1. Home
  2. Sleutelmomenten
  3. Belastingen
  4. Belastingaangifte
  5. Gids
  6. Vak IX

Vak IX: interesten en kapitaalaflossingen van leningen en schulden, premies van individuele levensverzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen, die recht geven op een belastingvoordeel

In dit vak zijn alle uitgaven voor kredieten, verzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen die recht geven op een belastingvoordeel, samengebracht.


Nieuwigheden


De regionalisering van de woonfiscaliteit haalde vorig jaar het vak IX volledig overhoop. Gezien de verschillende gewesten in 2015 hun verschillende regimes een eerste maal grondig bijstuurden, omvat vak IX ook dit jaar een aantal bijkomende codes.


Om te evalueren of uw krediet onder de regionale of de federale woonfiscaliteit valt, moet u op het ogenblik van iedere maandelijkse afbetaling nagaan of het op dat moment uw ‘eigen woning’ betrof. Uw kredietspecialist bezorgt u, indien gewenst, een uitsplitsing van de totaalbedragen op uw fiscale attesten. Dat kan handig zijn als u bv. vorig jaar verhuisde.

De ‘eigen woning’ is de woning die u als eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker zelf betrok op het ogenblik van de maandelijkse afbetaling (de werkelijke woonplaats). De plaats van domiciliëring is slechts een weerlegbaar vermoeden. De ‘eigen woning’ omvat niet het gedeelte van een woning dat aan derden verhuurd wordt of beroepsmatig gebruikt wordt.


Vak IX wordt nog steeds opgesplitst in 3 rubrieken.

  • A. De ‘groene’ interesten: code 1143
  • B. Uitgaven m.b.t. de ‘eigen’ woning: codes 3100-3380 en codes 4100-4380
  • C. Uitgaven m.b.t. de ‘andere’ woning: codes 1136-1380 en codes 2136-2380

Vak IX. A. De ‘groene’ interesten (federaal)

Code 1143: als u een groene lening hebt afgesloten in de periode 2009 tot 2011, kunt u een belastingvermindering genieten die 30% van de betaalde groene interesten bedraagt. Aangezien dit een uitdovende maatregel is, werd beslist dat dit een federale materie blijft, ongeacht of het gaat om een eigen of om een andere niet-eigen woning.

Als u code 1143 invult, kunt u diezelfde groene interesten natuurlijk niet meer invullen in de woonbonus, de regionale belastingvermindering voor interesten of de federale gewone interestaftrek.

Vak IX. B. Uitgaven voor uw ‘eigen’ woning (gewestelijke woonfiscaliteit)

Alle leningen die aangegaan werden om een woning te verwerven of te behouden, vallen onder de gewestelijke woonfiscaliteit als het de ‘eigen’ woning betrof op het ogenblik van de maandelijkse afbetaling.


Vak IX.B. 1 Interesten, kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen en premies van individuele levensverzekeringen gesloten vanaf 2005 die in aanmerking komen voor de gewestelijke woonbonus

Rubriek B1 omvat de regionale woonbonus.

De gewestelijke woonbonus is van toepassing als de woning waarvoor u leent:

  • op het ogenblik van de betaling van de mensualiteit de eigen woning was, en
  • op 31-12 van het leningsjaar de enige woning was

In het vak regionale woonbonus wordt een onderscheid gemaakt tussen de kredieten gesloten in 2015 en de kredieten gesloten van 2005 tot 2014. Dit omdat de woonbonus in alle gewesten wijzigde voor nieuwe kredieten vanaf 1-01-2015. Zo werd het voordeel beperkt tot 40 of 45% en daalde de basiskorf in Vlaanderen met 760 euro. Het gewest zelf wordt bepaald op basis van uw woonplaats, zoals gekend door de Administratie.

Woonbonuskredieten afgesloten in de periode 2005-2014 behouden de intussen vertrouwde codes 3370-3371.

Het totaal aftrekbare bedrag is de som van alle maandelijkse afbetalingen (interesten + kapitaalaflossingen + premies voor een schuldsaldoverzekering) die u betaalde in 2015, terwijl het op dat moment uw ‘eigen’ woning was.


Woonbonus aanslagjaar 2016






Vlaanderen


Brussel


Wallonië

Basiskorf
2.280 of 1.520*
2.290
2.290
Bijkomende korf
760 + evt. 80
760 + evt. 80
760 + evt. 80

* Indien krediet in 2015 afgesloten onder de verminderde Vlaamse woonbonus.



Het maximaal aftrekbare bedrag bestaat in alle gewesten uit:

  • een basiskorf, waarvan het bedrag varieert o.m. naargelang het gewest, en
  • een bijkomende korf van 760 euro gedurende de eerste 10 jaar en op voorwaarde dat u ondertussen nog geen bijkomende woning verworven hebt, en
  • een bijkomende korf van 80 euro als u minstens 3 kinderen ten laste hebt op 1 januari van het jaar dat volgt op het leningsjaar, ook hier gedurende de eerste 10 jaar en op voorwaarde dat u intussen geen bijkomende woning verworven hebt

De verdeling van de verschillende uitgaven voor een krediet hangen af van uw persoonlijke situatie:

  • één ontlener: uw betaalde uitgaven worden aangegeven onafhankelijk van het eigendomspercentage
  • meerdere ontleners met een aparte aangifte: verdeling van uw uitgaven in overeenstemming met de eigendomspercentages
  • meerdere ontleners met een gemeenschappelijke aanslag: vrije verdeling

Bij een gemeenschappelijke aanslag bepaalt uw huwelijksstelstel de aftrekvoorwaarden:

  • bij het wettelijk stelsel: het is niet steeds noodzakelijk dat beide partners eigenaar zijn
  • bij scheiding van goederen of wettelijk samenwonenden: jullie moeten beiden eigenaar zijn om allebei de aftrek te kunnen genieten

Tot slot moet u in deze rubriek nog 2 bijkomende gegevens vermelden:

  • was de woning waarvoor de lening is aangegaan, op 31-12-2015 nog altijd uw enige woning?

    Code 3374/4374: Ja

    Code 3375/4375: nee, en dan verliest u de verhogingen (760 + eventueel 80 euro) van de woonbonus.

  • Code 3373/4373: hoeveel kinderen had u ten laste op 1 januari van het jaar na het leningsjaar?
    • Opmerkelijk: er worden alleen bijkomende vragen gesteld als uw krediet dateert vanaf 2006. Voor kredieten van 2005 is men niet langer geïnteresseerd in de notie ‘enige woning’ of het aantal kinderen ten laste, omdat de bijkomende korven woonbonus maximaal tien jaar genoten konden worden.
    • Opgelet: men dient zelf na te gaan of men recht heeft op de bijkomende korf en hoe groot de korven woonbonus zijn afhankelijk van het gewest waar men woont.

Vak IX.B. 2 Andere dan de in 1 bedoelde interesten die in aanmerking komen voor een gewestelijke belastingvermindering

U hebt in 2015 interesten betaald op een lening die u specifiek aanging om uw eigen woning te verwerven of te behouden, en deze interesten vallen niet onder de gewestelijke woonbonus? Ook die interesten geven recht op een gewestelijk belastingvoordeel!

  • Als u een woning gemeenschappelijk hebt of u hebt ze in onverdeeldheid, dan geeft u de interesten aan in functie van uw huwelijksstelsel of van het eigendomspercentage dat u in het goed bezit.
  • Als u gehuwd bent onder het wettelijk stelsel en u of uw partner een onroerend goed bezit, dan moeten jullie in principe beiden het onroerende inkomen aangeven. In dat geval kan de partner die geen eigenaar is toch de helft van de interesten aangeven die werden betaald om dit goed te verwerven. Het maakt daarbij zelfs niet uit dat het krediet enkel op naam staat van de partner die eigenaar is

a) Gegevens van het vrijgestelde inkomen van de eigen woning: codes 3100-3121 en 4100-4121. Deze rubriek ‘B2a’ omvat de onroerende inkomsten die voortkomen uit de ‘eigen woning’. Deze rubriek dient men alleen in te vullen wanneer er nog oude leningen voor de eigen woning aangegeven worden (kredieten van vóór 2005).

b)Gewestelijke belastingvermindering voor bijkomende interesten: codes 3133-3149 en codes 4133-4149. Rubriek ‘B2b’ omtrent de regionale bijkomende interestaftrek. Deze belastingvermindering geldt in principe enkel voor kredieten van vóór 2005 en kan slechts 12 jaar genoten worden.

c) Gewestelijke belastingvermindering voor gewone interesten: codes 3146/3150/3151 en 3152. Rubriek ‘B2c’ is de belangrijkste rubriek voor interesten met betrekking tot de eigen woning als het krediet niet in aanmerking komt voor de woonbonus (bv. looptijd < 10 jaar).


Let hier vooral op de bijkomende codes voor kredieten afgesloten in 2015. Een krediet in 2015 gesloten voor de eigen woning geeft enkel in Vlaanderen nog recht op de regionale belastingvermindering voor interesten. Voor kredieten afgesloten vanaf 2016 werd die regionale belastingvermindering ook in Vlaanderen geschrapt, gezien de komst van de geïntegreerde Vlaamse woonbonus.

De in dit vak vermelde interesten zullen de aangegeven onroerende inkomsten ‘compenseren’. Deze interesten kunnen vrij worden verdeeld tussen partners met een gemeenschappelijke aangifte. Opgelet, de belastingplichtige moet zelf deze verdeling maken.



Vak IX.B. 3 Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van uw eigen woning

U hebt in 2015 kapitaalaflossingen betaald op een lening die u specifiek aanging om uw eigen woning te verwerven of te behouden, en deze kapitaalaflossingen vallen niet onder de gewestelijke woonbonus. Ook deze kapitaalaflossingen geven recht op een gewestelijk belastingvoordeel!


Zowel deze kapitaalaflossingen als de levensverzekeringspremies van vak IX.B.4 vallen onder de korf langetermijnsparen. Deze korf wordt beperkt in functie van de beroepsinkomsten van de belastingplichtige met een totaalmaximum van 2.280 euro (Vlaams Gewest), 2.300 euro (Brussels Gewest) en 2.290 euro (Waals Gewest) voor 2015. Het aan te geven bedrag van de kapitaalaflossingen wordt ook beperkt tot een fiscaal referentiebedrag vastgelegd voor het leningsjaar. Het bedrag van die beperking blijft geldig tijdens de volledige looptijd van het krediet.


Gehuwden en wettelijk samenwonende partners kunnen de uitgaven onderling vrij verdelen wanneer ze gezamenlijk belast worden en beiden mede-eigenaar en medekredietnemer zijn.

a) De gewestelijke vermindering voor het bouwsparen: codes 3355-3357 en 3359 en 4355-4357 en 4359.

  • de eigen woning van de belastingplichtige zijn als het krediet werd aangegaan vóór 1993 (jaarlijkse controle)
  • de enige woning van de belastingplichtige zijn als het krediet werd aangegaan na 1-01-1993. Het krediet (of een herfinanciering ervan) moet wel zijn afgesloten vóór 2005. Onder bepaalde voorwaarden komen ook kredieten van na 1-01-2005 in aanmerking voor het bouwsparen, wanneer er voor dezelfde woning nog een krediet van vóór 1-01-2005 lopende was.
  • Het betaalde kapitaal moet beperkt worden tot een bepaald plafond, dat afhangt van de gezinssituatie van de belastingplichtige en van het leningsjaar. Deze belastingvermindering wordt berekend aan marginaal tarief.


    Ook in het regionaal bouwsparen werden bijkomende codes toegevoegd. De voetnoot bij code 3350 wijst erop dat er in 2015 in Vlaanderen geen nieuwe kredieten meer konden afgesloten worden onder het regionaal bouwsparen. In Brussel en Wallonië kon dat wel nog in uitzonderlijke gevallen waar nog een oud krediet bouwsparen voor dezelfde woning liep.

b) De gewestelijke vermindering voor het langetermijnsparen: codes 3358 en 4358. De kapitaalaflossingen leveren u een beperkter belastingvoordeel op onder het langetermijnsparen, als:

  • het gekochte onroerend goed niet beantwoordt aan de bovenvermelde voorwaarden
  • de voorwaarden van de woonbonus niet voldaan waren. Het fiscaal grensbedrag wordt in dat geval bepaald op basis van het kredietjaar, zonder rekening te houden met het aantal kinderen ten laste.

  • Deze belastingvermindering wordt berekend aan 30%.


    Hoe berekent u het aan te geven kapitaalaflossingsbedrag?

    • 1. Als het geleende bedrag het in de tabel vermelde maximumbedrag overschrijdt: (de in 2015 betaalde kapitaalaflossingen) * (het limietbedrag (zie tabel)/het bedrag van de toegekende lening).
    • 2. Bereken het maximumbedrag dat u kunt aangeven voor de korf langetermijnsparen.

    Hoe verdeelt u uw aftrekbare kapitaalaflossingen over uw partner en uzelf?


    Op basis van het fiscaal attest dat u ontving van Belfius (nu elektronisch beschikbaar in Belfius Direct Net), moet u het bedrag van de fiscaal inbrengbare kapitaalaflossingen berekenen en invullen op uw aangifte.


    • 1. Als u en uw gehuwde of wettelijke samenwonende partner hetzelfde stelsel genieten (dat van bouwsparen of langetermijnsparen), kunt u dit bedrag naar keuze (ter optimalisatie) onder elkaar verdelen.
    • 2. Geniet u niet hetzelfde stelsel (de ene partner zit in het stelsel van bouwsparen en de andere in het stelsel van langetermijnsparen), geef dan het kapitaal aan in overeenstemming met het eigendomspercentage dat u en uw partner bezitten in het onroerend goed.
    • 3. Indien u onder het stelsel van gemeenschap van goederen gehuwd bent, zal het percentage voor elke partner steeds 50% bedragen. Indien u zich in situatie 2 bevindt en u de kapitaalaflossingen toch vrij wilt verdelen, kunt u ervoor kiezen de aflossingen aan te geven als langetermijnsparen. U moet dus ook rekening houden met de fiscale korf berekend op basis van de inkomsten van elke echtgeno(o)t(e).
    • 4. Feitelijke partners moeten het kapitaal steeds aangeven in overeenstemming met het eigendomspercentage dat u en uw partner bezitten in het onroerend goed en mogen elk maximum 50% van de uitgaven van de lening inbrengen wanneer ze beiden medekredietnemer zijn.

Vak IX.B. 4 Premies van individuele levensverzekeringen

Levensverzekeringspremies kunnen in sommige gevallen recht geven op een belastingvermindering. Opgelet: van zodra u één jaar een belastingvoordeel vraagt, zult u op het einde van het contract belast worden.

Zowel deze levensverzekeringspremies (vak IX.B.4) als kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen van vak IX.B.3 vallen onder de korf langetermijnsparen. Deze korf wordt beperkt in functie van de beroepsinkomsten van de belastingplichtige met een totaal maximum van 2.280 euro (Vlaams Gewest), 2.300 euro (Brussels Gewest) en 2.290 euro (Waals Gewest) voor 2015. Deze premies mogen nooit vrij verdeeld worden onder de partners.


Gehuwden en wettelijk samenwonende partners kunnen de uitgaven onderling vrij verdelen wanneer ze gezamenlijk belast worden en beiden mede-eigenaar en medekredietnemer zijn.

a) De gewestelijke vermindering voor het bouwsparen: codes 3350/3352 en 4350/4352 : in dit vak kunt u de premies vermelden van levensverzekeringen die uitsluitend dienen voor de reconstitutie of het waarborgen van een hypothecaire lening die is aangegaan om een woning in de Europese Economische Ruimte te kopen, te bouwen of te verbouwen. Deze woning moet:
  • de eigen woning van de belastingplichtige zijn als het krediet werd aangegaan vóór 1993
  • de enige woning van de belastingplichtige zijn indien het krediet werd aangegaan na 1-01-1993
Deze premie moet beperkt worden tot het plafond dat geldt voor de lening waaraan de verzekering verbonden is. Het gedeelte van de premie dat hier ingevuld mag worden, bekomt u door volgende berekening: (de totale premie) * het plafond (fiscaal referentiebedrag van het krediet, het totaal verzekerde bedrag). Vul dit gedeelte van de premie in bij code 3350/4350 - 3352/4352, al naargelang het jaar waarin de lening werd aangegaan.Het saldo wordt aangegeven in het vak van de premies die in aanmerking komen voor de vermindering voor het langetermijnsparen (zie hieronder).
b) De gewestelijke vermindering voor het langetermijnsparen: codes 3353-3354 en 4353-4354.

Alle andere verzekeringspremies zijn aftrekbaar onder deze rubriek, net als het premiebedrag dat overblijft na de beperking in het kader van het bouwsparen.
c) Contractnummer en naam van de verzekeringsinstelling.

Geeft u een premie van een levensverzekering aan, vermeld dan hier het contractnummer en de naam van de verzekeringsinstelling.


Vak IX.B. 5 Betaalde erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen


Code 3143 en 3147: deze vergoedingen kunnen in bepaalde gevallen in aanmerking komen voor een belastingvermindering.



Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen


Jaar van de lening

Geen kinderen

1 kind

2 kinderen

3 kinderen

4 en meer kinderen

 Vóór 1989
49.578,70
49.578,70
49.578,70
49.578,70
49.578,70
 1989
49.578,70
52.057,64
54.536,58
59.494,45
64.452,32
 1990
51.115,64
53.668,95
56.222,25
61.353,65
66.460,25
 1991
52.875,69
55.528,15
58.180,61
63.460,74
68.740,87
 1992-1998
54.536,58
57.263,40
59.990,23
65.443,89
70.872,76
 1999
55.057,15
57.808,77
60.560,39
66.063,62
71.566,86
 2000
55.652,10
58.453,29
61.229,70
66.782,52
72.360,12
 2001
57.570,00
60.440,00
63.320,00
69.080,00
74.830,00
 2002
58.990,00
61.930,00
64.880,00
70.780,00
76.680,00
 2003
59.960,00
62.950,00
65.950,00
71.950,00
77.940,00
 2004
60.910,00
63.960,00
67.000,00
73.090,00
79.180,00
 2005
62.190,00
-
-
-
-
 2006
63.920,00
-
-
-
-
 2007
65.060,00
-
-
-
-
 2008
66.240,00
-
-
-
-
 2009
69.220,00
-
-
-
-
 2010
69.220,00
-
-
-
-
 2011
70.700,00
-
-
-
-
 2012
73.190,00
-
-
-
-
 2013
75.270,00 (federaal)
-
-
-
-
 2014
76.110,00 (gewestelijk)
-
-
-
-
 2015 76.360,00 (Brussel en Wallonië) 76.110,00 (Vlaanderen)    

Vak IX. C. Uitgaven die geen betrekking hebben op uw eigen woning (federale woonfiscaliteit)

Alle leningen die aangegaan werden om een woning te verwerven of te behouden, vallen onder de federale woonfiscaliteit als het niet de ‘eigen’ woning betrof op het ogenblik van de maandelijkse afbetaling.

Uw kredietspecialist bezorgt u graag een uitsplitsing van de totaalbedragen op uw fiscale attesten. Het volstaat dit document op te vragen via uw kantoor. Dit kan handig zijn als u bv. vorig jaar verhuisde.

De ‘andere niet-eigen woning’ is een andere woning dan de woning die u als eigenaar zelf betrekt, bv. een buitenverblijf, een verhuurde woning of een gedeelte van de eigen woning dat beroepsmatig gebruikt wordt.


Vak IX.C. 1 Interesten en kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen gesloten van 2005 tot 2013 die in aanmerking komen voor de federale woonbonus

De federale woonbonus (codes 1370 en 2370) is uitdovend en enkel van toepassing wanneer de lening onder de woonbonus werd aangegaan tussen 1-01-2005 en 31-12-2013 én de woning haar statuut ‘eigen’ verloor vóór 1-01-2016.

U mag deze codes slechts in uitzonderlijke gevallen invullen. De federale woonbonus genereert een belastingvoordeel dat vergelijkbaar is met dat van de regionale woonbonus. Betaalde interesten, kapitaalaflossingen en premies van een levensverzekering worden samengevoegd in een korf die maximaal 2.260 euro bedraagt, en die eventueel verhoogd wordt met 750 en 80 euro aan bijkomende korven gedurende de eerste 10 jaar. De belastingvermindering wordt berekend aan marginaal tarief, met een minimum van 30%.
In vak IX.C.2 geeft u premies aan van schuldsaldoverzekeringen m.b.t. leningen die onder de federale woonbonus vallen.


Vak IX.C. 3 Interesten die in aanmerking komen voor een federaal belastingvoordeel

U hebt in 2015 interesten betaald op een lening die u specifiek aanging om een andere niet-eigen woning te verwerven of te behouden, en deze interesten vallen niet onder de federale woonbonus. Ook deze interesten geven recht op een federaal belastingvoordeel!

a) Federale belastingvermindering voor bijkomende interesten: codes 1136-1149 en codes 2136-2149. In C3a vult u de interesten (en bijkomende gegevens) in van kredieten die nog in aanmerking zouden komen voor de bijkomende interestaftrek. In praktijk zal dit zelden voorkomen, aangezien de bijkomende interestaftrek uitdovend is sinds 2005 en het voordeel slechts 12 opeenvolgende jaren kan genoten worden. Is die periode van 12 jaar al verstreken, vul uw intresten dan in onder code 1146.

 Het belastingvoordeel wordt berekend aan marginaal tarief op een jaarlijks dalende basis die voorwerp uitmaakt van een complexe bewerking.

b) Federale gewone interestaftrek: codes 1146 en 2146. In deze code mogen alle interesten vermeld worden die niet in aanmerking komen voor de bijkomende interestaftrek of woonbonus. De in dit vak vermelde interesten zullen de aangegeven onroerende inkomsten ‘compenseren’. Deze interesten kunnen vrij worden verdeeld tussen partners met een gemeenschappelijke aangifte. Opgelet, de belastingplichtige moet zelf deze verdeling maken.

Vak IX.C. 4 Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van een andere woning dan uw eigen woning

U hebt in 2015 kapitaalaflossingen betaald op een lening die u specifiek aanging om een ‘andere niet-eigen’ woning te verwerven of te behouden, en deze kapitaalaflossingen vallen niet onder de federale woonbonus. Ook deze kapitaalaflossingen geven recht op een federaal belastingvoordeel!
Zowel deze kapitaalaflossingen (vak IX.C.4) van hypothecaire leningen als de levensverzekeringspremies van vak IX.C.5 vallen onder de korf langetermijnsparen. Deze korf wordt beperkt in functie van de beroepsinkomsten van de belastingplichtige, met een totaalmaximum van 2.260 euro voor 2015.

a) De federale vermindering voor het langetermijnsparen: codes 1358-1360 en 2358-2360


Enkel kredieten aangegaan vanaf 1-01-1993 en vóór 2005 (of een herfinanciering ervan) met betrekking tot een toenmalige enige woning die vandaag niet langer de eigen woning is, komen in aanmerking voor de federale belastingvermindering voor het bouwsparen. Het betaalde kapitaal moet beperkt worden tot een fiscaal plafond, dat afhangt van de gezinssituatie van de belastingplichtige en van het leningsjaar. Deze belastingvermindering wordt berekend aan marginaal tarief.

b) De federale vermindering voor het langetermijnsparen: codes 1358-1360 en 2358-2360

De kapitaalaflossingen leveren u een belastingvoordeel op dat lager is qua tarief (30%) en qua bedrag, als:

  • het gekochte onroerend goed niet beantwoordt aan de bovenvermelde voorwaarden
  • de voorwaarden van de woonbonus niet voldaan waren. Het fiscaal grensbedrag wordt dan bepaald volgens het kredietjaar, zonder rekening te houden met het aantal kinderen ten laste. Deze belastingvermindering wordt berekend aan 30%.

Vak IX.C. 5 Premies van individuele verzekeringen die in aanmerking komen voor een federale belastingvermindering

Levensverzekeringspremies kunnen in sommige gevallen recht geven op een belastingvermindering. Opgelet: van zodra u één jaar een belastingvoordeel vraagt, zult u op het einde van het contract belast worden.

Zowel deze levensverzekeringspremies (vak IX.C.5) als kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen van vak IX.C.4 vallen onder de korf langetermijnsparen. Deze korf wordt beperkt in functie van de beroepsinkomsten van de belastingplichtige, met een totaalmaximum van 2.260 euro voor 2015.


a) De federale vermindering voor het bouwsparen: codes 1351 en 2351
In dit vak kunt u de premies vermelden van levensverzekeringen die uitsluitend dienen voor de reconstitutie of het waarborgen van een hypothecaire lening die is aangegaan om een woning in de Europese Economische Ruimte te kopen, te bouwen of te verbouwen. Het hiermee samenhangende krediet moet aangegaan zijn na 1-01-1993 en betrekking hebben op de toenmalige enige woning. Deze premie moet beperkt worden tot het plafond dat geldt voor de lening waaraan de verzekering verbonden is. Het gedeelte van de premie dat hier ingevuld mag worden, bekomt u door de volgende berekening: totale premie * het plafond (referentiebedrag van het krediet/het totaal verzekerde bedrag. Dit gedeelte van de premie moet u invullen bij code 1351-2351. Het saldo van de premie wordt aangegeven in het vak van de premies die in aanmerking komen voor de vermindering voor het langetermijnsparen (zie hieronder).

b) De federale vermindering voor het langetermijnsparen: codes 1353-1354 en 2353-2354

Alle andere verzekeringspremies zijn aftrekbaar onder deze rubriek, net als het premiebedrag dat overblijft na de beperking in het kader van het bouwsparen. Ook premies van individuele levensverzekeringen (langetermijnsparen los van een woning) kunnen hier aangegeven worden.

c) Contractnummer en naam van de verzekeringsinstelling

Wanneer u een premie van een levensverzekering aangeeft, moet u hier het contractnummer en de naam van de verzekeringsinstelling vermelden.

Vak IX.C. 6 Betaalde erfpacht- en opstalvergoedingen:

Code 1147: deze vergoedingen komen bijna altijd in aanmerking voor een belastingvermindering.

Pensioensparen

U wilt sparen om uw toekomstige pensioen aan te dikken?

Bijkomende informatie over de aangifte:

  • van bank- en verzekeringsproducten kan u bekomen bij uw Belfius-bankier
  • van andere inkomsten of uitgaven bij de Federale Overheidsdienst Financiën die bereikbaar is via zijn Contact Center op het nummer 02 572 57 57

Contacteer ons

Belastingsimulator

versie 2016 beschikbaar

Voor een optimaal gebruik raden wij aan om Google Chrome in te stellen als standaardbrowser.