Een erfenis zonder testament beheren

Family in sun

Als er geen specifieke beschikkingen zijn, bepaalt de wet hoe de erfenis verdeeld wordt en op welk deel elke erfgenaam recht heeft. En dat aan de hand van de orde en graad van verwantschap, en eventueel de plaatsvervulling en kloving.

Opgelet!

Zonder testament en wettelijke erfgenamen wordt de erfenis aan de staat toegekend en is het dus de staat die erft.

Orde van de erfgenamen

De orde is een groep mensen die aanspraak kunnen maken op de erfenis, als ze "in nuttige orde" staan.

De vier orden

De wet maakt een onderscheid tussen

  • Eerste orde: rechtstreekse afstammelingen (kinderen, kleinkinderen ...)
  • Tweede orde: broers, zusters (of hun nakomelingen) en ouder(s) in leven 
  • Derde orde: voorouders (ouders bij ontstentenis van (afstammelingen van) broers of zussen, grootouders ...)
  • Vierde orde: ooms en tantes (of hun nakomelingen), oudooms en oudtantes

De vier orden sluiten mekaar uit. Als er geen verwanten van de eerste orde zijn, erven de verwanten van de tweede orde en zo verder. Dat verklaart waarom de ouders van de overledene zowel in de tweede als in de derde orde voorkomen. Ze behoren alleen tot de tweede orde als er ook broers en/of zusters (of nakomelingen van hen) zijn; zo niet worden ze naar de derde orde verwezen.

De graad van verwantschap

Niet alle leden van de hoogste orde erven automatisch. Het is de graad van verwantschap die de doorslag geeft.

De graad van verwantschap

In rechtstreekse lijn

De graad komt overeen met het aantal generaties tussen de overledene en de betrokken verwant: kinderen en ouders zijn verwant in de eerste graad, kleinkinderen en grootouders in de tweede graad en ga zo maar door.

In de zijlijn

De graad stemt dan overeen met het aantal generaties tussen de overledene en de gemeenschappelijke voorouder + het aantal generaties tussen de gemeenschappelijke voorouder en de verwant. Zo zijn broer en zus dus verwant in de tweede graad.

Goed om te weten
De dichtste graad sluit alle andere graden uit. Bovendien erven bloedverwanten verder dan de 4e graad enkel bij plaatsvervulling.

Eerste uitzondering: plaatsvulling

Het mechanisme van de plaatsvervulling treedt in werking bij vooroverlijden van bepaalde erfgenamen. Is een bepaalde verwant van de overledene op het ogenblik van overlijden ook niet meer in leven, dan nemen zijn kinderen zijn plaats in en erven ze in zijn plaats.


Goed om te weten

Plaatsvervulling is nooit van toepassing in opgaande lijn. Ze gebeurt enkel in rechte neerdalende lijn, bij vooroverlijden van een kind, broer, zus, of een oom of tante van de overledene.

De tweede uitzondering: kloving

Als de overledene geen nakomelingen heeft, en ook geen broers of zusters (of hun nakomelingen), dan komt zijn nalatenschap toe aan zijn voorouders (ouders, grootouders ...). Om te vermijden dat één enkele lijn (vaderlijke of moederlijke lijn) alle goederen erft, voerde de wet het principe van kloving in, waarbij de erfenis in twee gelijke delen wordt opgesplitst. Zo kan een voorouder van de vaderlijke lijn erven samen met een oom of tante van de moederlijke lijn.


Goed om te weten

De nalatenschap komt toe aan de dichtste erfgenamen volgens de regels van orde en graad.

Het erfrecht van de langstlevende echtgenoot

De langstlevende echtgeno(o)t(e) is een beschermde wettelijke erfgenaam met bijzondere rechten, die in principe altijd erft. De omvang van het erfdeel hangt af van de orde waartoe de andere erfgenamen behoren.

De rechten van de langstlevende echtgenoot

  • Langst leeft al

    Een huwelijkscontract kan een aantal clausules bevatten die de langstlevende echtgenoot bevoordelen, bv. de clausule ‘langst leeft al’. Die clausule kent het gemeenschappelijke vermogen volledig toe aan de langstlevende echtgeno(o)t(e). Doorgaans erven de kinderen van het koppel pas van het gemeenschappelijke vermogen bij overlijden van de langstlevende echtgeno(o)t(e). Ze kunnen enkel een erfdeel opeisen van het eigen vermogen van hun overleden ouder.

  • Met erfgenamen in de 1e orde

    De langstlevende echtgeno(o)t(e) erft het vruchtgebruik van de volledige nalatenschap en mag de goederen ervan gebruiken en de inkomsten ervan innen, maar is er geen eigenaar van. De blote eigendom – eigendomsrecht, maar zonder gebruiksrecht en het recht de inkomsten ervan te innen – wordt verdeeld over de afstammelingen. Bevat de nalatenschap bv. een huis, dan wordt dat na het overlijden de gezamenlijke eigendom van de kinderen (of van hun nakomelingen), maar de langstlevende echtgeno(o)t(e) mag erin wonen zolang hij/zij leeft.
  • Geen afstammelingen, maar andere erfgenamen

    Zijn er, behalve de langstlevende echtgeno(o)t(e), erfgenamen in de 2e, 3e of 4e orde, dan bepaalt het huwelijkscontract wat de echtgenoot erft. Was de overledene gehuwd volgens het wettelijke stelsel van gemeenschap van goederen of volgens een ander stelsel met een gemeenschappelijk vermogen, dan krijgt de langstlevende echtgeno(o)t(e) de volle eigendom van dat gemeenschappelijk vermogen en het vruchtgebruik op het eigen vermogen van de overleden echtgenoot (de andere erfgenamen krijgen hiervan de blote eigendom).

    Was de overledene gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen, dan krijgt de langstlevende echtgeno(o)t(e) enkel het vruchtgebruik op de nalatenschap (hier het eigen vermogen van de overleden echtgenoot). De andere erfgenamen erven de blote eigendom.

    Bij de hervorming van de huwelijksstelsels die op 1 september 2018 in werking zou treden, is er een verhoging van de successierechten voorzien voor de langstlevende echtgeno(o)t(e) in het geval dat de overledene geen afstammelingen nalaat.


Goed om te weten
Als er geen andere erfgenamen zijn, dan erft de langstlevende echtgenoot de hele nalatenschap.