1. Home
  2. Sleutelmomenten
  3. Belastingen
  4. Belastingaangifte
  5. Gids
  6. Vak III

Vak III: inkomsten van onroerende goederen

Dit vak omvat twee luiken: een luik m.b.t. uw Belgische onroerende goederen en een luik m.b.t. uw buitenlandse onroerende goederen.

1. De ‘eigen woning’ (dit is de woning waar u uw werkelijke woonplaats hebt; het domicilie is slechts een weerlegbaar vermoeden) is vrijgesteld van personenbelasting. Dit moet dus niet aangegeven worden in vak III.

In vak IX B.2. van de aangifte moeten de gegevens m.b.t. de onroerende inkomsten van de eigen woning wel nog vermeld worden, als er nog oude leningen voor de eigen woning aangegeven worden (kredieten van vóór 2005).

2. Dag-tot-dag benadering: een onroerend goed moet aangegeven worden volgens de dag-tot-dag benadering. Vanaf de dag dat u eigenaar wordt van de woning, moet u het onroerend goed aangeven. Er moet dus niet langer gekeken worden naar wie eigenaar was van de woning op de 16e van de maand (bij aan- en verkoop) of naar de eerste dag van de maand die volgt op de eerste ingebruikname (bij nieuwbouw).

Vak III.A. Belgische inkomsten

Als u andere ‘niet-eigen’ onroerende goederen bezit, moet u ten minste een theoretisch belastbaar inkomen aangeven. Dat is het zogenaamde kadastraal inkomen (K.I.). Het bedrag van het niet-geïndexeerde K.I. staat op uw aanslagbiljet van de onroerende voorheffing. In sommige gevallen moet u de brutohuur of -waarde aangeven.

Deze onroerende inkomsten maken deel uit van uw belastbare basis. U kunt deze inkomsten (gedeeltelijk) neutraliseren door de interesten van een lening voor een onroerend goed aan te geven.

Hoe geeft u de inkomsten van onroerende goederen aan?

  • Onroerende goederen die u voor uw beroep gebruikt: als u een onroerend goed tegelijk voor privé- en voor beroepsdoeleinden gebruikt (gemengd gebruik), moet u het K.I. m.b.t. het beroepsgedeelte aangeven in codes 1105/2105. Deze inkomsten worden niet belast. Het K.I. m.b.t. het privé-gedeelte moet niet aangegeven worden als het uw ‘eigen’ woning is. Als het een andere ‘niet-eigen’ woning is, moet dit privé-K.I. aangegeven worden in code 1106-2106

  • Onroerende goederen die u niet verhuurt (tweede verblijf) of die u verhuurt aan natuurlijke personen die ze niet voor hun beroep gebruiken: het K.I daarvan geeft u aan in code 1106/2106. U wordt belast op het geïndexeerd K.I. verhoogd met 40%.

  • Onroerende goederen die u verhuurt aan rechtspersonen of aan natuurlijke personen die het goed gebruiken voor de uitoefening van hun beroep: het niet-geïndexeerd K.I. vult u in in code 1109/2109 en de brutohuur in code 1110/2110. U wordt belast op de werkelijke huurinkomsten, verminderd met een kostenforfait.


Enkele opmerkingen:

1. Gehuwden en wettelijk samenwonenden moeten de onroerende inkomsten van andere ‘niet-eigen’ woningen onder elkaar verdelen in functie van hun huwelijksstelsel.

  • Bent u gehuwd onder het stelsel van gemeenschap van goederen (= wettelijk stelsel), dan zijn de inkomsten van uw eigen of gemeenschappelijke onroerende goederen gemeenschappelijk en moet elke partner ze voor de helft aangegeven.
  • Bent u gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen of woont u wettelijk samen, dan zijn de inkomsten van uw onroerende goederen eigen inkomsten. U moet bijgevolg de inkomsten aangeven in functie van uw eigendomspercentage.

2.Feitelijk samenwonenden moeten de onroerende inkomsten van andere ‘niet-eigen’ woningen aangeven in functie van hun eigendomspercentage.

3. Als u in 2015 een andere ‘niet-eigen’ woning hebt gekocht, verkocht of laten bouwen, dan geeft u het K.I. aan vanaf de dag dat het goed deel uitmaakte van uw vermogen. Voorbeeld: indien uw nieuwbouwappartement (opbrengsteigendom) opgeleverd werd op 10 december 2015, moet u het (niet-geïndexeerd K.I. x 22/365) aangeven in code 1106/2106, aangezien u in 2015 slechts 22 dagen eigenaar geweest bent van het appartement.

4. Wat als u hebt gebouwd en uw K.I. niet gekend is op het moment dat u uw aangifte invult? Dan hebt u 2 opties:

  • u verzoekt uw hoofdcontroleur om een nieuwe termijn voor de indiening van uw aangifte (schriftelijk aan te vragen vóór de afloop van de aanvankelijk vastgestelde termijn)
  • of u raamt zelf het K.I.

5.Als u renovatiewerken hebt uitgevoerd in 2015 en uw K.I. niet gekend is op het moment dat u uw aangifte invult, kunt u het K.I. van vóór de werken aangeven. Wanneer de administratie van het kadaster een definitief K.I. vaststelt, moet u een herziening vragen van de aangifte van de inkomsten van 2015. Daarvoor dient u een bezwaarschrift in te dienen.

6. Ter informatie: de indexeringscoëfficiënt van het K.I. bedraagt 1,7057 voor de inkomsten van 2015.

Vak III.B. Buitenlandse inkomsten

Als u gronden of gebouwen bezit in het buitenland, moet u in rubriek III.B. aangifte doen van de eventueel ontvangen huur of de brutohuurwaarde ervan. Dat laatste is de jaarlijkse huuropbrengst die u zou kunnen krijgen, indien u het goed toch zou verhuren. Hoeveel die bedraagt, kunt u onder meer te weten komen bij de buitenlandse belastingautoriteiten.

Meestal worden de ontvangen huur of brutohuurwaarde niet daadwerkelijk belast, ingevolge de overeenkomsten die België met tal van andere landen heeft gesloten. Deze inkomsten kunnen wel een invloed hebben op de belastingdruk op de andere gezamenlijke belastbare inkomsten in België. Deze eventueel verhoogde belastingdruk kunt u simuleren via onze belastingsimulator.

Pensioensparen

U wilt sparen om uw toekomstige pensioen aan te dikken?

Bijkomende informatie over de aangifte:

  • van bank- en verzekeringsproducten kan u bekomen bij uw Belfius-bankier
  • van andere inkomsten of uitgaven bij de Federale Overheidsdienst Financiën die bereikbaar is via zijn Contact Center op het nummer 02 572 57 57

Contacteer ons

Belastingsimulator

versie 2016 beschikbaar

Voor een optimaal gebruik raden wij aan om Google Chrome in te stellen als standaardbrowser.