Europese inflatierecords stapelen zich op

1 juni 2022

Frank Maet
Senior Macro Economist @Belfius


Véronique Goossens
Chief Economist @Belfius

Deel deze pagina:  
  • De Europese consumenteninflatie steeg met meer dan 8 procent in mei.
  • Hoge energie-en voedingsprijzen doen de levenskosten exploderen maar ook de onderliggende inflatie trekt aan.
  • De ECB komt onder druk om de rente in juli met 0,5 procent te verhogen.

Er lijkt geen einde te komen aan het slechte nieuws over inflatie. Eerder deze week kwam al het bericht dat de nationale inflatie in België opliep naar net geen 9 procent, het hoogste peil sinds 1982. Gisteren lieten voorlopige cijfers voor mei zien dat de consumenteninflatie in de eurozone in één klap steeg van 7,4 procent naar 8,1 procent, een nieuw record sinds de invoering van de euro. Behalve Nederland, zagen alle landen van de EU-19 de inflatie verder oplopen.

Net zoals de voorbije maanden zijn het vooral de energieprijzen die de levensduurte doen toenemen. Hoge noteringen voor aardolie en gas stuwden de energie-inflatie naar net geen 40 procent in mei ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. De internationale olieprijzen staan weer onder druk door het Europese embargo op Russische olie, waardoor de prijs voor een vat ruwe olie meer dan 120 dollar bedraagt. Het ziet er dus niet naar uit dat de bijdrage van de hoge energieprijzen in het inflatieplaatje snel zal dalen.

Maar de Europese inflatiezorgen gaan over veel meer dan energie. Het wordt ook steeds duurder om de koelkast te vullen. Levensmiddelen gaan sinds april fors omhoog in prijs waardoor de voedselinflatie al is gestegen naar 7,5 procent. Ook hier wordt de impact van de oorlog in Oekraïne steeds zichtbaarder. Experts verwachten dat de bevoorradingsproblemen voor landbouwgewassen zoals graan en zonnebloemolie nog een tijd kunnen aanhouden. Bovendien wordt de voedingssector geconfronteerd met hogere kosten voor energie en personeel, waardoor ook veel andere voedingsmiddelen duurder worden.

Zelfs wanneer je de meest volatiele elementen (energie, voeding, tabak en alcohol) weg filtert uit de algemene inflatiecijfers, dan zit Europa nog steeds met een inflatieprobleem. De ECB kijkt vaak naar die kerninflatie omdat die een beeld geeft van de onderliggende prijsdruk in de economie, los van de korte termijn schommelingen van energie-en voedselprijzen. Ook daar gaat het de verkeerde kant op. De kerninflatie klom in mei naar 3,8 procent en die kan de komende maanden nog verder oplopen. De stijging van de energieprijzen zorgt namelijk voor opwaartse druk op de kosten in alle sectoren. De Europese industrie worstelt hierdoor al enkele maanden met een producenteninflatie van meer dan 30 procent. Uit bedrijfsenquêtes blijkt dat een meerderheid van de bedrijven een deel van de factuur zal doorrekenen naar de consument.

Bovendien stijgt de kans dat de loonkosten van de bedrijven in de toekomst sterker gaan toenemen. De combinatie van een krappe arbeidsmarkt en de fors gestegen levensduurte vormt een sterk argument voor vakbonden om hogere lonen te eisen. In ons land gebeurt de loonaanpassing automatisch door de indexering van de lonen. In andere Europese landen, met name in Duitsland, Nederland, Spanje en Italië, wijzen recente onderhandelingen tussen vakbonden en werkgevers op een sterkere groei van de lonen dan de afgelopen jaren. De loonafspraken die sinds begin dit jaar zijn afgesloten, duiden volgens de ECB op een nominale loongroei van rond de 3 procent in 2022 en 2,5 procent in 2023. Dat vooruitzicht doet bij de centrale bank de knipperlichten branden omdat het risico van een loon-prijs spiraal op die manier toeneemt. In zo’n scenario zorgen hogere lonen voor een tweede ronde van prijsstijgingen en blijvend hoge inflatie in de eurozone.

De recente inflatierapporten maken duidelijk dat in heel Europa de inflatie zich in snel tempo verspreidt van energie en voeding naar vrijwel alle sectoren van de economie. De argumenten voor een snelle exit door de ECB uit de negatieve rentetarieven zijn dan ook overweldigend. Voorzitter Lagarde had al eerder aangegeven dat de beleidsrente in juli met 0,25 procent zal verhoogd worden. Door de inflatie opstoot van mei en het hogere risico op blijvend hoge inflatie lijkt dit echter te voorzichtig. De presidenten van de centrale banken van Oostenrijk en Nederland hebben al gezegd dat een renteverhoging met 0,50 procent in juli op de tafel moet liggen.



Ontdek de Belfius Convictions

Deel deze pagina: