Is er echt een de-globalisering aan de gang?

27 oktober 2020

Annelore Van Hecke
Senior Macro Economist @Belfius


Véronique Goossens
Chief Economist @Belfius

Deel deze pagina:  

De visie op globalisering en wereldwijd versnipperde productieketens lijkt voorgoed veranderd te zijn door de Covid-19 crisis. Bedrijven werden geconfronteerd met aanvoerproblemen vanuit getroffen gebieden, maar ook overheden beseften plots dat ze afhankelijk zijn van het buitenland voor de productie van levensnoodzakelijke geneesmiddelen en medisch beschermingsmateriaal. Betekent de Covid-19 crisis het einde van de globalisering?

Wanneer we de internationale handelsstromen bekijken, zien we dat globalisering al langer onder druk staat. De wereldhandel stabiliseert sinds de recessie van 2008-2009. De EU vormt hierop de uitzondering, dankzij een toename van de handel tussen de EU-lidstaten onderling.

Voor de groeivertraging in de internationale handel zijn er verschillende verklaringen. Aan de ene kant is het belang van de export in het Chinese BBP almaar kleiner geworden omdat de Chinezen zelf steeds meer consumeren en de binnenlandse vraag in verhouding groter is geworden. Aan de andere kant zagen we de afgelopen jaren het protectionisme toenemen, met onder andere de handelsoorlog tussen de VS en China en de Brexit. Tenslotte houdt men ook steeds meer rekening met de milieukosten van lange ketens.

Covid-19 is dus niet de oorzaak van de tendens tot de-globalisering maar zal deze naar verwachting wel versnellen. Overheden zullen een beleid voeren om strategisch belangrijke sectoren zoals farmaceutica en hoogwaardige technologie (in het belang van de nationale veiligheid) zelf terug in handen te krijgen. Maar ook bedrijfsleiders overwegen om de productie terug naar huis te brengen omwille van het risico op aanvoerproblemen. Financiële steun kan hen hierbij over de streep trekken, denk aan het zogenaamde "reshoring" beleid van landen zoals Japan en Frankrijk, die in het kader van hun relancebeleid speciale steun voorzien voor terugkerende bedrijven. Ook het VK richtte reeds een "reshoring agency" op.

In strategisch belangrijke sectoren en voor individuele bedrijven kan het een goede zaak zijn om hun productie te "reshoren", maar dit is niet altijd het geval. De nabijheid van de afzetmarkt is belangrijk. Zo zullen Europese bedrijven niet snel wegtrekken uit China aangezien het potentieel de grootste consumentenmarkt van de 21e eeuw is. "Reshoring" kan ook de kostprijs van de productie (loonkosten) aanzienlijk doen stijgen indien automatisering of robotisering van de productie geen optie is, wat de "return on investment" voor investeerders onder druk zet. En we moeten uiteraard ook oog hebben voor de merites van globalisering, zoals sterke productiviteitsstijgingen en de toename van onze welvaart. Zeker België heeft als kleine, open economie alle belang bij een bloeiende internationale handel. Niet alleen is een groot deel van onze welvaart en onze jobs direct of indirect verbonden aan die buitenlandse handel, de Belgische markt is ook te klein om ons huidige welvaartsniveau enkel lokaal te realiseren.




De Covid-19 crisis zal wegen op de internationale handel, maar we zien geen sterke tendens tot het terugdraaien van de globalisering. Strategisch belangrijke sectoren zoals farmaceutica omvatten maar een beperkt deel van de wereldhandel. Daarnaast is er ook een tendens tot regionalisering, waarbij productieketens niet naar huis, maar dichter bij huis gebracht worden, binnen eenzelfde economische blok zoals de Europese Unie (herlocalisatie naar Centraal- of Oost-Europa) of de NAFTA in Noord-Amerika (herlocalisatie naar Mexico of Canada).



Ontdek de Belfius Convictions


Onze podcast over de Amerikaanse presidentsverkiezingen

Deel deze pagina: