Vak IX: interesten en kapitaalaflossingen van leningen en schulden, premies van individuele levensverzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen, die recht geven op een belastingvoordeel

In dit vak zijn alle uitgaven voor kredieten, verzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen die recht geven op een belastingvoordeel, samengebracht.


Sinds de regionalisering van de woonfiscaliteit omvatte het vak IX van de aangifte steeds meer codes. Op drie jaar tijd verdrievoudigde het aantal codes in vak IX. Vanaf dit jaar komt de fiscus hieraan tegemoet en voorziet ze aparte aangiftevakken voor de 3 regio’s. Elk gewest zal vanaf nu dus een eigen aangifteformulier hebben, waarbij het vak IX "Leningen", vak X "Belastingverminderingen" en het vak XI "Belastingkredieten" gepersonaliseerd werden per gewest.


Om te evalueren of uw krediet onder de regionale of de federale woonfiscaliteit valt, moet u op het ogenblik van iedere maandelijkse afbetaling nagaan of het op dat moment uw ‘eigen woning’ betrof. Uw kredietspecialist bezorgt u, als gewenst, een uitsplitsing van de totaalbedragen op uw fiscale attesten. Dat kan handig zijn als u bv. vorig jaar verhuisde.

De ‘eigen woning’ is de woning die u als eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker zelf betrok op het ogenblik van de maandelijkse afbetaling (de werkelijke woonplaats). De plaats van domiciliëring is een weerlegbaar vermoeden. De ‘eigen woning’ omvat niet het gedeelte van een woning dat aan derden verhuurd wordt of beroepsmatig gebruikt wordt.


Vak IX wordt opgesplitst in 2 rubrieken.

  • I. Gewestelijk: Uitgaven m.b.t. de ‘eigen’ woning, behalve de groene interesten: codes 3100-3380 en codes 4100-4380
  • II. Federaal: Uitgaven m.b.t. de ‘andere’ woning (codes 1136-1380 en codes 2136-2380) en de groene interesten (code 1143)

Vak IX. I. Uitgaven voor uw ‘eigen’ woning (gewestelijke woonfiscaliteit)

Alle leningen om een woning aan te kopen of te behouden, vallen onder de gewestelijke woonfiscaliteit als het gaat om de ‘eigen’ woning op het ogenblik van de maandelijkse afbetaling.

Vak IX.I. 1 Vlaamse aangifte: Interesten, kapitaalaflossingen van vanaf 2016 gesloten hypothecaire leningen en premies van individuele levensverzekeringen die in aanmerking komen voor de Vlaamse geïntegreerde woonbonus

Rubriek IX.I.1. in de Vlaamse aangifte omvat de Vlaamse geïntegreerde woonbonus.

De Vlaamse geïntegreerde woonbonus geldt alleen als bij de volgende voorwaarden:>

  • uw lening werd aangegaan vanaf 2016
  • en uw woning is gelegen in Vlaanderen
  • het is uw eigen woning, dus de woning waar u werkelijk woont

De Vlaamse geïntegreerde woonbonus is zowel van toepassing wanneer het uw "enige" woning is als wanneer u al eigenaar bent van een andere woning.

Uw krediet heeft recht op de verhoging(en) van de geïntegreerde woonbonus, als het gaat om uw ‘enige’ woning op 31-12  van het leningsjaar en van elk daaropvolgend jaar. Als het op 31-12 van het leningsjaar niet gaat om de enige woning, wordt het voordeel beperkt tot de basiskorf van 1.520 euro.

Via de codes 3336 (ja) of 3337 (neen) wordt nagegaan of het uw enige woning betreft op 31-12-2017.

Via de nieuwe code 3330 wordt nagegaan hoeveel kinderen u ten laste had op 1/1 van het jaar volgend op het leningsjaar.

 

Vlaamse Geïntegreerde Woonbonus

Basiskorf

1.520 EUR

Bijkomende korf (indien enige woning)

760 + evt. 80 EUR

Vak IX.I. 1 Waalse aangifte: Interesten, kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen en premies van individuele levensverzekeringen gesloten vanaf 2016 die in aanmerking komen voor de Waalse wooncheque

Rubriek IX.I.1. van de Waalse aangifte omvat de Waalse wooncheque en geldt alleen als de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • uw lening werd aangegaan vanaf 2016
    • met als doel de aankoop, bouw, of inkoop (waarbij er geen lening meer loopt van vóór 2016)
    • verbouwingsleningen kunnen sinds 2016 geen voordelen meer genieten in Wallonië.
  • uw woning is gelegen in Wallonië
  • en het is uw eigen woning, dus waar u werkelijk woont 
  • en het is uw enige woning

Nieuw: Er werden dit jaar aparte codes voorzien voor leningen aangegaan in 2016 (code 3324-3325) of in 2017 (3338-3339). Bovendien worden de nieuwe codes gebruikt voor leningen van 2016 en de oude codes voor leningen van 2017 => indien u een Waalse wooncheque van 2016 had, moet u nu een andere code gebruiken (codes 3324 en 3325 i.p.v. 3338 en 3339). Via de codes 3322 (ja) of 3323 (neen) wordt, voor leningen aangegaan in 2016, nagegaan of het de enige woning betreft op 31/12/2017.

Het fiscale voordeel is een belastingvermindering aan 100% en kan omgezet worden in een terugbetaalbaar belastingkrediet, als u te weinig belastingen betaalt. Bovendien zal dit voordeel elk jaar verschillend zijn op basis van uw inkomsten.

De Waalse wooncheque bestaat uit:

  • 125 euro per kind ten laste, vrij te verdelen onder u en uw partner, tenzij het netto belastbaar inkomen van uw partner meer bedraagt dan 82.339 euro; en
  • Een variabel bedrag per persoon afhankelijk van de hoogte van uw netto belastbaar inkomen (bestaande uit onroerende, diverse en netto beroepsinkomsten) en maximaal 1.520 euro bedraagt.

Netto belastbaar inkomen

Waalse Wooncheque

21.347 EUR

1.520 EUR

> 21.347 EUR en 82.339 EUR

1.520 EUR – 1,275% (netto belastbaar inkomen – 21.347 EUR)

Vak IX.I. 2 Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX.I.1 Brusselse aangifte: Interesten, kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen en premies van individuele levensverzekeringen gesloten vanaf 2005 die in aanmerking komen voor de gewestelijke woonbonus

Rubriek IX.I.2. (Vlaanderen, Wallonië) of IX I. 1. (Brussel) omvat de Regionale woonbonus .

Het totaal aftrekbare bedrag is de som van alle maandelijkse afbetalingen (interesten + kapitaalaflossingen + premies voor een schuldsaldoverzekering) die u betaalde in 2017, terwijl het op dat moment uw ‘eigen’ woning was.

Het maximaal aftrekbare bedrag bestaat in alle gewesten uit:

  • een basiskorf, waarvan het bedrag varieert o.m. naargelang het gewest
  • een bijkomende korf (waarvan het bedrag varieert o.m. naargelang het gewest) gedurende de eerste 10 jaar en op voorwaarde dat u ondertussen nog geen bijkomende woning verworven hebt
  • een bijkomende korf van 80 euro als u minstens 3 kinderen ten laste hebt op 1 januari van het jaar dat volgt op het leningsjaar, ook hier gedurende de eerste 10 jaar en op voorwaarde dat u intussen geen bijkomende woning verworven hebt

De verdeling van de verschillende uitgaven voor een krediet hangen af van uw persoonlijke situatie:

  • één ontlener: uw betaalde uitgaven worden aangegeven onafhankelijk van het eigendomspercentage
  • meerdere ontleners met een aparte aangifte: verdeling van uw uitgaven in overeenstemming met de eigendomspercentages
  • meerdere ontleners met een gemeenschappelijke aanslag: vrije verdeling (met uitzondering van de Waalse wooncheque, deze mag nooit vrij verdeeld worden).

Bij een gemeenschappelijke aanslag bepaalt uw huwelijksstelstel de aftrekvoorwaarden:

  • bij het wettelijk stelsel: het is niet altijd noodzakelijk dat beide partners eigenaar zijn
  • bij scheiding van goederen of wettelijk samenwonenden: jullie moeten beiden eigenaar zijn om allebei de aftrek te kunnen genieten

a) De regionale woonbonus voor leningen gesloten in 2015 (Vlaanderen) of vanaf 2015 (Wallonië) of in 2015 en in 2016 (Brussel)

In het vak regionale woonbonus wordt een onderscheid gemaakt voor de kredieten aangegaan in 2016, 2015 of van 2005 tot 2014. Dit omdat de woonbonus in alle gewesten wijzigde voor kredieten vanaf 01-01-2015 en geïndexeerd werd in Brussel voor kredieten vanaf 01-01-2016. Nieuw dit jaar is dat de codes en hun omschrijvingen aangepast werden voor elk gewest. Bijvoorbeeld:

  • in Vlaanderen was de oude woonbonus niet meer mogelijk voor leningen aangegaan in 2016 => enkel de code 3360-3361 "Leningen gesloten in 2015" blijft behouden.
  • in Wallonië is de oude woonbonus enkel nog mogelijk indien u een uitkoop* doet van uw ex-partner en nog een andere lening lopen heeft die valt onder deze woonbonus. Er is echter geen verschil tussen de oude woonbonus van 2015 of later => Wallonië vermeldt slechts 1 code meer: code 3360-3361 "Leningen gesloten vanaf 2015".
  • in Brussel was de oude woonbonus nog mogelijk voor leningen aangegaan in 2015 en 2016. Er is echter geen verschil tussen de oude woonbonus van 2015 of 2016 => Brussel vermeldt slechts 1 code meer: code 3360-3361 "Leningen gesloten in 2015 of 2016".
  • De code 3360-3361: heeft dus 3 verschillende omschrijvingen gekregen en betekent in elk gewest iets anders.

De regionale woonbonus geldt alleen als de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • uw lening werd aangegaan 2015 (Vlaanderen), 2016 (Brussel) of eventueel later (Waalse inkoop*)
  • uw woning is gelegen in Brussel, Wallonië of Vlaanderen
  • het is uw eigen woning, dus de woning waar u werkelijk woont
  • het is uw enige woning

* Uitzondering: als u in Wallonië uw ex-partner uitkoopt uit uw enige en eigen woning en u voor dezelfde woning nog een andere lening hebt, krijgt u voor uw uitkooplening dezelfde fiscaliteit als van uw oorspronkelijke lening (als er nog plaats is in uw korf). Het fiscale voordeel van uw nieuwe lening blijft wel beperkt tot de looptijd van uw oorspronkelijke lening.

Woonbonus AJ 2018 voor een lening van 2016

 

Brussel

Wallonië (uitkoop + oude woonbonuslening)

Basiskorf

2.350 EUR

2.290 EUR

Bijkomende korf

780 + evt. 80 EUR

760 + evt. 80 EUR

Woonbonus AJ 2018 voor een lening van 2015

 

Vlaanderen

Brussel

Wallonië

Basiskorf

1.520 EUR

2.350 EUR

2.290 EUR

Bijkomende korf

760 + evt. 80 EUR

780 + evt. 80 EUR

760 + evt. 80 EUR

Let op : u moet zelf nagaan of u recht hebt op de bijkomende korf en hoe groot de korven woonbonus zijn afhankelijk van het Gewest waar u woont.

Als bijkomende vraag, moet u invullen of het nog altijd uw enige woning is op 31-12-2017 en hoeveel kinderen u ten laste had op 01-01-jaar X.

b) De regionale woonbonus voor leningen van 2005 tot 2014 geldt alleen als de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • uw lening werd aangegaan van 2005 tot 2014
  • uw woning is gelegen in Brussel, Wallonië of Vlaanderen
  • het is uw eigen woning, dus de woning waar u werkelijk woont
  • het is uw enige woning

Woonbonuskredieten afgesloten in de periode 2005-2014 behouden de intussen vertrouwde codes 3370-3371.

Let op: u moet zelf nagaan of u recht hebt op de bijkomende korf en hoe groot de korven woonbonus zijn afhankelijk van het Gewest waar u woont.

Woonbonus aanslagjaar 2017 voor een lening van 2005-2014

 

Vlaanderen

Brussel

Wallonië

Basiskorf

2.280 EUR

2.300 EUR

2.290 EUR

Bijkomende korf

760 + evt. 80 EUR

770 + evt. 80 EUR

760 + evt. 80 EUR


Opmerkelijk: de bijkomende vragen (enige woning op 31-12-2017 en aantal kinderen ten laste op 01-01 van het jaar volgend op het leningsjaar) worden alleen gesteld wanneer uw krediet dateert vanaf 2008. Voor kredieten van 2005, 2006 of 2007 is dit niet meer van toepassing, omdat de bijkomende korven woonbonus maximaal 10 jaar genoten konden worden.

Vak IX.I. 3 Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX.I.2 Brusselse aangifte: Andere dan de in 1 tot 2 bedoelde interesten die in aanmerking komen voor een gewestelijke belastingvermindering

U hebt in 2017 interesten betaald op een lening (aangegaan vóór 2015 in Brussel en Wallonië en aangegaan vóór 2016 in Vlaanderen) die u specifiek aanging om uw eigen woning te verwerven of te behouden, en deze interesten vielen niet onder de gewestelijke woonbonus? Ook die interesten geven recht op een gewestelijk belastingvoordeel!

  • Als u een woning gemeenschappelijk hebt of u hebt ze in onverdeeldheid, dan geeft u de interesten aan in functie van uw huwelijksstelsel of van het eigendomspercentage dat u in het goed bezit
  • Als u gehuwd bent onder het wettelijk stelsel en u of uw partner een onroerend goed bezit, dan moeten jullie in principe beiden het onroerende inkomen aangeven. In dat geval kan de partner die geen eigenaar is toch de helft van de interesten aangeven die werden betaald om dit goed te verwerven. Het maakt daarbij zelfs niet uit dat het krediet alleen op naam staat van de partner die eigenaar is

a) Gegevens van het vrijgestelde inkomen van de eigen woning: codes 3100-3121 en 4100-4121. Deze rubriek 'IX.I.3.a) Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX. I.2. a) Brusselse aangifte omvat de onroerende inkomsten die voortkomen uit de ‘eigen woning’. Deze rubriek dient men alleen in te vullen wanneer er nog oude leningen voor de eigen woning aangegeven worden (kredieten van vóór 2005).

b) Gewestelijke belastingvermindering voor bijkomende interesten: codes 3133-3149 en codes 4133-4149. Rubriek 'IX. I.3.b) Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX. I.2. b) Brusselse aangifte' gaat over de regionale bijkomende interestaftrek. Deze belastingvermindering geldt in principe alleen voor kredieten van vóór 2005 en kan slechts 12 jaar genoten worden. In praktijk zal deze rubriek niet vaak meer voorkomen. Is uw 12-jarige periode al verstreken? Dan vult u uw interesten het best in onder de code 3146 (in rubriek IX.I.3.c) Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX. I.2. c) Brusselse aangifte). Uw uiteindelijk te betalen of terug te krijgen belasting zal exact hetzelfde zijn en op deze manier kunnen een 10-tal codes uit uw aangifte geschrapt worden. Codes 3133 tot 3149 mogen dan allemaal blanco gelaten worden).

c) Gewestelijke belastingvermindering voor gewone interesten: codes 3146/3150/3151/3152. Rubriek 'IX.I.3.c) Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX. I.2.c) Brusselse aangifte’ is de belangrijkste rubriek voor interesten over de eigen woning als het krediet niet in aanmerking komt voor de woonbonus (bv. looptijd < 10 jaar). Een krediet aangegaan in 2015 voor uw eigen woning gaf alleen in Vlaanderen nog recht op de regionale belastingvermindering voor interesten . Voor kredieten afgesloten vanaf 2016 werd die regionale belastingvermindering in alle gewesten geschrapt.

De in dit vak vermelde interesten zullen de aangegeven onroerende inkomsten ‘compenseren’. Deze interesten kunnen vrij worden verdeeld tussen partners met een gemeenschappelijke aangifte. Let op, de belastingplichtige moet zelf deze verdeling maken.

Vak IX.I.4 Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX.I.3 Brusselse aangifte Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van uw eigen woning

U hebt in 2017 kapitaalaflossingen betaald op een lening (aangegaan vóór 2016 in Vlaanderen of vóór 2017 in Brussel) die u aanging om uw eigen woning te kopen of te behouden, en deze kapitaalaflossingen vallen niet onder de gewestelijke woonbonus. Ook deze kapitaalaflossingen geven recht op een gewestelijk belastingvoordeel!

Zowel deze kapitaalaflossingen als de levensverzekeringspremies van vak IX.I.5 Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX.I.4 Brusselse aangifte vallen onder de korf langetermijnsparen. Deze korf wordt beperkt in functie van de beroepsinkomsten van de belastingplichtige en mogen een bepaald maximumbedrag niet overschrijden. Het aan te geven bedrag van de kapitaalaflossingen wordt ook beperkt tot een fiscaal referentiebedrag vastgelegd voor het leningsjaar. Het bedrag van die beperking blijft geldig tijdens de volledige looptijd van het krediet.

Langetermijnsparen/bouwsparen AJ2018

 

Vlaanderen

Brussel

Wallonië

Basiskorf

2.280 EUR

2.350 EUR

2.290 EUR

Gehuwden en wettelijk samenwonende partners kunnen de uitgaven onderling vrij verdelen wanneer ze gezamenlijk belast worden en beiden mede-eigenaar en medekredietnemer zijn.

Nieuw: Vorig jaar bepaalden voetnoten welke codes door welk gewest ingevuld mochten worden. Nu ziet u enkel de codes die voor u van toepassing zijn:

  • in Vlaanderen was het bouwsparen/langetermijnsparen niet meer mogelijk voor leningen aangegaan in 2016
  • in Wallonië is het bouwsparen/langetermijnsparen enkel nog mogelijk indien u een uitkoop doet van uw ex-partner en nog een andere lening lopen heeft die valt onder dit bouwsparen
  • in Brussel was de het bouwsparen/langetermijnsparen nog mogelijk voor leningen aangegaan in 2015 en 2016

a) De gewestelijke vermindering voor het bouwsparen: codes 3355-3359 en 4355-4359.

  • moet de eigen woning van de belastingplichtige zijn als het krediet werd aangegaan vóór 1993 (jaarlijkse controle)
  • moet de enige woning van de belastingplichtige zijn als het krediet werd aangegaan na 01-01-1993. Het krediet (of een herfinanciering ervan) moet wel zijn afgesloten vóór 2005. Onder bepaalde voorwaarden komen ook kredieten van na 01-01-2005 in aanmerking voor het bouwsparen, wanneer er voor dezelfde woning nog een krediet van vóór 01-01-2005 lopende was
  • het betaalde kapitaal moet beperkt worden tot een bepaald plafond, afhankelijk van de gezinssituatie van de belastingplichtige en van het leningsjaar. Deze belastingvermindering wordt berekend aan marginaal tarief.

b) De gewestelijke vermindering voor het langetermijnsparen: codes 3358 en 4358. Deze code is van toepassing voor de kapitaalsaflossingen voor een eigen woning die destijds niet van de woonbonus kon genieten, bv. omdat u bij het aangaan van die lening nog een vakantieverblijf bezat. De kapitaalaflossingen leveren u een beperkter belastingvoordeel op onder het langetermijnsparen. Het fiscaal grensbedrag wordt in dat geval bepaald op basis van het kredietjaar, zonder rekening te houden met het aantal kinderen ten laste.

Deze belastingvermindering wordt berekend aan 30%.

Hoe berekent u het aan te geven kapitaalaflossingsbedrag?

1. Als het geleende bedrag het in de tabel vermelde maximumbedrag overschrijdt: (de in 2017 betaalde kapitaalaflossingen)* (het limietbedrag (zie tabel)/het bedrag van de toegekende lening).

2. Bereken het maximumbedrag dat u kan aangeven voor de korf langetermijnsparen.

Hoe verdeelt u uw aftrekbare kapitaalaflossingen over uw partner en uzelf?

Op basis van het fiscaal attest dat u ontving van Belfius (nu elektronisch beschikbaar in Belfius Direct Net of My Minfin), moet u het bedrag van de fiscaal inbrengbare kapitaalaflossingen berekenen en invullen op uw aangifte.

1. Als u en uw gehuwde of wettelijke samenwonende partner hetzelfde stelsel genieten (dat van bouwsparen of langetermijnsparen), kan u dit bedrag naar keuze onder elkaar verdelen.

2. Geniet u niet hetzelfde stelsel (de ene partner zit in het stelsel van bouwsparen en de andere in het stelsel van langetermijnsparen), geef dan het kapitaal aan in overeenstemming met het eigendomspercentage dat u en uw partner bezitten in het onroerend goed.

3. Als u onder het stelsel van gemeenschap van goederen gehuwd bent, zal het percentage voor elke partner altijd 50% bedragen. Als u zich in situatie 2 bevindt en u de kapitaalaflossingen toch vrij wil verdelen, kan u ervoor kiezen de aflossingen aan te geven als langetermijnsparen. U moet dus ook rekening houden met de fiscale korf berekend op basis van de inkomsten van elke echtgeno(o)t(e).

4. Feitelijke partners moeten het kapitaal altijd aangeven in overeenstemming met het eigendomspercentage dat ze bezitten in het onroerend goed en mogen elk maximum 50% van de uitgaven van de lening inbrengen wanneer ze beiden medekredietnemer zijn.

Vak IX.I.5 Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX.I.4 Brusselse aangifte Premies van individuele levensverzekeringen

Levensverzekeringspremies kunnen in sommige gevallen recht geven op een belastingvermindering. Let op: van zodra u één jaar een belastingvoordeel vraagt, zal u op het einde van het contract belast worden.

Zowel deze levensverzekeringspremies (vak IX.I.5 Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX.I.4 Brusselse aangifte) als kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen van vak IX.I.4 Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX.I.3 Brusselse aangifte vallen onder de korf langetermijnsparen. Deze korf wordt beperkt in functie van de beroepsinkomsten van de belastingplichtige en mogen een bepaald maximumbedrag niet overschrijden. Deze premies mogen nooit vrij verdeeld worden onder de partners.

Langetermijnsparen/bouwsparen AJ2018

 

Vlaanderen

Brussel

Wallonië

Basiskorf

2.280 EUR

2.350 EUR

2.290 EUR


a) De gewestelijke vermindering voor het bouwsparen: codes 3350/3352 en 4350/4352: in dit vak kan u de premies vermelden van levensverzekeringen die uitsluitend dienen voor de reconstitutie of het waarborgen van een hypothecaire lening die is aangegaan om een woning in de Europese Economische Ruimte te kopen, te bouwen of te verbouwen.

Deze woning moet:

  • de eigen woning van de belastingplichtige zijn als het krediet werd aangegaan vóór 1993
  • de enige woning van de belastingplichtige zijn als het krediet werd aangegaan na 01-01-1993

De premie moet beperkt worden tot het plafond dat geldt voor de lening waaraan de verzekering verbonden is. Het gedeelte van de premie dat hier ingevuld mag worden, berekent u zo: (de totale premie) * (het plafond van het krediet / het totaal verzekerde bedrag). Vul dit gedeelte van de premie in bij code 3350/4350 - 3352/4352, volgens het jaar waarin de lening werd aangegaan. Het saldo wordt aangegeven in het vak van de premies die in aanmerking komen voor de vermindering voor het langetermijnsparen (zie hieronder).

b) De gewestelijke vermindering voor het langetermijnsparen: codes 3353-3354 en 4353-4354.

Deze code omvat de uitgaven voor een premie schuldsaldoverzekering die niet in aanmerking kwam voor de woonbonus maar wel betrekking had op de eigen woning. Voor leningen van 2017 kan deze code alleen nog ingevuld worden in Wallonië in geval van een eventuele uitkoop.

c) Contractnummer en naam van de verzekeringsinstelling.

Geeft u een premie van een levensverzekering aan, vermeld dan hier het contractnummer en de naam van de verzekeringsinstelling.

Vak IX.I.6.. Vlaamse en Waalse aangifte en vak IX.I.5 Brusselse aangifte Betaalde erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen

Code 3143/3147: deze vergoedingen kunnen in bepaalde gevallen in aanmerking komen voor een belastingvermindering.




Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen

Jaar van de lening

Geen kinderen

1 kind

2 kinderen

3 kinderen

4 en meer kinderen

 Vóór 1989

49.578,70

49.578,70

49.578,70

49.578,70

49.578,70

 1989

49.578,70

52.057,64

54.536,58

59.494,45

64.452,32

 1990

51.115,64

53.668,95

56.222,25

61.353,65

66.460,25

 1991

52.875,69

55.528,15

58.180,61

63.460,74

68.740,87

 1992-1998

54.536,58

57.263,40

59.990,23

65.443,89

70.872,76

 1999

55.057,15

57.808,77

60.560,39

66.063,62

71.566,86

 2000

55.652,10

58.453,29

61.229,70

66.782,52

72.360,12

 2001

57.570

60.440

63.320

69.080

74.830

 2002

58.990

61.930

64.880

70.780

76.680

 2003

59.960

62.950

65.950

71.950

77.940

 2004

60.910

63.960

67.000

73.090

79.180

 2005

62.190

-

-

-

-

 2006

63.920

-

-

-

-

 2007

65.060

-

-

-

-

 2008

66.240

-

-

-

-

 2009

69.220

-

-

-

-

 2010

69.220

-

-

-

-

 2011

70.700

-

-

-

-

 2012

73.190

-

-

-

-

 2013

75.270 (federaal) 

-

-

-

-

 2014

76.110 (gewestelijk) 

-

-

-

-

 2015

 76.360 (Brussel en Wallonië) 76.110 (Vlaanderen)

 

 

 

 

 2016

 76.780 (Brussel)

 

 

 

 

 

 

 2017

 /

 

 

 

Vak IX.II. Uitgaven die geen betrekking hebben op uw eigen woning (federale woonfiscaliteit)

Alle leningen die aangegaan werden om een woning te kopen of behouden, vallen onder de federale woonfiscaliteit als het niet de ‘eigen’ woning betrof op het ogenblik van de maandelijkse afbetaling.

Uw kredietspecialist bezorgt u graag een uitsplitsing van de totaalbedragen op uw fiscale attesten. Het volstaat dit document op te vragen via uw kantoor. Dit kan handig zijn als u bv. vorig jaar verhuisde.

De ‘andere niet-eigen woning’ is een andere woning dan de woning die u als eigenaar zelf betrekt, bv. een buitenverblijf, een verhuurde woning of een gedeelte van de eigen woning dat beroepsmatig gebruikt wordt.

Vak IX. II.A. De ‘groene’ interesten (federaal)

Opgelet: De groene interesten ‘code 1143’ verhuisden van plaats en staan nu niet langer vermeld als eerste code bij de woonfiscaliteit, maar wordt pas opgenomen onder de federale codes.

Code 1143: als u een groene lening hebt afgesloten in de periode 2009 tot 2011, kan u een belastingvermindering krijgen die 30% van de betaalde groene interesten bedraagt. Aangezien dit een uitdovende maatregel is, werd beslist dat dit een federale materie blijft, ongeacht of het gaat om een eigen of om een andere niet-eigen woning.

Als u code 1143 invult, kan u diezelfde groene interesten natuurlijk niet meer invullen in de woonbonus, de regionale belastingvermindering voor interesten of de federale gewone interestaftrek.

Vak IX.II.B 1 Interesten en kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen gesloten van 2005 tot 2013 die in aanmerking komen voor de federale woonbonus

De federale woonbonus (codes 1370 en 2370) is uitdovend en alleen van toepassing wanneer de lening onder de woonbonus werd aangegaan tussen 01-01-2005 en 31-12-2013 én de woning haar statuut ‘eigen’ verloor vóór 01-01-2016.

U mag deze codes alleen in uitzonderlijke gevallen invullen.

De federale woonbonus genereert een belastingvoordeel dat vergelijkbaar is met dat van de regionale woonbonus. Betaalde interesten, kapitaalaflossingen en premies van een levensverzekering worden samengevoegd in een korf die maximaal 2.260 euro bedraagt, en die eventueel verhoogd wordt met 750 en 80 euro aan bijkomende korven gedurende de eerste 10 jaar. De belastingvermindering wordt berekend aan marginaal tarief, met een minimum van 30

In vak IX.II.B.3 geeft u premies aan van schuldsaldoverzekeringen m.b.t. leningen die onder de federale woonbonus vallen.


 

Federale Woonbonus

Basiskorf

2.260 EUR

Bijkomende korf (indien enige woning)

750 + evt. 80 EUR

Vak IX.II.B.3 Interesten die in aanmerking komen voor een federaal belastingvoordeel

U hebt in 2017 interesten betaald op een lening die u specifiek aanging om een andere niet-eigen woning te kopen of behouden, en deze interesten vallen niet onder het uitzonderingsregime van de federale woonbonus. Ook deze interesten geven recht op een federaal belastingvoordeel!

a) Federale belastingvermindering voor bijkomende interesten: codes 1136-1149 en codes 2136-2149. In rubriek IX.II.B.3.a vult u de interesten (en bijkomende gegevens) in van kredieten die nog in aanmerking zouden komen voor de bijkomende interestaftrek. In praktijk zal dit zelden voorkomen, aangezien de bijkomende interestaftrek uitdovend is sinds 2005 en het voordeel slechts 12 opeenvolgende jaren kan genoten worden. Is die periode van 12 jaar al verstreken, dan vult u uw interesten het best in onder code 1146. Uw uiteindelijk te betalen of terug te krijgen belasting zal exact hetzelfde zijn en op deze manier kunnen een 10-tal codes uit uw aangifte geschrapt worden (codes 1138 tot 1149 mogen dan allemaal blanco gelaten worden).

Het belastingvoordeel wordt berekend aan marginaal tarief op een jaarlijks dalende basis die voorwerp uitmaakt van een complexe bewerking.

b) Federale gewone interestaftrek: codes 1146 en 2146. In deze rubriek IX.II.B.3.b mogen alle interesten (van leningen voor andere woningen) vermeld worden die niet in aanmerking komen voor de bijkomende interestaftrek of woonbonus. De in dit vak vermelde interesten zullen de aangegeven onroerende inkomsten ‘compenseren’. Deze interesten kunnen vrij worden verdeeld tussen partners met een gemeenschappelijke aangifte. Let op, de belastingplichtige moet zelf deze verdeling maken.

Vak IX.II.B. 4 Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van een andere woning dan uw eigen woning

U hebt in 2017 kapitaalaflossingen betaald op een lening die u specifiek aanging om een ‘andere niet-eigen’ woning te verwerven of te behouden, en deze kapitaalaflossingen vallen niet onder het uitzonderingsregime van de federale woonbonus. Ook deze kapitaalaflossingen geven recht op een federaal belastingvoordeel!
Zowel deze kapitaalaflossingen (vak IX.II.B.4) van hypothecaire leningen als de levensverzekeringspremies van vak IX.II.B.5 vallen onder de korf langetermijnsparen. Deze korf wordt beperkt in functie van de beroepsinkomsten van de belastingplichtige, met een totaal maximum van 2.260 euro voor 2017.

a) De federale vermindering voor het bouwsparen: codes 1355 en 2355

Alleen kredieten aangegaan vanaf 01-01-1993 en vóór 2005 (of een herfinanciering ervan) voor een toenmalige enige woning die vandaag niet meer de eigen woning is, komen in aanmerking voor de federale belastingvermindering voor het bouwsparen. Het betaalde kapitaal moet beperkt worden tot een fiscaal plafond, dat afhangt van de gezinssituatie van de belastingplichtige en van het leningsjaar. Deze belastingvermindering wordt berekend aan marginaal tarief.

b) De federale vermindering voor het langetermijnsparen : codes 1358-1360 en 2358-2360

De kapitaalaflossingen leveren u een belastingvoordeel op dat lager is qua tarief (30%) en qua bedrag, als:

  • het gekochte onroerend goed niet beantwoordt aan de bovenvermelde voorwaarden
  • de voorwaarden van de woonbonus niet voldaan waren. Het fiscaal grensbedrag wordt dan bepaald volgens het kredietjaar, zonder rekening te houden met het aantal kinderen ten laste. Deze belastingvermindering wordt berekend aan 30%.

Vak IX.II.B. 5 Premies van individuele verzekeringen die in aanmerking komen voor een federale belastingvermindering

Levensverzekeringspremies kunnen in sommige gevallen recht geven op een belastingvermindering. Let op: van zodra u één jaar een belastingvoordeel vraagt, zal u op het einde van het contract belast worden.

Zowel deze levensverzekeringspremies (vak IX.II.B.5) als kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen van vak IX.II.B.4 vallen onder de korf langetermijnsparen. Deze korf wordt beperkt in functie van de beroepsinkomsten van de belastingplichtige, met een totaalmaximum van 2.260 euro voor 2017.

a) De federale vermindering voor het bouwsparen: codes 1351 en 2351

In dit vak kan u de premies vermelden van levensverzekeringen die uitsluitend dienen voor de reconstitutie of het waarborgen van een hypothecaire lening die is aangegaan om een woning in de Europese Economische Ruimte te kopen, te bouwen of te verbouwen. Het hiermee verbonden krediet moet aangegaan zijn na 01-01-1993 en betrekking hebben op de toenmalige enige woning. Deze premie moet beperkt worden tot het plafond dat geldt voor de lening waaraan de verzekering verbonden is. Het gedeelte van de premie dat hier ingevuld mag worden, berekent u zo: (de totale premie) * (het plafond van het krediet / het totaal verzekerde bedrag). Dit gedeelte van de premie moet u invullen bij code 1351-2351. Het saldo van de premie wordt aangegeven in het vak van de premies die in aanmerking komen voor de vermindering voor het langetermijnsparen (zie hieronder).

b) De federale vermindering voor het langetermijnsparen: codes 1353-1354 en 2353-2354

Alle andere verzekeringspremies (voor andere woningen) zijn aftrekbaar onder deze rubriek, net als het premiebedrag dat overblijft na de beperking in het kader van het bouwsparen. Ook premies van individuele levensverzekeringen (langetermijnsparen los van een woning) kunnen hier aangegeven worden.

c) Contractnummer en naam van de verzekeringsinstelling

Wanneer u een premie van een levensverzekering aangeeft, moet u hier het contractnummer en de naam van de verzekeringsinstelling vermelden.

Vak IX.II.B. 6 Betaalde erfpacht- en opstalvergoedingen:

Code 1147: deze vergoedingen komen in bepaalde gevallen in aanmerking voor een belastingvermindering.

Pensioensparen

U wilt sparen om uw toekomstige pensioen aan te dikken?

Bijkomende informatie over de aangifte:

  • van bank- en verzekeringsproducten kan u bekomen bij uw Belfius-bankier
  • van andere inkomsten of uitgaven bij de Federale Overheidsdienst Financiën die bereikbaar is via zijn Contact Center op het nummer 02.572.57.57

Contacteer ons

Belastingsimulator

versie 2017 beschikbaar 

Start onze belastingsimulator

Voor een optimaal gebruik raden wij aan om Google Chrome in te stellen als standaardbrowser.