Bedrijfsvoertuigen

De keuze van een groene bedrijfswagenwagen (of firmawagen) komt ten goede aan het milieu maar is ook goed voor uw portefeuille!

Indien u als bedrijfsleider of werknemer kiest voor een bedrijfswagen met een lage CO2-uitstoot beperkt u het belastbaar voordeel voor het privégebruik van de wagen (gebruik voor woon-werkverkeer en/of zuivere privéverplaatsingen) en betaalt u minder belasting over het voordeel.

Hoe berekent men het belastbaar voordeel voor een natuurlijk persoon die met een firmawagen rijdt?

Het belastbaar voordeel van alle aard wegens het privégebruik van een bedrijfswagen wordt forfaitair belast. Die forfaitaire waardering is van toepassing op personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen (zoals omschreven in de reglementering inzake inschrijving van motorvoertuigen - inclusief de valse lichte vrachtwagens die niet voldoen aan de voertuigtypes van artikel 4, § 2 van het wetboek van de met de inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen).

Het belastbaar voordeel voor een kosteloos ter beschikking gestelde firmawagen dient in de personenbelasting te worden berekend op basis van (A) 6/7de van de cataloguswaarde van het voertuig, vermenigvuldigd met (B) een CO2-percentage en (C) een correctiefactor voor de ouderdom van het voertuig.

Waarbij:

Cataloguswaarde

Voor alle bedrijfswagens moet dezelfde cataloguswaarde worden gebruikt voor de berekening van het belastbaar voordeel: de catalogusprijs van het ter beschikking gestelde voertuig in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier, inclusief opties en werkelijk betaalde belasting over de toegevoegde waarde, zonder rekening te houden met enige korting, vermindering, rabat of restorno.

Hierna lichten wij de te gebruiken cataloguswaarde, waarmee rekening moet worden gehouden voor de berekening van het belastbaar voordeel en de nuances toe :

  • Zelf betaalde opties en kosten : wanneer een bedrijfsleider (of werknemer) zelf opties (trekhaak, fietsdrager, lederen interieur, winterbanden, ...) of zelf kosten (brandstofkosten, carwash, tolkosten voor het gebruik van autowegen, tunnels, enz., verzekeringspremies, parkingkosten, ...) ten laste neemt welke geen deel uitmaken van de door de onderneming (of werkgever) ter beschikking gestelde firmawagen (de terbeschikkingstelling van die opties is niet voorzien in het leasingcontract of het wagenreglement) moet met die opties geen rekening worden gehouden voor de bepaling van de cataloguswaarde die als berekeningsgrondslag van het belastbaar voordeel dient (zie verder).
    Wanneer de extra opties wel voorzien in de door de onderneming (of de werkgever) gekochte of geleasde firmawagen, moet er wel met die extra opties worden rekening gehouden in de bedoelde cataloguswaarde.
  • Prijsgarantie : indien de verkoper van de firmawagen een prijsgarantie heeft gegeven, moet er rekening worden gehouden met de catalogusprijs van het voertuig in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier zoals die van toepassing is op het ogenblik van de bestelling van het voertuig in nieuwe staat. Zonder prijsgarantie moet er rekening worden gehouden met de catalogusprijs die van toepassing is op het ogenblik van de facturatie van het voertuig.
  • Accessoires : er moet ook rekening worden gehouden met de door de onderneming (of de werkgever) betaalde accessoires die later aangebracht werden aan het voertuig.
  • Prijs optiepakket : er mag rekening worden gehouden met de voordeligere prijs voor een optiepakket indien die prijs ook van toepassing is op de particuliere markt en op voorwaarde dat het optiepakket werd samengesteld door de constructeur of invoerder en als zodanig op de particuliere markt wordt aangeboden tegen een door hen vastgestelde officiële prijs.
  • Voor de vaststelling van de cataloguswaarde mag er geen rekening worden gehouden met de lagere totaalprijs van het optiepakket wanneer een plaatselijke dealer zelf samengestelde optiepaketten ter gelegenheid van promotionele acties tegen een lagere prijs aanbiedt (= prijs lager dan de som van de prijzen van de individuele opties vervat in het optiepakket).
  • Tijdelijk klantenvoordeel : bij een tijdelijke prijsverlaging of klantenvoordeel dat door de constructeur of invoerder als nieuwe catalogusprijs wordt opgenomen in de prijslijsten die algemeen van toepassing zijn op particulieren mag er rekening worden gehouden met die nieuwe catalogusprijs. Dit geldt ook voor gratis optiepakketten of speciale optiepakketten die aan een lagere prijs worden aangeboden ter gelegenheid van promotionele acties.
  • Onderhoudscontract : wanneer de onderneming (of de werkgever) voor de ter beschikking gestelde bedrijfswagen eveneens een onderhoudscontract sluit met een garagist, dan moet met dit contract en de vergoeding die hij daarvoor moet betalen geen rekening worden gehouden voor de vaststelling van de cataloguswaarde.

CO2-percentage

  • basispercentage: Vanaf 01/01/2020 (de cijfers voor 2021 zijn nog niet gekend) is het basispercentage 5,5 pct. voor een referentie-CO2-uitstoot van:
    • 111 g/km, voor voertuigen met een benzine-, LPG- of aardgasmotor; en
    • 91 g/km, voor voertuigen met een dieselmotor;
  • verhoging: in de mate dat de uitstoot van het betrokken voertuig hoger ligt dan de vermelde referentie-uitstoot, wordt het basispercentage met 0,10 pct. per CO2-gram vermeerderd, tot maximum 18 pct;
  • verlaging: in de mate dat de uitstoot van het betrokken voertuig lager ligt dan de vermelde referentie-uitstoot, wordt het basispercentage met 0,10 pct. per CO2-gram verminderd, tot minimum 4 pct.

Sinds 2014: voor de berekening van de voordelen toegekend vanaf 1 januari 2014 wordt de jaarlijkse referentie-CO2-uitstoot in principe bepaald in functie van de gemiddelde CO2-uitstoot voor nieuw ingeschreven voertuigen over een periode van 12 opeenvolgende maanden die eindigt op 30 september van het jaar voorafgaand aan het belastbaar tijdperk ten opzichte van de gemiddelde CO2-uitstoot van het referentiejaar 2011. Op 23 november 2020 is een wetsvoorstel aangenomen dat er (ten vroegste) vanaf inkomstenjaar 2021 voor zorgt dat de referentie-CO2-uitstoot nooit hoger kan zijn dan de referentie-CO2-uitstoot van het vorige belastbaar tijdperk. Dat betekent dat het belastbaar voordeel van een bedrijfswagen vóór de leeftijdscorrectie niet meer kan dalen ten aanzien van het voorgaande jaar.


Met welk CO2-uitstootgehalte moet u rekening houden om het belastbaar voordeel te berekenen?

Volgens de huidige fiscale wetgeving (dd 01/12/2020) moet u bij de berekening van het belastbaar voordeel van alle aard (VAA) rekening houden met het CO2-uitstootgehalte van het voertuig zoals dat beschikbaar is bij de Dienst voor Inschrijving van Voertuigen (DIV) van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

De wettekst verduidelijkt niet of het daarbij moet gaan om de NEDC-waarde (oude norm; New European Driving Cycle), dan wel om de WLTP-waarde (nieuwe norm; Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure). Daarom heeft de belastingadministratie bevestigd dat het over de volgende waarden gaat, tot er nieuwe wetsbepalingen daaromtrent in werking treden:

  • de NEDC 1.0 CO2-waarde wanneer het voertuig enkel een NEDC-waarde heeft;
  • de WLTP CO2-waarde (= theoretische NEDC-waarde die de autoconstructeur heeft berekend uit de WLTP-waarde) wanneer het voertuig enkel een WLTP-waarde heeft;
  • vrije keuze tussen de NEDC 2.0 CO2-waarde of de WLTP CO2-waarde wanneer het voertuig zowel een NEDC 2.0-waarde als een WLTP-waarde heeft.

De NEDC-waarde van het voertuig kan u vinden in de tabel in rubriek 49.1 van het Europees gelijkvormigheidsattest van het voertuig (Certificate of Conformity; COC) en de WLTP-waarde in in rubriek 49.4 (‘gewogen, gecombineerde’ CO2-waarde voor elektrisch oplaadbare voertuigen, ‘gecombineerde’ CO2-waarde voor andere aandrijvingen).


Voordeel van alle aard voor valse oplaadbare hybridevoertuigen

Onder 'oplaadbaar hybridevoertuig' wordt een personenauto, auto voor dubbel gebruik of minibus verstaan die zowel is uitgerust met een brandstofmotor als met een elektrische batterij die u oplaadt via een aansluiting op een externe energiebron buiten het voertuig.

Vanaf 1 januari 2020 zijn er bijzondere berekeningsregels van toepassing voor de berekening van het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van ‘valse hybridevoertuigen’, om dergelijke voertuigen te ontmoedigen.

Een ‘valse hybridevoertuig’ is een vanaf 1 januari 2018 aangekocht, geleased of gehuurd oplaadbaar hybridevoertuig* dat:

  • een te beperkte batterijcapaciteit heeft (een elektrische batterij met een energiecapaciteit van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht);
    of
  • dat meer dan 50 gram CO2 per kilometer uitstoot.

De volgende hybride wagens zijn buiten scope:

  • wagens waarvan u reeds economisch eigenaar was op 1 januari 2018;
  • op 1 januari 2018 reeds bestelde, maar nog niet geleverde wagens;
  • personenwagens die operationeel geleased worden (waarvan de eigendom niet wordt overgedragen) waarvoor het leasingcontract reeds is afgesloten op 1 januari 2018
  • personenwagens waarvoor het rentingcontract reeds is afgesloten op 1 januari 2018

De in aanmerking te nemen uitstoot van een ‘valse hybridevoertuig’ voor de berekening VAA is gelijk aan de CO2-uitstoot van het overeenstemmend voertuig dat voorzien is van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde (fossiele) brandstof.

Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de CO2-waarde van het hybridevoertuig vermenigvuldigd met 2,5.

Via Koninklijk Besluit d.d. 5 september 2019 is verduidelijkt wat onder ‘overeenstemmend voertuig’ moet worden verstaan: het voertuig dat, op basis van het Europees gelijkvormigheidsattest categoriseert onder:

  • hetzelfde merk;
  • hetzelfde model;
  • hetzelfde koetswerk;
  • en waarvan de verhouding tussen zijn vermogen, uitgedrukt in kW, en het vermogen van het hybridevoertuig, uitgedrukt in kW, het dichtst de één benadert, op voorwaarde dat deze begrepen is tussen 0,75 en 1,25 (de uiterste waarden zijn inbegrepen).

In de veronderstelling dat meerdere voertuigen in aanmerking komen om als overeenstemmend voertuig gekwalificeerd te worden, wordt het voertuig met de hoogste CO2-uitstoot als overeenstemmend voertuig in aanmerking genomen (om valse hybrides te bestrijden).

Het zijn de in België gevestigde autofabrikanten of bij gebreke hiervan de auto-invoerders die voor iedere valse hybridewagen die ze in België invoeren (voor nieuwe valse hybridevoertuigen bij de marktintroductie in de EER) het overeenstemmend voertuig moeten bepalen en deze informatie, alsook bepaalde hierbij noodzakelijke technische gegevens moeten bezorgen aan FOD Financiën.

De (geactualiseerde) lijst met overeenstemmende voertuigen voor de verschillende typen valse hybridevoertuigen wordt bekend gemaakt door FOD Financiën en is online raadpleegbaar op volgende website: https://financien.belgium.be/nl/ondernemingen/vennootschapsbelasting/voordelen_van_alle_aard/bedrijfswagens#q1

Correctiefactor voor de ouderdom van het voertuig

Per jaar ouderdom (te rekenen in 12 maanden, waarbij een begonnen maand telt voor een volledige maand) vanaf de eerste inschrijving van het voertuig mag de cataloguswaarde van het voertuig worden verminderd met 6 procentpunten, zonder dat die waarde kleiner mag zijn dan 70 pct. van de oorspronkelijke cataloguswaarde.

Minimumvoordeel inkomstenjaar 2021

Het belastbaar voordeel bij kosteloze terbeschikkingstelling voor het inkomstenjaar 2021 is nog niet bekend. Voor inkomstenjaar 2020 mag het nooit minder bedragen dan 1.360 euro per jaar.

Eigen bijdrage

Wanneer de wagen niet kosteloos wordt toegestaan, mag het in principe te belasten voordeel worden verminderd met de eigen bijdrage van de verkrijger van het voordeel. De zelf betaalde opties zouden niet als eigen bijdrage kunnen worden afgetrokken.

De fiscus geeft sinds 2012 een veel strictere interpretatie aan het begrip "eigen bijdrage" bij de nieuwe berekeningsregels van het belastbaar voordeel voor bedrijfswagens. Sinds 2012 stelt FOD Financiën een gecoördineerde FAQ over het voordeel van alle aard bedrijfswagens (met 59 vragen) ter beschikking op haar website.

De FAQ tracht de strictere invulling van het begrip 'eigen bijdrage' te verduidelijken. De fiscus vult dit in als volgt:

  • Fundamenteel is dat de eigen bijdrage een tussenkomst van de bedrijfsleider (of werknemer) is in de firmawagen dat hem door de onderneming (of werkgever) ter beschikking wordt gesteld (= te beoordelen op basis van de feitelijke en juridische omstandigheden, zoals bijv. de bepalingen uit het leasecontract, het wagenreglement, ...).
  • Wanneer een bedrijfswagen zonder tankkaart ter beschikking wordt gesteld, zijn de door de bedrijfsleider (of werknemer) zelf betaalde tankkosten niet aftrekbaar van het belastbaar voordeel bedrijfswagen bij kosteloze terbeschikkingstelling.
  • Wanneer de onderneming (of werkgever) een bedrijfswagen met tankkaart ter beschikking stelt, is er volgens de huidige fiscale wetgeving geen afzonderlijk belastbaar voordeel voor die tankkaart. Indien de bedrijfleider (of werknemer) - bijv. via inhouding op zijn / haar nettoloon - een eigen bijdrage voor het brandstofverbruik (voor woon-werkverkeer en /of privéverkeer) aan de onderneming (of werkgever) moet betalen, is die eigen bijdrage wel aftrekbaar van het belastbaar voordeel bij kosteloze terbeschikkingstelling.
  • Een eigen bijdrage van de verkrijger van het voordeel firmawagen die door de onderneming (of werkgever) op het nettoloon wordt ingehouden, wordt onder bepaalde voorwaarden als een eigen bijdrage beschouwd (bijv. de bedrijfsleider of werknemer moet het verschil in leasingprijs voor een duurdere of grotere wagen of voor een wagen met meer opties dan het standaardmodel waarop hij normaal recht heeft, terugbetalen aan de onderneming of de werkgever; de cataloguswaarde van de duurdere wagen die ter beschikking staat, dient in dit scenario te worden gebruikt om het belastbaar voordeel te berekenen).
  • Uit de FAQ blijkt dat de door de bedrijfsleider of werknemer zelf betaalde opties (bijv. winterbanden, trekhaak, fietsdrager, lederen zetels, ...) die geen deel uitmaken van de door de onderneming of de werkgever ter beschikking gestelde firmawagen volgens de fiscus niet als eigen bijdrage worden aangemerkt. Die zelf betaalde opties tellen niet mee om de cataloguswaarde te bepalen die als berekeningsbasis dient voor het belastbaar voordeel. Ook de zelf betaalde kosten (bijv. brandstof, tolgelden, carwash, ...) worden niet als eigen bijdrage beschouwd.

Het belastbaar voordeel firmawagen is progressief belastbaar in de personenbelasting, aan het marginale belastingtarief.

Enkele voorbeelden over de berekening van het belastbaar voordeel voor inkomstenjaar 2020









































wagen1


wagen2


wagen3


wagen4




















Brandstoftype
diesel


diesel Plug- in Hybrid


benzine


elektrisch




















CO2-uitstoot in g/km
114


48


129


0




















cataloguswaarde VAA
42.000,00€


60.000,00€


24.000,00€


38.000,00€




















toe te passen VAA-%
7,80%


4%


7,30%


4%




















VAA jaar1 (*1)
2.808,00€


2.057,14€


1.501,71€


1.360,00€




















VAA jaar 2
2.639,52€


1.933,71€


1.411,61€


1.360,00€




















VAA jaar 3 (*2)
2.471,04€


1.810,28€


1.360,00€


1.360,00€




















VAA jaar 4 (*2)
2.302,56€


1.686,85€


1.360,00€


1.360,00€




















VAA jaar 5 (*2)
2.134,08€


1.563,43€


1.360,00€


1.360,00€























































(*1) VAA = voordeel van alle aard bij kosteloze terbeschikkingstelling

(*2) Het specifiek wettelijk minimum voordeel van alle aard voor het betrokken inkomstenjaar is in bepaalde gevallen van toepassing. In dit overzicht wordt het wettelijk minimum voordeel voor het inkomstenjaar 2020 getoond: 1.360 €

Hoe zit het met de verworpen uitgaven voor de vennootschap die het voertuig ter beschikking stelt?

Een gedeelte van de autokosten is fiscaal niet aftrekbaar (= verworpen uitgaven).

Aftrekbeperking op basis van de CO2-uitstoot

1. 1. Vanaf 2020 zijn beroepsmatige autokosten in principe in de volgende mate fiscaal aftrekbaar, zowel voor werkgevers-natuurlijke personen belastbaar in de personenbelasting, als voor werkgevers-rechtspersonen belastbaar in de vennootschapsbelasting:

  • indien de voertuigen een uitstoot hebben van 200 gram CO2 per kilometer of meer zijn de beroepsmatige autokosten voor 40 % fiscaal aftrekbaar
  • indien de voertuigen een uitstoot hebben van minder dan 200 gram CO2 per kilometer, dan wordt het tarief van de aftrekbaarheid bepaald via deze formule:

120 pct. – (0,5 pct. x coëfficiënt x aantal gram CO2 per kilometer)

type voertuig

coëfficiënt

voertuig met een dieselmotor

1

voertuig met een andere motor (voor uitzondering zie hieronder)

0,95

voertuig met een aardgasmotor en een belastbaar vermogen van minder dan 12 fiscale paardenkracht

0,90

De mimimumaftrek bedraagt in principe 50 % (behoudens voertuigen die minstens 200 gram CO2 per kilometer uitstoten). In de personenbelasting bedraagt de minimale aftrek 75 % voor voertuigen aangeschaft vóór 1 januari 2018. Men hoeft niet noodzakelijk economische eigenaar te zijn vóór 1 januari 2018; ook op dat moment bestelde wagens komen in aanmerking evenals personenwagens waarvoor het leasingcontract voorheen werd afgesloten.

De maximumaftrek bedraagt 100 %. Dus de kosten voor het beroepsgebruik van elektrische wagens zijn niet langer 120 % fiscaal aftrekbaar.

Financieringskosten en mobilofoonkosten zijn 100 % aftrekbaar (dit zijn geen autokosten).


2. Met welk CO2-uitstootgehalte moet u rekening houden bij de berekening van het aftrekpercentage van beroepsmatige autokosten?

Volgens de huidige fiscale wetgeving (dd 01/12/2020) moet u bij de berekening van het belastbaar voordeel van alle aard (VAA) rekening houden met het CO2-uitstootgehalte van het voertuig zoals dat beschikbaar is bij de Dienst voor Inschrijving van Voertuigen (DIV) van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

De wettekst verduidelijkt niet of het daarbij moet gaan om de NEDC-waarde (oude norm; New European Driving Cycle), dan wel om de WLTP-waarde (nieuwe norm; Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure). Daarom heeft de belastingadministratie bevestigd dat het over de volgende waarden gaat, tot er nieuwe wetsbepalingen daaromtrent in werking treden:

  • de NEDC 1.0 CO2-waarde wanneer het voertuig enkel een NEDC-waarde heeft;
  • de WLTP CO2-waarde (= theoretische NEDC-waarde die de autoconstructeur heeft berekend uit de WLTP-waarde) wanneer het voertuig enkel een WLTP-waarde heeft;
  • vrije keuze tussen de NEDC 2.0 CO2-waarde of de WLTP CO2-waarde wanneer het voertuig zowel een NEDC 2.0-waarde als een WLTP-waarde heeft.

De NEDC-waarde van het voertuig kan u vinden in de tabel in rubriek 49.1 van het Europees gelijkvormigheidsattest van het voertuig (Certificate of Conformity; COC) en de WLTP-waarde in in rubriek 49.4 (‘gewogen, gecombineerde’ CO2-waarde voor elektrisch oplaadbare voertuigen, ‘gecombineerde’ CO2-waarde voor andere aandrijvingen).

3. Verworpen uitgaven voor valse oplaadbare hybridevoertuigen

Onder 'oplaadbaar hybridevoertuig' wordt een personenauto, auto voor dubbel gebruik of minibus verstaan die zowel is uitgerust met een brandstofmotor als met een elektrische batterij die u oplaadt via een aansluiting op een externe energiebron buiten het voertuig.

Vanaf 1 januari 2020 zijn er bijzondere berekeningsregels van toepassing voor de berekening van het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van ‘valse hybridevoertuigen’, om dergelijke voertuigen te ontmoedigen.

Een ‘valse hybridevoertuig’ is een vanaf 1 januari 2018 aangekocht, geleased of gehuurd oplaadbaar hybridevoertuig* dat:

  • een te beperkte batterijcapaciteit heeft (een elektrische batterij met een energiecapaciteit van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht);
    of
  • dat meer dan 50 gram CO2 per kilometer uitstoot.

De volgende hybride wagens zijn buiten scope:

  • wagens waarvan u reeds economisch eigenaar was op 1 januari 2018;
  • op 1 januari 2018 reeds bestelde, maar nog niet geleverde wagens;
  • personenwagens die operationeel geleased worden (waarvan de eigendom niet wordt overgedragen) waarvoor het leasingcontract reeds is afgesloten op 1 januari 2018
  • personenwagens waarvoor het rentingcontract reeds is afgesloten op 1 januari 2018

De in aanmerking te nemen uitstoot van een ‘valse hybridevoertuig’ voor de berekening VAA is gelijk aan de CO2-uitstoot van het overeenstemmend voertuig dat voorzien is van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde (fossiele) brandstof.

Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de CO2-waarde van het hybridevoertuig vermenigvuldigd met 2,5.

Via Koninklijk Besluit d.d. 5 september 2019 is verduidelijkt wat onder ‘overeenstemmend voertuig’ moet worden verstaan: het voertuig dat, op basis van het Europees gelijkvormigheidsattest categoriseert onder:

  • hetzelfde merk;
  • hetzelfde model;
  • hetzelfde koetswerk;
  • en waarvan de verhouding tussen zijn vermogen, uitgedrukt in kW, en het vermogen van het hybridevoertuig, uitgedrukt in kW, het dichtst de één benadert, op voorwaarde dat deze begrepen is tussen 0,75 en 1,25 (de uiterste waarden zijn inbegrepen).

In de veronderstelling dat meerdere voertuigen in aanmerking komen om als overeenstemmend voertuig gekwalificeerd te worden, wordt het voertuig met de hoogste CO2-uitstoot als overeenstemmend voertuig in aanmerking genomen (om valse hybrides te bestrijden).

Het zijn de in België gevestigde autofabrikanten of bij gebreke hiervan de auto-invoerders die voor iedere valse hybridewagen die ze in België invoeren (voor nieuwe valse hybridevoertuigen bij de marktintroductie in de EER) het overeenstemmend voertuig moeten bepalen en deze informatie, alsook bepaalde hierbij noodzakelijke technische gegevens moeten bezorgen aan FOD Financiën.

De (geactualiseerde) lijst met overeenstemmende voertuigen voor de verschillende typen valse hybridevoertuigen wordt bekend gemaakt door FOD Financiën en is online raadpleegbaar op volgende website: https://financien.belgium.be/nl/ondernemingen/vennootschapsbelasting/voordelen_van_alle_aard/bedrijfswagens#q1

Ook de brandstofkosten zijn, net zoals de overige autokosten, volgens de hiervoor vermelde formule fiscaal aftrekbaar in plaats van 75 % (het vroegere tarief).

Het niet-aftrekbare bedrag (de zgn. verworpen uitgave) kan in principe worden verminderd met het voordeel van alle aard waarop de verkrijger wordt belast (voordeel dat in principe op de fiscale fiche is vermeld). En volgens Cassatierechtspraak d.d. 25 juni 2020 mogen de autokosten ook worden verminderd wanneer de in principe te belasten voordelen van alle aard voor persoonlijk gebruik (= woon-werkverkeer + privékilometers) worden terugbetaald aan de werkgever. Dergelijke betaling neutraliseert het voordeel van alle aard bedrijfswagen (VAA) mogelijks volledig, zodat er geen VAA bedrijfswagen op de fiscale fiche staat vermeld.

Bijkomende verworpen uitgaven berekend op basis van het voordeel van alle aard

Er is een bijkomende verworpen uitgave in hoofde van werkgevers belastbaar in de Vennootschapsbelasting of in de Rechtspersonenbelasting. Het betreft 40 % van het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van de bedrijfswagen wanneer de wagen kosteloos ter beschikking wordt gesteld en de werkgever daarbij geheel of gedeeltelijk de brandstofkosten ten laste neemt. De eigen bijdrage die de bedrijfsleider of werknemer betaalt voor het persoonlijk gebruik is niet aftrekbaar van de berekeningsbasis. Indien de werkgever geen brandstofkosten ten laste heeft genomen, bedraagt de hoogte van de verworpen uitgaven 17 %.

Deze verworpen uitgave kan niet worden gecompenseerd met fiscale verliezen, Definitief Belaste Inkomsten-excedenten, ... en zal bijgevolg steeds leiden tot een effectieve betaling van belasting.

Deze verworpen uitgave wordt belast:

  • in de Vennootschapsbelasting aan 25 % of aan het verlaagd opklimmend tarief
  • in de Rechtspersonenbelasting aan 25 %

Het percentage van de algemene aftrekbeperking in de vennootschapsbelasting in functie van de CO2-uitstoot van de wagen en de bijkomende verworpen uitgave voor de hoger vermelde voorbeelden over het voordeel van alle aard bedrijfswagen worden voor inkomstenjaar 2020 geïllustreerd voor wagens die geen jaar oud zijn:

Wagen 1

Wagen 2

Wagen 3

Wagen 4

Brandstoftype

diesel

diesel Plug- in Hybrid

benzine

elektrisch

CO2-uitstoot in g/km

114

48

129

0

% aftrek vennootschap tot 2019

80 %

100 %

75 %

120 %

% aftrek vennootschap vanaf 2020

63 %

96 %

58,73 %

100 %

VAA jaar 1

2.808,00 EUR

2.057,14 EUR

1.501,71 EUR

1.360,00 EUR

40 % verworpen uitgaven (tankkosten ten laste genomen)

1.123,20 EUR

822,86 EUR

603,68 EUR

544,00 EUR

17 % verworpen uitgaven (geen tankkosten ten laste genomen)

477,36 EUR

349,71 EUR

255,29 EUR

231,20 EUR