Meerwaarde­belasting
Alles wat u wil weten...

Meerwaarde­belasting
Alles wat u wil weten...

 

Laatste update - 30/04/2026.

De wet over de meerwaardebelasting is goedgekeurd

Op 2 april 2026 keurde de Kamer de wet goed die een belasting invoert op meerwaarden op financiële activa. De wet geldt retroactief vanaf 1 januari 2026: meerwaarden die sinds die datum werden gerealiseerd, zijn in principe belastbaar. Dat betekent niet dat u in alle gevallen belasting moet betalen. De wet voorziet namelijk verschillende vrijstellingen.

Naast de klassieke verrichtingen (zoals de verkoop van effecten op een effectenrekening) kan deze nieuwe belasting ook van toepassing zijn in een aantal specifieke situaties. Bijvoorbeeld bij de verkoop van een participatie buiten een effectendossier.

Hieronder vindt u meer info over de verschillende situaties waarin u mogelijk deze belasting moet betalen, de belangrijkste regels en hoe Belfius u daarbij begeleidt.

De belangrijkste punten in één oogopslag

Wat valt onder de belasting?

De meerwaardebelasting is van toepassing op onder meer financiële instrumenten (aandelen, obligaties …), valuta, cryptoactiva en beleggingsgoud. De verkoop van nominatieve aandelen in vennootschappen (die dus niet op uw effectenrekening staan) valt eveneens onder de belasting.

Hoe wordt de meerwaarde berekend?


  • Algemene regel: verkoopprijs min aankoopprijs
  • Bij meerdere aankopen telt altijd de oudste aankoop eerst (FIFO-principe)
  • Bij aankopen vóór 1 januari 2026, is de referentiekoers = de slotkoers op 31 december 2025 (of de hogere werkelijke aankoopwaarde tot inkomstenjaar 2030)
  • Bij andere munten, worden de aanschaffings- en verkoopwaarde omgerekend naar euro tegen de geldende wisselkoers
  • Roerende inkomsten (zoals gelopen rente) worden uit de meerwaarde gehaald om dubbele belasting te vermijden
  • Kosten en taksen zijn niet aftrekbaar

Minwaarden

Minwaarden zijn aftrekbaar van meerwaarden die binnen hetzelfde inkomstenjaar werden behaald. Bij gebrek aan meerwaarden in hetzelfde inkomstenjaar, kunnen er geen minwaarden in aftrek worden gebracht.

Vrijstelling

  • Jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per belastingplichtige (2026, geïndexeerd)
  • Beperkte overdracht naar volgende jaren mogelijk

Tarief

  • 10% (algemeen regime)

Hoe betaalt u de belasting?

  • Rechtspersonen en feitelijke verenigingen die onder de Belgische rechtspersonenbelasting vallen: jaarlijks via de aangifte van de roerende voorheffing.
  • Voor natuurlijke personen en feitelijke verenigingen die niet onder de Belgische rechtspersonenbelasting vallen: de bank houdt de belasting in tenzij u kiest voor een opt-out. Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026 gelden overgangsregels. Voor meer info, raadpleeg onze specifieke pagina voor particuliere beleggers.

De meerwaardebelasting: wat betekent dit voor u?

  • Vanaf wanneer geldt de belasting?  


    De wet werd op 2 april 2026 goedgekeurd en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

  • Op wie is de belasting van toepassing?  


    • Bepaalde rechtspersonen (zoals vzw’s en stichtingen) onderworpen aan de Belgische rechtspersonenbelasting. Er zijn meerdere uitzonderingen, zoals onder andere rechtspersonen die giften kunnen ontvangen waarbij de giften in aanmerking komen voor een belastingvermindering (zie Giften | FOD Financiën). Ook publieke entiteiten en publiekrechtelijke instellingen zijn veelal uitgesloten van de belasting. We raden u aan uw fiscaal expert te contacteren voor advies over de toepasselijkheid van de meerwaardebelasting op uw specifieke situatie.
    • Feitelijke verenigingen gevestigd in België.
    • Natuurlijke personen met fiscale verblijfplaats in België.
  • Voor wie geldt de belasting niet?


    Commerciële vennootschappen (zoals een nv en een bv) en andere entiteiten onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting (zoals een vzw die een winstgevende activiteit verricht en daardoor niet aan de Belgische rechtspersonenbelasting, maar aan de Belgische vennootschapsbelasting onderworpen wordt).

    Niet-inwoners.

  • Op welke transacties is de belasting van toepassing?  


    Als er een meerwaarde ontstaat bij de overdracht van financiële activa onder bezwarende titel, in het kader van het normale beheer van privévermogen. Bijvoorbeeld bij de verkoop van aandelen en de terugkoop door een bevek.

    Deze belasting geldt ongeacht de manier waarop u belegt (autonoom, met advies of in beheer).

  • Welke financiële activa vallen niet onder de belasting?


    • Zichtrekeningen
    • Spaarrekeningen
    • Termijnrekeningen
    • Pensioenspaarfondsen
    • Groepsverzekeringen
    • Levensverzekeringen in het kader van pensioensparen
    • Individuele levensverzekeringen die recht geven op een belastingvermindering in het kader van langetermijnsparen
    • Levensverzekeringen die alleen een uitkering voorzien in geval van overlijden (zoals een schuldsaldoverzekering)
    • Waardevolle voorwerpen, andere dan beleggingsgoud (waaronder juwelen, zilverwerk, kunstwerken…)
  • Welke financiële activa vallen wel onder de belasting?


    Financiële instrumenten

    • Aandelen (genoteerd en niet-genoteerd)
    • Obligaties
      Eenzelfde inkomen kan slechts één keer belast worden. Een coupon die al onderworpen werd aan de roerende voorheffing, maakt daarom geen deel uit van de belastbare basis van de meerwaardebelasting. Het realiseren van een meerwaarde, bijvoorbeeld door de verkoop op de secundaire markt, vormt een basis voor de nieuwe belasting. BFC-uitgiftes (Belfius Financing Company), net zoals kasbons, zijn obligaties en volgen dezelfde logica.
    • Staatsbonnen
    • Certificaten
    • Fondsen
    • ETF (exchange-traded funds)
    • Bepaalde derivaten

    Verzekeringscontracten

    • Levensverzekeringen (tak 21, 23, 44…), met inbegrip van buitenlandse (zoals een Luxemburgse tak 6)
    • Kapitalisatieproducten, met inbegrip van buitenlandse

    Deviezen

    • Giraal geld
    • Elektronisch geld

    Andere

    • Beleggingsgoud
    • Cryptoactiva
  • Wat met schenkingen en erfenissen?


    U betaalt geen meerwaardebelasting op schenkingen en erfenissen. Als u echter een schenking of erfenis ontvangt en die later verkoopt, gebruiken we de oorspronkelijke aanschaffingswaarde van de schenker of erflater om de eventuele meerwaarde te berekenen.

  • Hoeveel bedraagt het belastingtarief?   


    Er is een vast tarief van 10%. Er zijn ook vrijstellingen.

  • Zijn er vrijstellingen?  


    Er is een basisvrijstelling per (rechts)persoon per jaar. Voor inkomstenjaar 2026 bedraagt die 10.000 euro.

    Gebruikt u de eerste schijf van 1.000 euro van deze basisvrijstelling niet (volledig)? Dan kan u het ongebruikte deel (maximum 1.000 euro) overdragen naar het volgende belastbare tijdperk. Het jaar nadien wordt eerst het overgedragen bedrag gebruikt. Daarna wordt de (1e schijf van de) basisvrijstelling van dat jaar gebruikt, enzovoort.

    De overdracht van de vrijstelling is slechts vijf jaar geldig. De vrijstelling kan dus maximaal 15.000 euro bedragen als er geen enkele meerwaarde wordt gerealiseerd tijdens die vijf jaar (10.000 euro basis + 1.000 euro overdracht per jaar).

    Aandachtspunt: de vermelde bedragen zijn deze voor het inkomstenjaar 2026. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd en zullen dus hoger ligger voor latere inkomstenjaren.

    Voorbeelden om dit te verduidelijken.

    Voorbeeld 1

    Jaar



    Netto meerwaarde


    Basisvrijstelling(*)


    Overgedragen vrijstelling


    Belastbare meerwaarde

    Opmerkingen




    2026


    Netto meerwaarde



    0

    Basisvrijstelling



    10.000

    Overgedragen vrijstelling



    0

    Belastbare meerwaarde



    0

    Opmerkingen



    Geen meerwaarde dus geen gebruik vrijstelling.
    De eerste 1.000 euro van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2027.



    2027



    Netto meerwaarde



    1.500


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    1.000


    Belastbare meerwaarde



    0


    Opmerkingen



    Gebruik van de vrijstelling:
    (1) Eerst gebruik van de overgedragen vrijstelling van 2026 (1.000 euro)
    (2) Vervolgens gebruik van 500 euro van de basisvrijstelling.
    Het saldo van 500 euro van de eerste schijf van 1.000 euro van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2028.



    2028



    Netto meerwaarde



    16.000


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    500


    Belastbare meerwaarde



    5.500


    Opmerkingen



    Vrijstellingen worden volledig gebruikt:
    (1) Overgedragen vrijstelling van 2027 (500 euro)
    (2) Basisvrijstelling (10.000 euro).
    Er is geen overdracht mogelijk naar het volgende jaar.

    Voorbeeld 2

    Jaar



    Netto meerwaarde


    Basisvrijstelling(*)


    Overgedragen vrijstelling


    Belastbare meerwaarde

    Opmerkingen




    2026


    Netto meerwaarde



    0

    Basisvrijstelling



    10.000

    Overgedragen vrijstelling



    0

    Belastbare meerwaarde



    0

    Opmerkingen



    Geen meerwaarde, dus geen vrijstelling gebruikt.
    De eerste 1.000 euro van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2027.



    2027



    Netto meerwaarde



    0


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    1.000


    Belastbare meerwaarde



    0


    Opmerkingen



    Geen meerwaarde, dus geen vrijstelling gebruikt.
    Overdracht naar 2028:
    (1) De eerste 1.000 euro van de basisvrijstelling +
    (2) De overgedragen vrijstelling van 1.000 euro van 2026.



    2028



    Netto meerwaarde



    17.500


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    2.000


    Belastbare meerwaarde



    5.500


    Opmerkingen



    Vrijstellingen worden volledig gebruikt:

    (1) Overgedragen vrijstellingen (2.000 euro)
    (2) Basisvrijstelling (10.000 euro).
    Er is geen overdracht mogelijk van de basisvrijstelling naar het volgende jaar.

    Voorbeeld 3

    Jaar



    Netto meerwaarde


    Basisvrijstelling(*)


    Overgedragen vrijstelling


    Belastbare meerwaarde

    Opmerkingen




    2026


    Netto meerwaarde



    0

    Basisvrijstelling



    10.000

    Overgedragen vrijstelling



    0

    Belastbare meerwaarde



    0

    Opmerkingen



    Geen meerwaarde, dus geen vrijstelling gebruikt.
    De eerste 1.000 euro van de basisvrijstelling wordt overgedragen naar 2027.



    2027



    Netto meerwaarde



    5.000


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    1.000


    Belastbare meerwaarde



    0


    Opmerkingen



    Gebruik van de vrijstellingen:

    (1) Eerst gebruik van de overgedragen vrijstelling van 2026 (1.000 euro)
    (2) Vervolgens 4.000 euro van de basisvrijstelling.
    De eerste 1.000 euro van de basisvrijstelling zijn gebruikt, waardoor er geen vrijstelling kan worden overgedragen naar 2028.



    2028



    Netto meerwaarde



    12.500


    Basisvrijstelling



    10.000


    Overgedragen vrijstelling



    0


    Belastbare meerwaarde



    2.500


    Opmerkingen



    Vrijstellingen worden volledig gebruikt:
    (1) Er zijn geen overgedragen vrijstellingen die kunnen worden gebruikt
    (2) Gebruik basisvrijstelling 10.000 euro.
    Overige meerwaarde van 2.500 euro is belastbaar. Er is geen overdracht mogelijk van de basisvrijstelling naar het volgende jaar.

    (*) De voorbeelden houden geen rekening met toekomstige geïndexeerde bedragen.

  • Hoe wordt de aankoopprijs bepaald?  


    • Dit is de prijs waartegen het financieel actief wordt aangekocht. Als er meerdere identieke financiële activa zijn, wordt gekeken naar het eerst verkregen actief (= first in, first out-methode).

      Stel: u kocht 300 aandelen van vennootschap A:
      • Jaar N: 100 aan 100 euro/aandeel
      • Jaar N+1: 100 aan 120 euro/aandeel
      • Jaar N+2: 100 aan 150 euro/aandeel

      U beslist om 150 aandelen te verkopen. Op basis van de FIFO-methode is de aankoopprijs gelijk aan 16.000 euro (100 * 100) + (50 *120).
    • Historische meerwaarden worden niet belast. Voor posities van vóór 1 januari 2026 wordt de aankoopprijs vastgeklikt op de laatste slotkoers van 2025. Is de aankoopprijs hoger dan de slotkoers van 2025? Dan kan u een hogere aankoopprijs gebruiken voor uw bestaande positie(s) op basis van de gewogen gemiddelde aankoopprijs. We raden u aan uw fiscaal adviseur te contacteren voor meer info over de toepassing van deze methode om de aankoopprijs te bepalen.
  • Hoe wordt de meerwaarde berekend?  


    De meerwaarde is het positieve verschil tussen de verkoop- en de aankoopprijs.

    Minwaarden mag u aftrekken van de belastbare meerwaarden die binnen hetzelfde inkomstenjaar gerealiseerd zijn. Bij gebrek aan meerwaarden in hetzelfde inkomstenjaar, kunnen er dus geen minwaarden in aftrek worden gebracht en gaan deze verloren.

    De kosten of belastingen die bij de aan- en verkoop gemaakt zijn (transactiekosten, beurstaks…), kunnen niet afgetrokken worden van de meerwaarde.

    Stel: in hetzelfde belastingjaar doet u de volgende verrichtingen:

    (1) Verkoop van 150 aandelen van vennootschap A

    • Aankoopprijs: 16.000 euro
    • Verkoopprijs: 30.000 euro
    • Meerwaarde = 14.000 euro

    (2) Verkoop van 50 aandelen van vennootschap B

    • Aankoopprijs: 9.000 euro
    • Verkoopprijs: 5.000 euro
    • Minwaarde = 4.000 euro

    De belastbare grondslag voor de meerwaardebelasting is gelijk aan 10.000 euro (14.000 - 4.000). U kan de basisvrijstelling van 10.000 euro nog gebruiken (inkomstenjaar 2026) dus er is geen belasting verschuldigd. De eerste schijf van 1.000 euro basisvrijstelling werd volledig gebruikt, waardoor er niets kan worden overgedragen naar het volgende jaar.

  • Wat bij beleggingen die zijn uitgedrukt in vreemde valuta?


    De meerwaarde wordt berekend in euro. Zowel de aanschaffingswaarde als de verkoopprijs worden omgezet tegen de wisselkoers die geldt op hun respectieve datum. Het verkregen verschil is de belastbare basis.

    Voorbeeld: op 1-01-X tekent u in op een obligatie in dollar met een nominale waarde van 100 dollar. Op moment van de intekening bedraagt de wisselkoers USD/EUR 0,85 euro. U behoudt de obligatie tot op de vervaldag en ontvangt op 1-01-X 100 USD. Op dat moment bedraagt de wisselkoers USD/EUR 0,90 euro.

    Hoewel het bedrag in dollar bij de intekening en de terugbetaling identiek is, is er een belastbare meerwaarde:

    • Aanschaffingswaarde (intekenprijs): 100 dollar x 0,85 = 85 euro
    • Verkoopprijs (terugbetalingsprijs): 100 dollar x 0,90 = 90 euro
    • De belastbare basis bedraagt 5 euro (90 euro – 85 euro)

    Als de wisselkoers op het moment van de terugbetaling 0,80 euro zou zijn in plaats van 0,90 euro realiseert u een (aftrekbare) minwaarde van 5 euro [(100 USD x 0,85) – (100 USD x 0,80)].

  • Hoe betaalt u de belasting?


    • Rechtspersonen en feitelijke verenigingen die onder de Belgische rechtspersonenbelasting vallen, moeten zelf jaarlijks de meerwaarden aangeven in de aangifte van de roerende voorheffing. Belfius bezorgt u tijdig een rapport om u en uw fiscaal adviseur te helpen bij deze aangifte.
    • Voor natuurlijke personen met woonplaats in België en feitelijke verenigingen gevestigd in België die niet onder de Belgische rechtspersonenbelasting vallen, houdt de bank in principe de meerwaardebelasting in (tenzij in geval van een opt-out) en stort ze deze door naar de overheid. Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026 gelden er overgangsregels. Voor meer info, raadpleeg onze specifieke pagina voor particuliere beleggers
  • Wat met een ‘aanmerkelijk belang’?  


    Als u 20% of meer van de aandelen van een vennootschap bezit, spreekt men van een ‘aanmerkelijk belang’. In dat geval gelden er andere regels, zoals een progressief belastingtarief en een vrijstelling van 1.000.000 euro. Zie hieronder bij de specifieke regimes voor meer info.

  • Wat is de relevantie van een opt-in en een opt-out?


    Deze bepalen of de bank al dan niet tussenkomt bij de betaling van de belasting, maar ze zijn enkel relevant voor natuurlijke personen met woonplaats in België en feitelijke verenigingen gevestigd in België die niet onder de Belgische rechtspersonenbelasting vallen.

    Bij rechtspersonen en feitelijke verenigingen die onder de rechtspersonenbe lasting vallen, komt de bank nooit tussen bij de betaling van de belasting. Zij moeten de meerwaarden altijd zelf aangeven en betalen. Er is dus geen opt-in en opt-out van toepassing.

  • Hoe werkt de meerwaardebelasting wanneer u effecten van of naar Belfius overdraagt?


    Overdracht van effecten naar Belfius

    • Hoe wordt de aankoopprijs bepaald?
      Bij een overdracht naar Belfius moet de historiek van de aankoopprijzen van uw effecten (FIFO-methode) rechtstreeks door uw vorige bank worden overgemaakt. Dankzij die gegevens kunnen we bij een toekomstige verkoop de eventuele belastbare meerwaarde correct berekenen.
    • Wat als de historiek van de aankoopprijzen niet wordt overgemaakt?
      Als uw vorige bank deze informatie niet doorstuurt, wordt de aankoopprijs geregistreerd op 0 euro. Bij verkoop zal de belasting van 10% dan worden toegepast op het volledige verkoopbedrag, en niet enkel op de meerwaarde. Belfius neemt contact op met uw vorige bank en, voor zover wij over de nodige contactgegevens beschikken, verstuurt meerdere herinneringen om de historiek te verkrijgen. Bij gebrek aan antwoord wordt u geïnformeerd over de gevolgen en de mogelijke alternatieven.
    • Worden bewijsstukken van aankoopprijzen aanvaard?
      Voor de berekening van de meerwaardebelasting worden enkel de gegevens aanvaard die rechtstreeks tussen banken worden uitgewisseld. Door de klant aangeleverde documenten vervangen de officiële interbancaire historiek niet. Die documenten kunnen u wel toelaten om de berekening via uw fiscale aangifte zelf te controleren of te corrigeren.
    • Wat moet u doen als u onmiddellijk na de overdracht uw effecten wil verkopen?
      We raden u aan om te wachten op de bevestiging dat de historiek van de aankoopprijzen correct in onze systemen werd geregistreerd vóór u de effecten verkoopt. Zo vermijdt u dat de volledige verkoopprijs wordt beschouwd als een belastbare meerwaarde.

    Overdracht van effecten naar een andere bank

    • Wat als u effecten wil overdragen naar een andere bank?
      Belfius bezorgt de historiek van de aankoopprijzen aan de nieuwe bank als die deelneemt aan de sectorale informatie-uitwisseling (Febelfin-akkoord). Als de nieuwe bank hier niet aan deelneemt, kan de overdracht gebeuren op uitdrukkelijk verzoek van de klant.

    Wat doet de bank om de vertrouwelijkheid van gegevens te beschermen bij de uitwisseling van informatie (bij overdrachten van en naar Belfius)?

    De bank respecteert de GDPR-regelgeving en maakt gebruik van beveiligde sjablonen en kanalen die in het kader van de sectorale Febelfin-werkzaamheden zijn vastgelegd om aankoopprijshistorieken uit te wisselen.

  • Hoe is de belasting van toepassing op participaties die niet worden aangehouden op een effectendossier?


    Verkoop van een participatie van minder dan 20% (buiten een effectendossier)

    Bij de verkoop van een participatie in een vennootschap die niet wordt aangehouden op een effectendossier en waarbij de deelneming minder dan 20% bedraagt, is het algemene regime van de meerwaardebelasting ook van toepassing.

    • De aangifteplicht van de meerwaarde (zonder tussenkomst van de bank)
    • De correcte bepaling van de aanschaffingswaarde of de waarde op 31 december 2025 (voor participaties verworven vóór 1 januari 2026)
  • Welke andere specifieke regimes bestaan er binnen de meerwaardebelasting?


    Aanmerkelijk belang (≥ 20%)

    Voor aandeelhouders met een rechtstreekse participatie van minstens 20% geldt een specifiek regime.

    Ook hier moet rekening worden gehouden met:

    Belangrijkste kenmerken:

    • Vrijstelling tot 1.000.000 euro meerwaarden, gespreid over vijf jaar (‘een rugzak’)
    • Boven dat bedrag gelden progressieve tarieven
      • 1,25% (schijf 1 tot 2.500.000 euro),
      • 2,5% (schijf 2.500.000 tot 5.000.000 euro)
      • 5% (schijf 5.000.000 tot 10.000.000 euro)
      • 10% (schijf boven 10.000.000 euro)
    • Het regime volgt grotendeels het algemene regime, met enkele uitzonderingen


    Voorbeeld

    Veronderstel dat u gedurende de eerste drie jaren elk jaar een meerwaarde van 500.000 euro realiseert. In het eerste jaar kan u deze 500.000 euro volledig verrekenen dankzij de vrijstelling. Hetzelfde geldt voor het tweede jaar. In het derde jaar is dit niet langer mogelijk, aangezien de rugzak volledig is uitgeput.

    In het zesde jaar realiseert u vervolgens opnieuw een meerwaarde van 1.000.000 euro. In dat jaar kan u opnieuw een vrijstelling van 500.000 euro toepassen. Doordat wordt gewerkt met ‘een rugzak’ van vijf opeenvolgende jaren, wordt de in het tweede jaar gebruikte vrijstelling op dat moment nog steeds meegeteld.



    Interne meerwaarden

    Dit regime is van toepassing wanneer aandelen of winstbewijzen worden verkocht aan een vennootschap waarover de verkoper controle uitoefent (alleen of samen met echtgenoot en naaste familie).



    Belangrijkste kenmerken:

    • Geen vrijstelling
    • Vast tarief van 33%
    • Enkel de waardestijging vanaf 31 december 2025 is belastbaar voor aandelen verworven vóór 1 januari 2026

    Opgelet: de fiscus kan – op basis van andere regels - deze meerwaarden herkwalificeren als abnormale meerwaarden. In dat geval zijn ook de historische meerwaarden belastbaar (ook aan 33%).

  • Hoe wordt de meerwaardebelasting toegepast bij een corporate action?


    Wat verstaan we onder een corporate action?

    Een corporate action is een verrichting die wordt beslist door de emittent van een effect (en niet door de belegger). De verrichting kan verplicht zijn (zonder keuze voor de belegger) of optioneel (met een keuze). Veelvoorkomende voorbeelden zijn spin-offs, (reverse) stock splits, openbare overnamebiedingen, keuzedividenden en kapitaalverhogingen.

    Als u een aandelenportefeuille aanhoudt, kan het gebeuren dat een van uw posities in de loop van het jaar door een corporate action wordt beïnvloed. Bij fondsen of obligaties komt dit minder vaak voor.

    Kan een corporate action een belastbaar feit vormen?

    Ja. Afhankelijk van het type corporate action kunnen zich vier verschillende situaties voordoen.

    • 1. De corporate action wordt gelijkgesteld met een verkoop. In dat geval is de meerwaardebelasting van toepassing en wordt de belastbare meerwaarde of de aftrekbare minwaarde bepaald op het moment van de verrichting.
      Voorbeeld: een openbaar overnamebod wordt behandeld als een verkoop tegen de biedprijs. Opgelet: als een deel van de verrichting onderworpen is aan roerende voorheffing, wordt op datzelfde deel geen meerwaardebelasting toegepast.
    • 2. De corporate action wordt gelijkgesteld met een aankoop. Er is op dat moment geen belasting verschuldigd, maar de verrichting leidt tot een nieuwe positie met een bijhorend aankoopbedrag. De meerwaardebelasting komt pas aan bod bij een latere verkoop van deze nieuwe effecten.
      Voorbeeld: keuzedividend. Wanneer u kiest voor effecten in plaats van cash, wordt dit beschouwd als een aankoop.
    • 3. De corporate action wordt niet als aankoop of verkoop beschouwd en leidt tot een roll-over van de historische aankoopgegevens. Dan is er geen belasting verschuldigd op het moment van de verrichting, maar wel een aanpassing van de aankoopgeschiedenis. De nieuwe aandelen nemen de aankoopdatum en de aankoopwaarde van de ingeruilde aandelen over, zodat de continuïteit van de berekening volgens de FIFO-methode verzekerd blijft. Een eventuele meer of minwaarde wordt pas vastgesteld bij een latere verkoop, op basis van de herrekende historische gegevens.
      Voorbeeld: reverse split 5 → 1. U kocht 10 aandelen aan 22 euro. Na de reverse split bezit u 2 aandelen van 110 euro (22 x 5). Er is geen belasting op het moment van de reverse split. Verkoopt u later aan 122 euro per aandeel, dan realiseert u een meerwaarde van 12 euro per aandeel
    • 4. De corporate action vormt een niet-belastbaar feit voor de meerwaardebelasting. De verrichting wordt niet als verkoop of aankoop beschouwd maar leidt ook niet tot een roll-over van historische gegevens.
      Voorbeeld: wanneer een effect als ‘zonder waarde’ wordt verklaard, is er geen sprake van een verkoop in de zin van de meerwaardebelasting. Er kan dus geen aftrekbare minwaarde worden vastgesteld.

    Gelden de algemene regels van de meerwaardebelasting bij een belastbare corporate action?

    Ja. Wanneer een corporate action aanleiding geeft tot een belastbare meerwaarde, zijn de algemene regels van de meerwaardebelasting van toepassing: het tarief van 10%, de berekening volgens de FIFO-methode, de vrijstelling van de eerste 10.000 euro en de betalingsopties opt-in en opt-out.

Een duidelijk overzicht per product

Vergeet niet dat inkomsten maar één keer belast worden. Als een inkomen al belast wordt (bijvoorbeeld roerende voorheffing op de coupons van een obligatie), is er geen meerwaardebelasting van toepassing.

Banktegoeden (zichtrekeningen, spaarrekeningen en termijnrekeningen)

Zicht-, termijn- en spaarrekeningen zijn nooit onderworpen aan de meerwaardebelasting.

 
 

Individuele obligaties en schuldinstrumenten

Als u deze producten doorverkoopt en u realiseert een meerwaarde, dan is de meerwaardebelasting van toepassing. De belasting is niet van toepassing op de lopende interesten. Die worden al belast als roerende inkomsten aan 30%.

Concreet voorbeeld: u kocht een obligatie met een nominale waarde van 100 euro, uitgegeven op 1-1-X met een interest van 3%, onder pari aan 90 euro en u verkoopt ze op 1-7-X door voor 95 euro.

→ Economische meerwaarde van 5 euro

  • De lopende interesten van 1,5 euro worden belast als roerend inkomen.
  • De belastbare basis voor de meerwaardebelasting bedraagt 3,5 euro (5 euro - 1,5 euro).

Kocht u een obligatie onder pari, dus tegen een prijs die lager is dan 100% van de nominale waarde? Bij terugbetaling op vervaldatum kan de meerwaardebelasting van toepassing zijn op het verschil tussen de uitgifteprijs en de aankoopprijs.

Concreet voorbeeld: u kocht een obligatie die op 1-01-X werd uitgegeven aan 97 euro, onder pari aan 95 euro. U houdt de obligatie tot op vervaldatum en u ontvangt de nominale waarde van 100 euro.

→ Economische meerwaarde van 5 euro

  • De gelopen interesten van 3 euro (100 − 97), worden belast als roerende inkomsten.
  • De belastbare basis voor de meerwaardebelasting bedraagt 2 euro (97 – 95).

Ook bij obligaties die zijn uitgegeven in vreemde valuta, kan de evolutie van de wisselkoers leiden tot een belastbare meerwaarde of aftrekbare minwaarde, zelfs wanneer de obligatie wordt terugbetaald aan haar nominale waarde.

Individuele aandelen

Als u een meerwaarde realiseert bij de doorverkoop van aandelen is de meerwaardebelasting van toepassing.

 
 

Beleggingsfondsen (met rechtspersoonlijkheid, bijvoorbeeld bevek)

De volledige meerwaarde is onderworpen aan de belasting van 10%.

Rechtspersonen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting zijn niet onderworpen aan de Reynders-taks. Het is dus niet vereist om, zoals bij natuurlijke personen, een opdeling te maken tussen het interestgedeelte onderworpen aan 30% roerende voorheffing (als 10% of meer van de onderliggende activa belegd is in schuldvorderingen) en het meerwaardegedeelte onderworpen aan de belasting van 10%.

Levensverzekeringen

De meerwaardebelasting is van toepassing wanneer een meerwaarde wordt gerealiseerd in een niet-fiscale spaar- of beleggingsverzekering van het type:

  • Tak 21-spaarverzekeringen
  • Tak 23-beleggingsverzekeringen
  • Tak 44-beleggingsverzekeringen (combinatie Tak 21 en Tak 23)

Tak 21-levensverzekeringen zijn vrijgesteld van roerende voorheffing als u het product acht jaar bijhoudt. Verkoopt u het product vóór de periode van acht jaar voorbij is, bent u roerende voorheffing verschuldigd en dus geen meerwaardebelasting. Verkoopt u het na de periode van acht jaar, dan geldt de meerwaardebelasting.

Tak 23-levensverzekeringen zijn, in de regel, volledig onderworpen aan deze belasting.

Op welk ogenblik is de meerwaardebelasting verschuldigd?

Bij een afkoop of bij vereffening bij leven van de verzekerde op het einde van de overeenkomst.

Hoe wordt de meerwaardebelasting berekend in het geval van verzekeringen?

  • Voor overeenkomsten die worden gesloten vanaf 1 januari 2026 is de belastbare meerwaarde het positieve verschil tussen het uitgekeerde kapitaal en het totaalbedrag van de gestorte premies.
  • Voor overeenkomsten afgesloten vóór 1 januari 2026 geldt de reserve op 31 december 2025 als referentiewaarde of de geïnvesteerde premies als die hoger zijn dan de reserve op die datum. De belastbare meerwaarde komt overeen met het positieve verschil tussen het uitgekeerde kapitaal en de reserve.
 
 

Incentiveplannen

Aandelen, opties of warrants die een werknemer verkrijgt als beloning in het kader van een aandelenplan of een personeelsdeelnameplan, vormen financiële activa die in het toepassingsgebied van de nieuwe belasting vallen.

Als u Belfius Warrants en langetermijnopties verkoopt vóór vervaldag, wordt de gerealiseerde meerwaarde onderworpen aan de belasting van 10%.

De aanschaffingswaarde wordt vastgeklikt op het moment dat ze overdraagbaar worden (d.w.z. bij Belfius, de dag van het aanbod voor Belfius Warrants en de dag waarop de blokkeringsperiode van één jaar verstrijkt voor langetermijnopties), tenzij als de (forfaitaire) referentiewaarde voor de heffing van de bedrijfsvoorheffing hoger zou zijn.

Concreet voorbeeld: Een werknemer ontvangt 250 Belfius Warrants, uitgegeven op 04-06-2026 aan een prijs van 10 EUR per warrant. De werknemer aanvaardt de Belfius Warrants op de dag van het aanbod, 05-06-2026. Op dat moment hebben ze een waarde van 10,45 EUR per warrant.

Stel: de werknemer verkoopt de Belfius Warrants op 05-06-2026 aan een waarde van 10,45 euro per warrant. De meerwaarde bedraagt 0 euro [(10,45-10,45) * 250). Er is dus geen belasting verschuldigd.

Stel: de werknemer verkoopt de Belfius Warrants op 11-06-X aan een waarde van 11 euro per warrant. De meerwaarde bedraagt 137,50 euro [(11-10,45) * 250]. De belasting (10%) bedraagt 13,75 euro. Die kan mogelijk volledig vrijgesteld worden door toepassing van de vrijstelling van 10.000 euro (inkomstenjaar 2026).

Concreet voorbeeld: een werknemer ontvangt 250 langetermijnopties die werden uitgegeven op 4-6-2026 aan 10 euro/optie. Op het moment van het verstrijken van de eenjarige blokkeringsperiode heeft de optie een marktwaarde van 12,35 euro. De werknemer verkoopt ze op 11-7-2027 voor 13 euro/optie.

De meerwaarde is dan gelijk aan 162,50 euro [(13 – 12,35) * 250]. De belasting (10%) bedraagt dus 16,25 euro.


Hebben uw werknemers recht op Belfius Warrants of langetermijnopties? Voor meer informatie kunnen ze terecht op onze specifieke pagina over de meerwaardebelasting voor personen onderworpen aan de personenbelasting.

Hebt u ook privébeleggingen? Bekijk dan onze specifieke pagina over de meerwaardebelasting voor personen die onderworpen zijn aan de personenbelasting.

Disclaimer: deze FAQ is gebaseerd op de informatie die gekend is op op 30 april 2025. Er is nog geen definitieve wettekst beschikbaar, waardoor de inhoud van de meerwaardebelasting nog kan wijzigen. Deze pagina wordt regelmatig bijgewerkt.