1. Home
  2. Sleutelmomenten
  3. Successie
  4. Erfenis ontvangen
  5. Afwikkeling van nalatenschap
  6. Zonder testament

Een erfenis zonder testament beheren

Family in sun

Als er geen specifieke beschikkingen zijn, bepaalt de wet hoe de erfenis verdeeld wordt. Aan de hand van de begrippen orde en graad van verwantschap, en eventueel plaatsvulling en kloving, bepaalt de wet op welk deel elke erfgenaam recht heeft.

Opgelet!

Zonder testament en zonder wettelijke erfgenamen wordt de erfenis onbeheerd verklaard en komt ze in principe aan de staat toe.

Orde van de erfgenamen

De orde is een groep mensen die aanspraak kunnen maken op de erfenis, als ze "in nuttige orde" staan.

De vier orden

De wet maakt een onderscheid tussen

  • Eerste orde: rechtstreekse afstammelingen (kinderen, kleinkinderen ...)
  • Tweede orde: broers, zusters (of hun nakomelingen) en ouder(s) in leven 
  • Derde orde: voorouders (ouders bij ontstentenis van (afstammelingen van) broers of zussen, grootouders ...)
  • Vierde orde: ooms en tantes (of hun nakomelingen), oudooms en oudtantes

De vier orden sluiten mekaar uit. Als er geen verwanten van de eerste orde zijn, erven de verwanten van de tweede orde en zo verder. Dat verklaart waarom de ouders van de overledene zowel in de tweede als in de derde orde voorkomen. Ze behoren alleen tot de tweede orde als er ook broers en/of zusters (of nakomelingen van hen) zijn; zo niet worden ze naar de derde orde verwezen.

De graad van verwantschap

Niet alle leden van de hoogste orde erven automatisch. Het is de graad van verwantschap die de doorslag geeft.

De graad van verwantschap

In rechtstreekse lijn

De graad komt overeen met het aantal generaties tussen de overledene en de betrokken verwant: kinderen en ouders zijn verwant in de eerste graad, kleinkinderen en grootouders in de tweede graad en ga zo maar door.

In de zijlijn

De graad stemt dan overeen met het aantal generaties tussen de overledene en de gemeenschappelijke voorouder + het aantal generaties tussen de gemeenschappelijke voorouder en de verwant. Zo zijn broer en zus dus verwant in de tweede graad.

Goed om te weten
De dichtste graad sluit alle andere graden uit. Bovendien erven bloedverwanten verder dan de vierde graad niet, behalve bij plaatsvulling.

Eerste uitzondering: plaatsvulling

Het mechanisme van de plaatsvulling treedt in werking bij vooroverlijden van bepaalde erfgenamen. Als op het ogenblik van overlijden een bepaalde verwant van de overledene al niet meer in leven is, dan vullen zijn kinderen zijn plaats in en erven ze in zijn plaats.

Goed om te weten

Plaatsvulling is nooit van toepassing in opgaande lijn. Ze gebeurt in rechte neerdalende lijn, bij vooroverlijden van een kind, een broer, een zus, of een oom of tante van de overledene.

De tweede uitzondering: kloving

Als de overledene geen nakomelingen heeft, en ook geen broers of zusters (of hun nakomelingen), dan komt zijn nalatenschap toe aan zijn voorouders (ouders, grootouders ...). Om te vermijden dat één enkele lijn (vaderlijke of moederlijke lijn) alle goederen erft, voerde de wet het principe van kloving in, waarbij de erfenis in twee gelijke delen wordt opgesplitst. Zo kan een voorouder van de vaderlijke lijn erven samen met een oom of tante van de moederlijke lijn.

Goed om te weten

De nalatenschap komt toe aan de dichtste erfgenamen volgens de regels van orde en graad.

Het erfrecht van de langstlevende echtgenoot

De langstlevende echtgenoot is een beschermde wettelijke erfgenaam met bijzondere rechten: hij erft in principe altijd. De omvang van zijn erfdeel hangt af van de orde waartoe de andere erfgenamen behoren.

De rechten van de langstlevende echtgenoot

  • Langst leeft al
    In een huwelijkscontract kunnen een aantal clausules opgenomen zijn die de langstlevende echtgenoot bevoordelen. Bijvoorbeeld de clausule "langst leeft al". Die clausule kent het gemeenschappelijke vermogen volledig toe aan de langstlevende echtgenoot. In dat geval erven de kinderen van het koppel doorgaans niets uit het gemeenschappelijk vermogen; zij doen dit pas bij overlijden van de echtgenoot. De kinderen kunnen enkel een erfdeel opeisen op het eigen vermogen van hun overleden ouder.

  • Met erfgenamen in de eerste orde

    De echtgenoot erft het vruchtgebruik van de volledige nalatenschap. Hij mag dus de goederen ervan gebruiken en de inkomsten ervan innen, maar is er geen eigenaar van. De blote eigendom – eigendomsrecht, maar zonder gebruiksrecht en het recht de inkomsten ervan te innen – wordt verdeeld over de afstammelingen. Als de nalatenschap bijvoorbeeld een huis bevat, wordt dat huis na het overlijden de gezamenlijke eigendom van de kinderen (of hun nakomelingen), maar de echtgenoot mag erin wonen zolang hij leeft.

  • Geen afstammelingen maar andere erfgenamen

    Zijn er, behalve de echtgenoot, erfgenamen in de tweede, derde of vierde orde, dan hangt wat de echtgenoot erft af van het huwelijkscontract. Was de overledene gehuwd volgens het wettelijke stelsel van gemeenschap van goederen of volgens een ander stelsel met een gemeenschappelijk vermogen, dan krijgt de langstlevende echtgenoot de volle eigendom van het gemeenschappelijk vermogen en het vruchtgebruik op het eigen vermogen van de overleden echtgenoot (de andere erfgenamen erven hiervan de blote eigendom). Als de overledene gehuwd was onder het stelsel van scheiding van goederen, dan krijgt de langstlevende echtgenoot enkel het vruchtgebruik op de nalatenschap, hier het eigen vermogen van de overleden echtgenoot. De andere erfgenamen erven dan de blote eigendom.

Goed om te weten
Als er geen andere erfgenamen zijn, dan erft de langstlevende echtgenoot de hele nalatenschap.