1. Home
  2. Sleutelmomenten
  3. Belastingen
  4. Belastingaangifte
  5. Gids
  6. Vak II

Vak II: persoonlijke gegevens en gezinslasten

Vak II bestaat uit 2 grote delen: een eerste luik over uw persoonlijke gegevens en een tweede luik over uw gezinslasten.

Vak II.A. Persoonlijke gegevens

1. U was op 1 januari 2017:

  • ongehuwd : dit vakje moet worden aangeduid als u nooit gehuwd of wettelijk samenwonend bent geweest. Dit is dus voor alleenstaanden en feitelijk samenwonenden. Als u één of meerdere kinderen ten laste hebt, geniet u een bijkomende belastingvermindering (de belastingvrije som zal stijgen met 1.520 euro).

  • gehuwd : als u pas in 2016 gehuwd bent of een verklaring van wettelijk samenwonen hebt neergelegd, moet uw partner een afzonderlijke aangifte invullen. U wordt in het jaar van het huwelijk of het jaar van de verklaring van wettelijk samenwonen immers afzonderlijk belast. Als uw partner in 2016 minder dan 3.140 euro netto bestaansmiddelen genoot, moet u ook dit vakje aankruisen en geniet u een extra belastingvermindering (de belastingvrije som zal stijgen met 1.520 euro).

  • Weduwnaar of weduwe, of daarmee gelijkgesteld : is uw partner in 2016 overleden? Dan kan u, in functie van uw persoonlijke situatie, kiezen voor een gemeenschappelijke aanslag of 2 afzonderlijke aanslagen. Een tip: simuleer beide situaties. Als u geen keuze maakt, belast de administratie u automatisch afzonderlijk.

  • Gescheiden of daarmee gelijkgesteld : als de echtscheiding uitgesproken werd en in het bevolkingsregister overgeschreven werd in 2016 of als de wettelijke samenwoning geëindigd is in 2016, wordt u als alleenstaande belast voor de inkomsten van 2016.

  • Van tafel en bed gescheiden : als de scheiding van tafel en bed definitief werd en in het bevolkingsregister overgeschreven werd in 2016, wordt u als alleenstaande belast voor de inkomsten van 2016.

  • Feitelijk gescheiden : in het jaar van de feitelijke scheiding wordt u nog beschouwd als eenzelfde gezin. U krijgt dus 1 aangifteformulier en 1 aanslag. De administratie aanvaardt wel 2 afzonderlijke aangiftes, die ze zelf zal samenbrengen om een gezamenlijke aanslag te vestigen.

2. Deze aangifte betreft:

  • een belastingplichtige die in 2016 is overleden: de erfgenamen moeten altijd een aangifte op naam van de overledene/nalatenschap indienen voor 2016. Indien hij gehuwd of wettelijk samenwonend was, kan u kiezen tussen een gemeenschappelijke aanslag of 2 afzonderlijke aanslagen.

3. Bent u:

  • een internationale ambtenaar die in 2016 meer dan 10.230 euro aan beroepsinkomsten heeft verkregen? Dan worden u en uw partner als alleenstaanden belast.
  • de echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner van een dergelijke ambtenaar? Zie hierboven.

4. Hebt u een zware handicap:

  • dan moet u een officieel attest ter beschikking houden waardoor u een extra belastingvermindering kunt genieten (de belastingvrije som zal met 1.510 euro stijgen). In geval van tijdelijke invaliditeit moet u elk jaar een nieuw certificaat ter beschikking houden.

Vak II.B. Gezinslasten

1. Geef hier het aantal kinderen op die u ten laste hebt.

  • Als een kind zwaar gehandicapt is, telt het voor 2 kinderen mee voor de verhoging van de belastingvrije som.
  • Vermeld hier ook het aantal kinderen dat op 1 januari 2017 nog geen 3 jaar was, dat u fiscaal ten laste hebt en waarvoor u geen uitgaven voor kinderopvang hebt afgetrokken. U krijgt in dat geval een verhoging van de belastingvrije som (570 euro).

2. Geef hier het aantal kinderen op dat u fiscaal ten laste hebt, maar waarvoor de helft van het belastingvoordeel moet worden toegekend aan de andere ouder door de gelijkmatig verdeelde huisvesting van de kinderen (= fiscaal co-ouderschap).

3. Geef hier het aantal kinderen op dat fiscaal ten laste is van de andere ouder, maar waarvoor de helft van het belastingvoordeel aan u moet worden toegekend wegens de gelijkmatig verdeelde huisvesting van de kinderen (= fiscaal co-ouderschap).

4. Geef hier het aantal personen ten laste op dat de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Het betreft ouders, grootouders, overgrootouders, broers of zusters die op 1 januari 2017 deel uitmaken van uw gezin en persoonlijk in het belastbare tijdperk niet meer dan 3.140 euro aan netto-bestaansmiddelen hebben genoten. Bij de berekening van de bestaansmiddelen moet geen rekening worden gehouden met de pensioenen of renten ter waarde van 25.260 euro.

5. Geef hier de andere personen op die u fiscaal ten laste hebt. Indien een persoon zwaar gehandicapt is, telt die persoon dubbel en wordt de belastingvrije som verhoogd met 2 keer 1.520 euro.
De belastingvermindering waarop de belastingvrije som recht geeft wordt berekend vanuit de laagste belastingtranches en –tarieven (het betreft dus geen voordeel aan het marginaal belastingtarief).


Wanneer is een persoon ten laste?

Als de volgende 4 voorwaarden vervuld zijn.

1. De persoon maakt deel uit van het gezin op 1 januari 2017.  Een studerend kind dat tijdelijk elders verblijft, wordt geacht nog deel uit te maken van het gezin.

Uitzondering : een kind dat is overleden in 2016, kan wel nog ten laste worden genomen voor het aanslagjaar 2017, op voorwaarde dat het in het inkomstenjaar 2015 nog ten laste was, dat het in 2015 is geboren of dat het kind in 2015 dood geboren is na minstens 180 dagen zwangerschap. Elke andere persoon ten laste, overleden in 2015, kan ook nog worden beschouwd als deel uitmakend van het gezin indien die persoon ook het in het inkomstenjaar 2015 ten laste was.

2. De persoon behoort tot de volgende categorie personen : descendenten (kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen, adoptiekinderen en alle andere kinderen die volledig of hoofdzakelijk vóór hun 18e verjaardag ten laste zijn genomen), ascendenten (ouders, grootouders of overgrootouders van de belastingplichtige, of zijn echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner), zijverwanten tot in de tweede graad en pleegouders.

Opmerking : bij de bepaling van de nettobestaansmiddelen van de verwanten van 65 jaar of ouder houdt men geen rekening met de pensioenen of renten ter waarde van 25.260 euro per jaar.

3. De persoon die ten laste wordt genomen, mag tijdens het jaar 2016 geen bezoldigingen hebben ontvangen die voor de belastingplichtige beroepskosten zijn

4. De nettobestaansmiddelen van deze personen mogen in 2016 niet meer bedragen dan 3.140 euro. Dit bedrag wordt verhoogd tot 4.530 euro voor kinderen ten laste van fiscaal alleenstaande belastingplichtigen en tot 5.750 euro voor gehandicapte kinderen ten laste van fiscaal alleenstaande belastingplichtigen

Definities

Nettobestaansmiddelen : hieronder verstaat de fiscus:

  • alle (belastbare) inkomsten, ongeacht de herkomst ervan, met uitzondering van studiebeurzen, kinderbijslag en wettelijke uitkeringen voor gehandicapten met een ongeschiktheid van 66%
  • onroerende en roerende inkomsten van minderjarigen
  • wettelijke onderhoudsuitkeringen betaald aan kinderen tot maximaal 3.140 euro

Om het nettobedrag te berekenen, trekt u 20% (of de werkelijke beroepskosten) af van de brutobestaansmiddelen.

Opdat een persoon fiscaal ten laste zou zijn, mogen de nettobestaansmiddelen niet meer bedragen dan:

  • 3.140 euro
  • 4.530 euro als het kind ten laste is van een alleenstaande
  • 5.750 euro als het gaat om een kind met een zware handicap dat ten laste is van een alleenstaande belastingplichtige

Kinderen die een studentenjob uitoefenen, mogen meer verdienen en kunnen toch nog altijd ten laste blijven. Er wordt namelijk geen rekening gehouden met de bezoldigingen toegekend in het kader van een studentenovereenkomst tot een bedrag van 2.610 euro.

Principe van co-ouderschap :
Wanneer de ouders van één of meerdere kinderen ten laste niet tot hetzelfde gezin behoren, maar gezamenlijk het ouderlijke gezag uitoefenen over hun gemeenschappelijke kinderen en er het gezamenlijke hoederecht over hebben, kan de verhoging voor kinderen ten laste over beide ouders worden verdeeld. In dat geval mag geen alleene ouder onderhoudsuitkeringen aftrekken.

De gelijkmatige verdeling moet gebaseerd zijn op:

  • hetzij een geregistreerde of door de rechter gehomologeerde overeenkomst waarin uitdrukkelijk vermeld wordt dat de huisvesting van de kinderen gelijkmatig verdeeld wordt tussen beide ouders, en dat zij de toeslagen op de belastingvrije som gelijk willen verdelen
  • hetzij een rechterlijke beslissing waarin uitdrukkelijk vermeld wordt dat de huisvesting van de kinderen gelijkmatig verdeeld wordt tussen beide ouders. Uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar moet deze overeenkomst geregistreerd of gehomologeerd te zijn, of moet de hiervoor vermelde rechterlijke beslissing genomen te zijn.

Vak II.B.2 moet worden ingevuld voor kinderen die u fiscaal ten laste hebt, maar waarbij de helft van het belastingvoordeel moet worden toegekend aan de andere ouder.

Vak II.B.3 moet worden ingevuld voor kinderen die fiscaal ten laste zijn van de andere ouder, maar waarbij de helft van het belastingvoordeel aan u toekomt.

Pensioensparen

U wilt sparen om uw toekomstige pensioen aan te dikken?

Bijkomende informatie over de aangifte:

  • van bank- en verzekeringsproducten kan u bekomen bij uw Belfius-bankier
  • van andere inkomsten of uitgaven bij de Federale Overheidsdienst Financiën die bereikbaar is via zijn Contact Center op het nummer 02.572.57.57

Contacteer ons

Belastingsimulator

versie 2017 beschikbaar 

Start onze belastingsimulator

Voor een optimaal gebruik raden wij aan om Google Chrome in te stellen als standaardbrowser.