aan €100
    • Jaar N+1: 100 aandelen aan €120
    • Jaar N+2: 100 aandelen aan €150

    U verkoopt 150 aandelen. Volgens de FIFO-methode is de aankoopprijs: (100 x €100) + (50 x €120) = €16.000.

    Historische meerwaarden worden niet belast. Voor bestaande posities is de aankoopprijs de waarde op 31/12/2025.

    Als uw aankoopprijs hoger was dan deze waarde, kan u de gemiddelde aankoopwaarde gebruiken.

  • Hoe wordt de meerwaarde berekend?


    • De meerwaarde komt overeen met het positieve verschil tussen de verkoop- en aankoopprijs van de financiële activa.
    • De minderwaarden die in hetzelfde belastingjaar gerealiseerd zijn, mogen worden afgetrokken.
    • Kosten en taksen gelinkt aan verrichtingen (beheerskosten, beurstaks...) zijn niet aftrekbaar.

    Voorbeeld:

    • Verkoop van 150 aandelen A:
      Aankoopprijs: €16.000
      Verkoopprijs: €30.000
      Meerwaarde: €14.000
    • Verkoop van 50 aandelen B:
      Aankoopprijs: €9.000
      Verkoopprijs: €5.000
      Minderwaarde: €4.000

    Belastbare basis = €14.000 - €4.000 = €10.000
    Dankzij de vrijstelling van 10.000 euro is er geen belasting verschuldigd.
    De schijf van 1.000 euro is volledig opgebruikt, dus er niets over te dragen naar volgend jaar.

  • Hoe gebeurt de betaling van deze belasting?


    Algemene regel

    U hebt twee opties.

    • Optie 1 – De bank houdt onmiddellijk het belastingbedrag in (= opt-in en de standaardkeuze). De bank houdt de belasting op de gerealiseerde belastbare meerwaarden in en houdt hierbij geen rekening met de volgende elementen:

      (1) De aftrekbare minderwaarden
      (2) De jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro
      (3) Een gemiddelde aankoopwaarde wanneer deze hoger is dan de waarde op 31/12/2025 (voor de bestaande posities op 1/1/2026).

      De bank deelt u alle gegevens mee waarover ze beschikt, zodat u – als u dat wil – het belastingbedrag kan aanpassen via uw jaarlijkse aangifte. Als u geen keuze aan de bank meedeelt, zal de opt-in standaard worden toegepast.

    • Optie 2 – U betaalt de belasting via uw belastingaangifte (= opt-out).

      In dat geval deelt de bank u alle gegevens mee waarover ze beschikt, zodat u uw aangifte kan invullen. Tegelijkertijd is de bank verplicht om bepaalde informatie aan de fiscale administratie te communiceren, waaronder de identiteit van de rekeninghouders en het bedrag van de meerwaarden. Deze optie is alleen van toepassing als u daar uitdrukkelijk om gevraagd hebt.
      Zijn er meerdere rekeninghouders voor één rekening, dan moeten ze allemaal uitdrukkelijk deze keuze maken. Bij gebrek daaraan wordt de opt-in op de hele rekening toegepast.
      In het omgekeerde geval, wanneer alle rekeninghouders de keuze voor een opt-out hebben gemaakt, volstaat het dat één rekeninghouder deze keuze herroept om opnieuw de opt-in op de hele rekening toe te passen.

    De keuze die u maakt, geldt voor het hele jaar. U kan uw keuze elk jaar wijzigen, met ingang van het volgende jaar. Als u niets doet, wordt de inhoudings- en betaalwijze van het vorige jaar automatisch verlengd.

    Bijzonderheden voor 2026

    De wet die de belasting instelt, zou in de loop van 2026 worden aangenomen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari. Bijgevolg kunnen de hierboven beschreven modaliteiten voor de inhouding en de betaling voor dit eerste jaar worden aangepast om rekening te houden met deze bijzondere context. Uiteraard informeren we u tijdig over de precieze modaliteiten en de te volgen stappen.

  • Hoe werkt dit voor beleggingsportefeuilles in onverdeeldheid?


    De meerwaardebelasting is ook van toepassing op beleggingsportefeuilles in onverdeeldheid (bijvoorbeeld bij meerdere mede-eigenaars of een deling vruchtgebruik/naakte eigendom) of die deel uitmaken van een gemeenschap van goederen.

    In dit geval is elke mede-eigenaar of echtgenoot in gemeenschap van goederen belasting verschuldigd in verhouding tot zijn of haar rechten in de portefeuille.

    Hoe uw rechten kennen? In de meeste gevallen hangt dit af van de documenten die aan de basis liggen van de onverdeeldheid of de gemeenschap (bijvoorbeeld de schenkingsovereenkomst, het huwelijkscontract of het testament). Is er niets voorzien, dan worden de regels van het gemeen recht toegepast. In de praktijk moet elke situatie dus individueel onderzocht worden.

    De bank beperkt zich tot het berekenen van de belasting op het totale bedrag van de gerealiseerde meerwaarden in de onverdeelde of gemeenschappelijke portefeuille. De verdeling tussen de mede-eigenaars moet door hen zelf worden gedaan in hun belastingaangifte.

Isabelle Verhulst, Directeur Integrated Wealth Solutions, licht deze belasting graag voor u toe.

 

Een duidelijk overzicht per product

Vergeet niet dat inkomsten maar één keer belast worden. Als een inkomst al belast wordt (bijvoorbeeld roerende voorheffing op de coupons van een kasbon), is er geen meerwaardebelasting van toepassing.

Geld storten (zichtrekeningen, spaarrekeningen en termijnrekeningen)

Zicht- en spaarrekeningen zijn nooit onderworpen aan de meerwaardebelasting.

Ook termijnrekeningen zijn niet onderworpen aan de meerwaardebelasting, behalve in één situatie: wanneer een meerwaarde wordt gerealiseerd op het moment van omzetting van een termijnrekening in vreemde munt naar euro.

 
 

Individuele obligaties en schuldinstrumenten

In geval van meerwaarde bij de doorverkoop van deze producten is de meerwaardebelasting van toepassing. De belasting is niet van toepassing op de lopende interesten. Deze worden al belast als roerende inkomsten aan 30%.

Concreet voorbeeld: u kocht een obligatie met een nominale waarde van 100 euro, uitgegeven op 1/1/X met een interest van 3%, onder pari aan 90 euro en u verkoopt deze op 1/7/X door voor 95 euro.

→ Economische meerwaarde van 5 euro

  • De lopende interesten van 1,5 euro worden belast als roerende inkomsten
  • De belastbare basis voor de meerwaardebelasting bedraagt 3,5€ (5€-1,5€)
  • De terugbetaling van een obligatie op vervaldatum wanneer deze onder pari is gekocht (dit wil zeggen: gekocht tegen een prijs die lager is dan 100% van de nominale waarde) kan leiden tot de toepassing van de meerwaardebelasting op het verschil tussen de uitgiftprijs en de aankoopprijs.

Individuele aandelen

In geval van een meerwaarde bij de doorverkoop van aandelen is de meerwaardebelasting van toepassing.

 
 

Beleggingsfondsen (met rechtspersoonlijkheid, bijvoorbeeld bevek)

Als 10% of meer van de onderliggende activa belegd is in obligaties, is de roerende voorheffing van 30% (Reynders-taks) verschuldigd op het interestgedeelte van de meerwaarde. Voor het gedeelte van de meerwaarde dat niet onderworpen is aan de roerende voorheffing, is de meerwaardebelasting van 10% van toepassing.

Als minder dan 10% van de onderliggende activa belegd is in obligaties, is de meerwaarde enkel onderworpen aan de meerwaardebelasting.

Concreet voorbeeld: u koopt aandelen van een bevek aan 100 euro en verkoopt ze door voor 110 euro

→ Economische meerwaarde van 10 euro

Situatie 1: gemengde bevek (20% obligaties / 80% aandelen)

  • Op 20% van deze meerwaarde (2 €) →  Roerende voorheffing 30%
  • Op het saldo van 8 € →  Meerwaardebelasting van 10%

Situatie 2: bevek 100% aandelen

  • Op de volledige meerwaarde (10 €) →  Meerwaardebelasting van 10%

Levensverzekeringen

Tak 21-levensverzekeringen zijn vrijgesteld van roerende voorheffing als u het product acht jaar bijhoudt. Verkoopt u het product vóór de periode van acht jaar voorbij is, bent u roerende voorheffing verschuldigd en dus geen meerwaardebelasting. Verkoopt u het na de periode van acht jaar, dan geldt de meerwaardebelasting.

Tak 23-levensverzekeringen zijn, in de regel, volledig onderworpen aan deze belasting.

 
 

Incentiveplannen

Incentiveplannen of stimuleringsplannen vallen onder de belasting. Aandelen, opties of warrants die een werknemer verkrijgt als beloning in het kader van een aandelenplan of een personeelsdeelnameplan, vormen financiële activa die in het toepassingsgebied van de nieuwe belasting vallen. Dit omvat ook de Belfius-warrants. Als de warrants kort na hun toekenning verkocht worden, is de meerwaarde normaal gezien zeer beperkt.

Wat betekent de meerwaardebelasting voor uw beleggingen?

Robbe Van Hauwermeiren van Investment Strategy legt het uit.

Houdt u graag ook rekening met de laatste macro-economische inzichten van onze experten?

Luister dan naar Robbe Van Hauwermeiren van
Investment Strategy.